Op 28 maart 2020 vindt het VOO Congres plaats! Het thema is 'School & Armoede'. Deze dag is voor beleidsmakers, ouders, leerkrachten, directeuren en bestuurders. Wij bieden een gevarieerd en leerzaam programma samengesteld met lezingen, workshops, live interviews, ontmoeting, discussie en zelf beleven en ervaren. € 99 per persoon, GRATIS VOOR LEDEN! Beperkt plaats, dus schrijf u direct in.

Bekijk hier het programma en meld u aan!

Informatierecht

Het informatierecht houdt in dat het bevoegd gezag de MR alle inlichtingen die nodig zijn voor de vervulling van diens taken, tijdig verstrekt. Dit dient het bevoegd gezag ongevraagd te doen, maar kan ook op verzoek van de MR.


Het belang van een goed geïnformeerde MR

Om goed te kunnen functioneren als MR is duidelijke en overzichtelijke informatie van belang. Een MR moet weten wie welke functie vervult en waarvoor hij of zij verantwoordelijk is, moet op de hoogte zijn van bestaand beleid maar ook geïnformeerd worden over trends, ontwikkelingen en veranderingen. Een MR hoeft niet af te wachten tot het bevoegd gezag deze informatie geeft, maar kan ook zelf een actieve rol vervullen door het opvragen van informatie.

Het nemen van goed geïnformeerde besluiten berust op een goede informatievoorziening. Dat is in het belang van de MR, maar ook in het belang van het bevoegd gezag. Een advies, zowel positief als negatief, dient berust te zijn op de informatie die vanuit de school verstrekt wordt. De MR kan op basis van geluiden uit de achterban informatie opvragen.


De informatie de de MR hoort te krijgen

Er is een hoop informatie die de MR standaard schriftelijk van het bevoegd gezag behoort te verkrijgen. Een deel daarvan aan het begin van het schooljaar en een deel gedurende het schooljaar.

Aan het begin van het schooljaar ontvangt de MR in ieder geval:

  • de samenstelling van het bevoegd gezag;
  • de organisatie binnen de school;
  • het managementstatuut, en
  • hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.

Gedurende het schooljaar dient daarnaast ook nog te worden verstrekt:

  • de begroting, met bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;
  • het budget, met daarin de door de Rijksoverheid vastgestelde bijdrage aan het schoolbestuur (voor 1 mei);
  • het jaarverslag, ofwel het verslag van de organisatie opgesteld door het bevoegd gezag (voor 1 juli);
  • ‘good governance’, ofwel de uitgangspunten van het bevoegd gezag bij de uitoefening van diens bevoegdheden;
  • beloningsverhoudingen, met daarin informatie over de verhoudingen in beloning tussen personeel, management, bestuur en toezichthouder;
  • oordelen van de klachtencommissie, mits deze gegrond zijn verklaard, inclusief de maatregelen die het schoolbestuur naar aanleiding van het oordeel zal nemen.

Informatierecht en de wet

Het recht van de MR op informatie en de plicht van het bevoegd gezag op het verstrekken hiervan, is opgenomen in artikel 8 van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). In de praktijk betekent het artikel dat het schoolbestuur de plicht heeft om de (G)MR tijdig te informeren over noodzakelijke informatie voor de uitoefening van de werkzaamheden als MR.

Het gaat erom dat de informatie tijdig wordt aangeleverd. Dit staat onderstreept omdat het nog wel eens te laat gebeurt. Tijdig houdt in dat de MR de informatie vroeg genoeg ontvangt om bij de voorbereiding van een vergadering nog te kunnen betrekken. Het uitreiken van stukken tijdens de vergadering is dus te laat. Daarnaast moet de informatie ook begrijpelijk zijn. Documenten bestaande uit meer dan zestig pagina’s met technische uitwendingen of onbegrijpelijke berekeningen zonder toelichting, hoeft een MR niet te accepteren als informatie.

Het bestuur heeft als plicht elk voorstel tijdig te verstrekken en in dat voorstel duidelijk te maken welke keuzes worden gemaakt, waarom deze keuzes worden gemaakt en wat de gevolgen zijn van de keuzes voor ouders, personeel en leerlingen.


Informatierecht in het statuut en in het reglement

De WMS verplicht het bevoegd gezag om in het medezeggenschapsstatuut vast te leggen hoe en binnen welke termijn de informatie beschikbaar wordt gesteld die nodig is voor de MR om diens taken uit te voeren. Het is gebruikelijk dat een MR zes weken de tijd krijgt vanaf het moment dat informatie wordt verschaft om gebruik te maken van diens advies- of instemmingsbevoegdheid. Geen reactie binnen deze termijn betekent echter niet dat de MR dan formeel in heeft gestemd. In tegendeel, geen reactie moet worden gezien als afwijzing. In het medezeggenschapsreglement wordt opgenomen hoe het bevoegd gezag informatie verschaft aan de MR.

Bram Buskoop
Beleidsadvies

Bram is beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap en identiteitsvraagstukken.

Meer over Bram

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

Carnaval of verkleedfeest, daar ging het de afgelopen week om, naar aanleiding van een oudervereniging van een school in het oosten van het land, die had besloten om het feest geen carnaval meer te noemen. ‘Omd ...