Faciliteitenregeling

De MR heeft recht op verschillende vormen van facilitering vanuit het bevoegd gezag. Er zijn verschillende vormen van facilitering: voorzieningen op school, het recht op scholing, deskundige bijstand en eventueel een financiële vergoeding.


Welke afspraken zijn er over facilitering van de MR?

Er zijn verschillende plekken waarin opgenomen staat welke rechten en mogelijkheden de MR heeft op gebied van faciliteiten. De belangrijkste daarvoor is de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). In de WMS is de belangrijkste afspraak die opgenomen is, dat de MR recht heeft op een vergoeding voor alle redelijkerwijs noodzakelijke kosten (artikel 28 lid 2 WMS). Hier valt in ieder geval onder het lidmaatschap van de VOO, het volgen van scholing en het inhuren van deskundigen. De MR hoeft hiervoor alleen vooraf een bericht te sturen naar het bevoegd gezag met daarin de te verwachten kosten en het doel van de kosten.

Naast de afspraken in de WMS zijn ook de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) afspraken opgenomen. Hier gaat het bijvoorbeeld om de hoeveelheid uren die personeelsleden binnen hun taakuren krijgen voor het werk als MR-lid. En naast de afspraken in de WMS en de cao kan de MR in overleg met het bevoegd gezag altijd extra afspraken maken, bijvoorbeeld over een vacatievergoeding voor ouders en leerlingen of een ambtelijk secretaris voor ambtelijke ondersteuning.


Een begroting van de MR

De MR maakt geen begroting, want de MR heeft geen inkomsten. Wel maakt de MR in principe aan het begin van het schooljaar een activiteitenplan. In dit plan wordt onder meer opgenomen welke scholing de MR-leden willen gaan volgen en welke kosten hier ongeveer aan zullen zitten. Ook de andere te verwachten kosten, bijvoorbeeld het lidmaatschap van de VOO, wordt in dit activiteitenplan opgenomen. Het overzicht van de te verwachten uitgaven wordt ter informatie naar het bevoegd gezag gestuurd. De MR heeft het recht hier van af te wijken, omdat alle redelijkerwijs noodzakelijke kosten conform de WMS moeten worden vergoed. Ook als deze kosten hoger zijn dan de inschatting die de MR aan het begin van het schooljaar heeft gemaakt.

In de WMS is wel een mogelijkheid opgenomen dat MR en bevoegd gezag van tevoren, bijvoorbeeld aan het begin van het schooljaar, een vast bedrag afspreken wat de MR mag uitgeven. Dit is nadelig voor de MR, omdat als de MR extra kosten wil maken dan afgesproken, deze eerst toestemming moet krijgen van het bevoegd gezag. Ook betekent het vaak dat de MR wel een begroting moet opstellen, een penningmeester moet aanstellen, een kascommissie moet instellen en een rekening moet openen. Dit brengt veel meer regelwerk met zich mee.


Facilitering in tijd voor personeel

Personeelsleden hebben vanuit de cao recht op een vergoeding in tijd voor hun werkzaamheden als MR-lid, binnen hun taakstelling (artikel 28 lid 3 WMS, cao). Indien een personeelslid zowel lid is van de MR als van de GMR in het primair onderwijs, heeft het lid recht op 100 uur per jaar. Indien een personeelslid zowel lid is van de MR als van de GMR in het voortgezet onderwijs, heeft het lid recht op 160 uur per jaar. De uren zijn verder als volgt:

Primair onderwijsMRGMROPR
Lid606060
Voorzitter808060
Secretaris60 (80 als ouders vz. Is)60 (80 als ouder vz. Is)60
Voortgezet onderwijsMRGMR
Lid100100
Voorzitter250250
Secretaris150150

Over scholing is in de cao po opgenomen dat een personeelslid van de MR recht heeft op drie dagen scholing in twee jaar. Voor het voortgezet onderwijs is dit per jaar vijf dagen scholing en vorming, dat mede in lestijd plaats kan vinden. In het reglement kan deze facilitering als volgt worden opgenomen: een personeelslid van de MR heeft een vrijstelling van de reguliere taken voor x aantal uren. Deze uren maken deel uit van het taakbeleid.


