Medezeggenschapsstatuut

Er zijn drie documenten van belang voor de regels en procedures rondom medezeggenschap. Dit zijn het medezeggenschapsstatuut, het medezeggenschapsreglement en het huishoudelijk reglement. Hier leest u meer over het medezeggenschapsstatuut.


Wat is het medezeggenschapsstatuut?

Het medezeggenschapsstatuut kan worden beschouwd als ‘de grondwet’ voor medezeggenschap binnen de stichting. In het document worden afspraken opgenomen over de vormgeving van medezeggenschap binnen de organisatie. Het statuut wordt elke twee jaar opgesteld door het bevoegd gezag van de school en wordt bij vaststelling en bij wijziging ter instemming voorgelegd aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR), die met een twee derde meerderheid moet instemmen (artikel 21 lid 1 WMS). De GMR kan ook zelf voorstellen het statuut te wijzigen. Deze voorstellen kan het bevoegd gezag vervolgens verwerken in een voorstel, wat ter instemming wordt voorgelegd aan de GMR.

Neem in het activiteitenplan van de GMR op wanneer er over het medezeggenschapsstatuut wordt gesproken. Het statuut geldt voor alle betrokkenen bij de medezeggenschap binnen de stichting. De regels gelden zowel voor het bevoegd gezag als voor alle medezeggenschapsraden (MR’s) die binnen de stichting bestaan.


Wat staat er in het medezeggenschapsstatuut?

In het medezeggenschapsstatuut worden in ieder geval afspraken gemaakt over (conform artikel 22 WMS):

  1. De verschillende medezeggenschapsraden die binnen de stichting actief zijn (gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, medezeggenschapsraad, ondersteuningsplanraad, themaraad, deelraad, groepsmedezeggenschapsraad, bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad)
  2. De samenstelling van de GMR, de MR en overige raden
  3. De wijze waarop het bevoegd gezag informatie verstrekt aan de medezeggenschap en binnen welke termijnen dit gebeurt
  4. De wijze waarop de verschillende type medezeggenschapsorganen binnen de stichting elkaar van informatie voorzien
  5. Hoe de verschillende type medezeggenschapsorganen worden gefaciliteerd, conform afspraken in artikel 28 van de WMS
  6. Wie er namens het bevoegd gezag overleg voert met de GMR, de MR en eventuele andere medezeggenschapsorganen binnen de stichting

1 De verschillende raden binnen de stichting

Door de keuzemogelijkheden die de WMS biedt kunnen er verschillende soorten medezeggenschapsraden worden ingesteld, bijvoorbeeld een deelraad, een groepsmedezeggenschapsraad, een themaraad of een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad. Als een MR of GMR vindt dat er een deelraad of themaraad moet worden opgericht, dan neemt de (G)MR hiertoe zelf het initiatief en doet een voorstel aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet het met voorstel instemmen. De keuzes voor diverse raden die uiteindelijk worden gemaakt, worden vastgelegd in het medezeggenschapsstatuut. Bij de themaraad wordt ook aangegeven welke specifieke bevoegdheid hij heeft.

2 De samenstelling van de GMR, MR en overige raden

De samenstelling van de diverse raden wordt in het statuut vastgelegd. In het primair onderwijs is er weinig keuze, maar in het voortgezet onderwijs moet bijvoorbeeld worden nagedacht over de verdeling van de ouders en de leerlingen in hun geleding. Er kan worden gekozen voor een evenredige verdeling, maar hier kan ook van worden afgeweken. In zo’n geval ligt dit vast in het statuut. Bij de samenstelling van de GMR is van belang hoe de vertegenwoordiging van de MR’s in de GMR is geregeld, met name daar waar de GMR minder leden telt dan het totaal aantal medezeggenschapsraden. Bij een bevoegd gezag met 20 scholen en een GMR van 8 leden, kan niet iedere MR in persoon in de GMR vertegenwoordigd zijn. In het statuut is dan bijvoorbeeld opgenomen dat een cluster van MR’s een lid voor de personeelsgeleding en de oudergeleding van de GMR kiest.
Omdat een themaraad geen eigen reglement heeft, wordt de samenstelling van deze raad in het statuut opgenomen.

3 Informatievoorziening van het bevoegd gezag

In het statuut is opgenomen hoe het bevoegd gezag de informatie verstrekt, bijvoorbeeld schriftelijk, maar ook zoveel mogelijk digitaal. Verder staat in het statuut ook de termijn waarbinnen het bevoegd gezag de informatie verstrekt, bijvoorbeeld uiterlijk 1 week voor de vergadering van de (G)MR. Van belang is dat alle informatie in principe openbaar is.
Naast de informatie die de (G)MR nodig heeft om goed te kunnen functioneren, kan ook aanvullende informatie door het bevoegd gezag worden verstrekt, bijvoorbeeld de agenda en de notulen van de bijeenkomsten van de Raad van Toezicht.

4 Informatievoorziening tussen de medezeggenschapsorganen

In het statuut staat ook vermeld binnen hoeveel tijd de medezeggenschapsorganen hun achterban informeren over wat er tijdens de (G)MR-vergadering is besproken en of de (G)MR wel of niet heeft ingestemd met een voorstel van het bevoegd gezag. De vergaderingen van de (G)MR zijn in principe openbaar.

5 Facilitering van medezeggenschap

Onder de faciliteitenregeling vallen diverse zaken. Om te beginnen moet de (G)MR kunnen beschikken over voor de hand liggende voorzieningen zoals een vergaderruimte, het gebruik van een kopieerapparaat en thee en koffie. Verder moeten afspraken over de scholing van de (G)MR-leden, over de inhuur van deskundigen, over het voeren van rechtsgedingen en het informeren en raadplegen van de achterban zijn opgenomen. Het bevoegd gezag wordt van te voren geïnformeerd over de plannen van de (G)MR. Voor het personeel worden uren vrij geroosterd in het taakbeleid. De kosten voor medezeggenschap zijn opgenomen in de lumpsumfinanciering.

6 Overlegpartner van de medezeggenschap

In het statuut is opgenomen wie er namens het bevoegd gezag overleg voert met de (G)MR. Vaak zal de algemeen directeur/voorzitter College van Bestuur het overleg met de GMR voeren. De directeur van de school is over het algemeen de gesprekspartner van de MR. In specifieke gevallen, bijvoorbeeld bij de begroting, kan een financieel specialist van het bestuursbureau het overleg met de GMR voeren. Dit moet dan ook in het statuut zijn opgenomen.


Medezeggenschapsstatuut en VOO

De VOO kan u helpen met het opstellen van het medezeggenschapsstatuut. Vraag hiervoor direct de servicekaart aan, of neem eerst contact op.


Bram Buskoop
Beleidsadviseur

Bram is beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap, identiteit van het openbaar onderwijs en politiek.

Meer over Bram

MR Start

MR Start is dé basiscursus voor het werk als MR-lid in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs!

Bekijk cursus

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

Raadpleeg de helpdesk

Voor al uw vragen kunt u terecht bij de VOO helpdesk.

Helpdesk

Reactie van de VOO op het rapport ‘Grenzen stellen, ruimte laten’ van de Onderwijsraad In het rapport ‘Grenzen stellen, ruimte laten’ poogt de Onderwijsraad in het licht van de democratische rechtsstaat de gren ...



Ouders van schoolgaande kinderen -en zeker als die naar de middelbare school gaan- weten het: er komen nogal wat kosten bij kijken. Eerder schreef ik al over de vrijwillige ouderbijdrage en  ...