Bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad

Voor het laatst bewerkt op: zondag 2 oktober 2022

Er bestaat de mogelijkheid tot het instellen van een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad. Deze raad behandelt thema’s die vallen op bovenbestuurlijk niveau.


Wat is een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad?

Wanneer twee onderwijsorganisaties op bovenbestuurlijk niveau intensief met elkaar samenwerken, kan het zijn dat er vaak beleid wordt vastgesteld dat voor beide organisaties gelijk is. Bij duurzame samenwerkingsvormen zoals een personele unie, holding of federatie kan er spraken zijn van bovenbestuurlijk beleid.

De besturen van beide onderwijsorganisaties hebben twee mogelijkheden om dergelijk beleid vast te stellen waar de medezeggenschap een rol bij heeft. De eerste mogelijkheid is dat het beleid aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden (GMR’s) van beide stichtingen worden voorgelegd. Medezeggenschap blijft dan gescheiden. Het is ook mogelijk dat één medezeggenschapsorgaan wordt ingesteld die ‘boven’ beide GMR’s staat: de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad (BMR). Wanneer het bevoegd gezag een BMR wil instellen, dienen de GMR’s van de aangesloten onderwijsorganisaties in te stemmen. De geldigheidsduur van de BMR is twee jaar, wat betekent dat elke twee jaar door bestuur en GMR’s moet worden bevestigd dat de BMR kan blijven bestaan. In het medezeggenschapsstatuut dient de wijze waarop medezeggenschap binnen de onderwijsorganisatie is georganiseerd te zijn opgenomen.


Wat doet de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad?

Leden van de BMR worden gekozen door de leden van de GMR’s van beide stichtingen. De precieze omvang en regels over de samenstelling worden afgesproken in het medezeggenschapsreglement. De MR is zelf verantwoordelijk voor het organiseren van de verkiezingen.

De BMR heeft drie verschillende rollen: een controlerende, een vertegenwoordigende en een initiatiefrijke. Het is van belang om het gesprek aan te gaan in de BMR over hoe invulling wordt gegeven aan deze rollen. De BMR heeft daarnaast vijf rechten: het recht op overleg, het initiatiefrecht, het informatierecht, het adviesrecht en het instemmingsrecht.


Bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad en VOO

De VOO helpt medezeggenschapsraden op basisscholen en middelbare scholen op weg. Zo geven we cursussen, waaronder de basiscursus MR Start. Er zijn ook cursussen mogelijk onder meer op gebied van de achterban, fusie en de financiën van de school. Met het VOO-lidmaatschap ontvangen BMR’s 15% korting op cursussen en kan elke dag contact worden opgenomen met de VOO Helpdesk.

Het is ook mogelijk dat de VOO uitgebreidere ondersteuning biedt, bijvoorbeeld als de BMR wil nadenken over zijn eigen organisatie of wanneer er een ingewikkeld dossier speelt op school, zoals fusie of het wijzigen van schooltijden. Het kan in sommige gevallen wenselijk zijn dat de BMR zich laat bijstaan door een externe deskundige.

Janny Arends
Senior beleidsadviseur

Janny is senior beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap.

Meer over Janny

MR Compleet

MR Compleet is dé complete basiscursus voor MR-leden bestaande uit drie bijeenkomsten.

Bekijk cursus

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

"*" geeft vereiste velden aan

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en updates*
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks de nieuwste artikelen, tips en exclusieve inhoud over medezeggenschap, of kies voor de maandelijkse nieuwsbrief voor een update over het openbaar onderwijs.
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Raadpleeg de VOO Helpdesk

Voor alle vragen over onderwijs en medezeggenschap kunnen leden van de VOO terecht bij de helpdesk.

Helpdesk

De VOO heeft iets nieuws ontwikkeld voor de MR: een checklist. Deze kan de MR gebruiken bij advies- en instemmingsverzoeken die de MR voorgelegd krijgt. Zo weet de MR altijd zeker dat de juiste stappen worden gevolgd.



Soms is het onvermijdelijk: een school kan niet langer voortbestaan. Soms komt dat doordat de kwaliteit te lang onder druk staat en het bevoegd gezag geen reële mogelijkheden meer ziet om het tij te keren, bijvoorbeeld doordat het lerarentekort daar niet op te lossen blijkt. Meestal echter heeft het te maken met het leerlingenaantal. Als dat té lang té laag is, heeft dat niet alleen mogelijk consequenties voor de kwaliteit op een school, maar komen ook de financiën onder druk te staan.