Facilitering in geld ouders en leerlingen

Ouders in de MR kunnen een vergoeding krijgen voor hun werkzaamheden in de MR (artikel 28 lid 4 WMS). Dat kan een bepaald bedrag per bijgewoonde vergadering zijn (vacatievergoeding), maar dit kan ook een bedrag op jaarbasis zijn. Daarnaast is het gebruikelijk dat onkosten die door ouders worden gemaakt, bijvoorbeeld voor het inhuren van een oppas om MR-vergaderingen bij te kunnen wonen of gemaakte reiskosten, worden vergoed. Ook kosten als het thuis printen van vergaderstukken kunnen hieronder vallen.

Naast het geven van geld kan het ook prettig zijn voor bij de school betrokken ouders een andere blijk van waardering krijgen. Bijvoorbeeld een aardigheid met kerst of een borrel voor deze ouders kan een goede geste zijn. Het voornemen hiertoe behoort eveneens thuis in de faciliteitenregeling. Voor leerlingen kan een regeling worden getroffen in de vorm van vrijstelling van bepaalde onderdelen van vakken, zoals het profielwerk stuk. Op scholen is het gebruikelijk dat leerlingen tevens een geldelijke beloning krijgen voor hun werkzaamheden.


Overige faciliteiten

Naast bovengenoemde faciliteiten kan de MR in overleg met het bevoegd gezag een ambtelijk secretaris aanstellen (artikel 28 lid 5 WMS). Vooral voor de GMR kan dit een heel handige aanvulling zijn op het werk van de secretaris van de GMR. Een ambtelijk secretaris zorgt ervoor dat de agenda en stukken voor vergaderingen op tijd worden verzonden, is het aanspreekpunt voor alle (G)MR-leden binnen de stichting en zijn een belangrijke factor voor continuïteit voor medezeggenschap. Ook zorgt een ambtelijk secretaris ervoor dat gekozen (G)MR-leden zich meer op hun kerntaken kunnen focussen, en de randvoorwaarden door de ambtelijk secretaris geregeld worden.

Daarnaast stelt de wet ook dat het bevoegd gezag de MR het gebruik toe moet staan van de voorzieningen waarover het kan beschikken en die de medezeggenschapsraad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft (artikel 28 lid 1 WMS). Dit betekent onder meer dat de MR gebruik kan maken van een adequate vergaderruimte, printfaciliteiten en koffie. Ook betekent dit dat voor het contact met de achterban de MR moet kunnen beschikken over een lijst met e-mailadressen van alle ouders en personeelsleden.


Faciliteiten en MR

Er zijn zoals hierboven geschetst een aantal zaken waar de MR wettelijk recht op heeft. Andere zaken kunnen MR en bevoegd gezag samen afspraken over maken, of bepaalt het bevoegd gezag zelf. Al deze afspraken samen worden opgenomen in het medezeggenschapsstatuut, of in een faciliteitenregeling als bijlage van het medezeggenschapsstatuut (artikel 22e WMS). Het bevoegd gezag stelt het medezeggenschapsstatuut op en de GMR moet hier met minstens twee derde meerderheid mee instemmen (artikel 21 WMS).

Het medezeggenschapsstatuut met faciliteitenregeling wordt opgesteld op niveau van de stichting. Het is ook mogelijk dat op schoolniveau de MR nadere afspraken maakt met de directie over faciliteiten voor de MR. Bijvoorbeeld om op schoolniveau een vacatievergoeding toe te kennen voor ouders en leerlingen, als dit in het statuut niet is geregeld. Wel is het aan te raden dergelijke afspraken voor alle MR’s binnen de stichting gelijk te regelen, om ongelijke situaties te voorkomen.


VOO en faciliteitenregeling

De VOO heeft veel ervaring met het beantwoorden van vragen die MR-leden over hun rechten op gebied van faciliteiten hebben. Via de VOO Helpdesk voor leden beantwoorden onze medezeggenschapsspecialisten dagelijks vragen over onderwijs en medezeggenschap. Als u een vraag heeft over de faciliteiten voor de MR, word dan lid van de VOO en neem contact op met onze helpdesk.

Heeft de MR discussie met het bevoegd gezag of bepaalde kosten wel of niet vergoed worden en weigert het bevoegd gezag bepaalde kosten te voldoen, dan kunnen we de MR helpen middels onze VOO Servicekaart. Een onafhankelijk expert op gebied van medezeggenschap denkt met de situatie mee en geeft advies. Meer informatie vindt u op de pagina begeleiding.

  • Bedragen voor facilitering

    De wet stelt dat er vanuit de overheid bekostiging is voor het voor het uitoefenen van activiteiten in het kader van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). De overheid kent een basisbedrag per school en een basisbedrag per leerling toe, per jaar. Let wel: deze bedragen betekenen niet dat de MR maximaal deze bedragen mag spenderen. Net als voor alle andere zaken heeft de school één pot met geld en worden de gelden niet geoormerkt. Zo heeft ook de directie geen maximum voor de hoeveelheid scholing die hij/zij mag volgen of een maximum aan inhuur van externe deskundigen.

    1 – Leerlingafhankelijke PvE’s

    Allereerst zijn er bedragen opgenomen afhankelijk van het aantal leerlingen dat een school heeft.

    • Basisonderwijs (regulier): 20,80 + 3,04 x [aantal leerlingen]
    • Basisonderwijs (speciaal): 476,80
    • Voortgezet onderwijs (regulier): geen bedragen – redelijkerwijs basisonderwijs (regulier) van toepassing
    • Voortgezet onderwijs (speciaal): geen bedragen – redelijkerwijs basisonderwijs (speciaal) van toepassing

    2 – Bedragen uit de cao po

    Daarnaast heeft formeel de personeelsgeleding van de (G)MR recht op een vast bedrag, o.b.v. het aantal leerlingen van de school. Deze afspraken zijn in de cao van het primair onderwijs opgenomen. In de cao van het voortgezet onderwijs zijn hier geen afspraken opgenomen.

    Aantal leerlingenBasisonderwijsSpeciaal basis en speciaal voortgezet onderwijs
    0 tot 250 leerlingen€927€1.008
    250 tot 750 leerlingen€1.545€1.679
    750 tot 1250 leerlingen€2.163€2.351
    1250 of meer leerlingen€2.780€3.023

    De werkgever stelt voor de PGMR per deelnemende school de volgende faciliteiten beschikbaar:

    • Scholen voor basisonderwijs: €1.545 in het betreffende schooljaar;
    • Scholen voor speciaal basisonderwijs en scholen voor speciaal en/of voortgezet speciaal onderwijs: €1.679 in het betreffende schooljaar.

    Totale bedragen

    Middels bovenstaande bedragen valt een rekensom vast te stellen voor de bedragen waar de (G)MR recht op heeft. Dit is als volgt:

    Regulier basisonderwijs en voortgezet onderwijs

    • MR, 0-250 leerlingen: 948 + 3,04 x [aantal leerlingen]
    • MR, 250-750 leerlingen: 1.566 + 3,04 x [aantal leerlingen]
    • MR, 750-1250 leerlingen: 2.184 + 3,04 x [aantal leerlingen]
    • MR, 1250 of meer leerlingen: 2.801 + 3,04 x [aantal leerlingen]
    • GMR, ongeacht leerlingen: 1.566

    Speciaal basisonderwijs en speciaal voortgezet onderwijs

    • MR, 0-250 leerlingen: 1.484,80
    • MR, 250-750 leerlingen: 2.155,80
    • MR, 750-1250 leerlingen: 2.827,80
    • MR, 1250 of meer leerlingen: 3.499,80
    • GMR, ongeacht leerlingen: 2.155,80


Janny Arends
Senior beleidsadviseur

Janny is senior beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap.

Meer over Janny

MR Start

MR Start is dé basiscursus voor het werk als MR-lid in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs!

Bekijk cursus

Raadpleeg de helpdesk

Voor al uw vragen kunt u terecht bij de VOO helpdesk.

Helpdesk

Reactie van de VOO op het rapport ‘Grenzen stellen, ruimte laten’ van de Onderwijsraad In het rapport ‘Grenzen stellen, ruimte laten’ poogt de Onderwijsraad in het licht van de democratische rechtsstaat de gren ...



Ouders van schoolgaande kinderen -en zeker als die naar de middelbare school gaan- weten het: er komen nogal wat kosten bij kijken. Eerder schreef ik al over de vrijwillige ouderbijdrage en  ...