Doelstellingen en activiteiten

Home - Over VOO - Doelstellingen en activiteiten

De Vereniging Openbaar Onderwijs zet zich in voor het openbaar onderwijs en streeft een onderwijssysteem na waarin kinderen van ouders uit dezelfde buurt samen met elkaar naar school gaan en met en van elkaar leren. Het credo van de VOO is dan ook: samen leven, samen leren.


Doelstellingen

De Vereniging voor Openbaar Onderwijs (VOO) wil dat elke school in Nederland een buurtschool is. In die school komen alle kinderen uit de buurt samen om met elkaar en van elkaar te leren. Hoogachtend de levensbeschouwelijke, sociaaleconomische of culturele achtergrond van de leerling. Dat betekent dat je jouw achtergrond in de school meeneemt en deelt met anderen, en je tegelijkertijd leert wat de achtergronden van andere leerlingen zijn. Hoe het onderwijs eruit ziet, dat is aan personeel, ouders en schoolleiding om samen met elkaar keuzes in te maken.

Om deze doelstellingen te bereiken, houdt de vereniging zich enerzijds bezig met het voeren van gesprekken over dergelijke thema’s. Met de landelijke politiek, collega-onderwijsorganisaties en iedereen in het onderwijsveld. Daarnaast helpen we scholen met het goed vormgeven van medezeggenschap met als uitgangspunt: goede medezeggenschap zorgt voor beter onderwijs.


Activiteiten

De VOO zet zich in voor het verbeteren van het onderwijs. We adviseren MR’s, besturen en raden van toezicht, bieden cursussen aan en delen onze kennis die we sinds 1866 hebben opgedaan.

Onze activiteiten:

  • We bieden cursussen aan voor medezeggenschapsraden, ouderraden, bestuurders en schoolleiders.
  • We geven advies aan medezeggenschapsraden, besturen en raden van toezicht.
  • Via onze helpdesk staan VOO-adviseurs elke dag klaar om vragen van onze leden over onderwijs en medezeggenschap te beantwoorden.
  • We verzorgen gratis webinars over belangrijke thema’s voor het onderwijs. Een aantal van deze webinars is hier terug te zien.
  • Wekelijks brengen we met OnderwijsActueel het laatste onderwijsnieuws.
  • In de kennisbank is veel informatie te vinden over medezeggenschap en onderwijs.
  • Met onderzoeken brengen we de stand van zaken en meningen in kaart.
  • We brengen nieuwsbrieven uit om men op de hoogte te houden van actuele ontwikkelingen.
  • Als vereniging leggen we verantwoording af aan onze leden via jaarverslagen. Elk half jaar organiseren we een ledenvergadering.

Vragen over onze activiteiten? Neem dan contact op.


Thema’s

Lees hier over onze visie en standpunten van de drie hoofdthema’s van de vereniging: medezeggenschap, kansengelijkheid en openbaar onderwijs.

  • Thema 1: Medezeggenschap

    De VOO zet zich in voor een stevigere positie van medezeggenschap op school. Dat doen we enerzijds door het aanbieden van onze cursussen, begeleiding en de helpdesk, maar ook door mee te denken over ontwikkelingen in het land.

    Vanuit historisch oogpunt heeft de VOO – ontstaan in 1866 – al veel kunnen bereiken op gebied van medezeggenschap. Zo stond de VOO aan de wieg van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) die onder meer regelt welke instemmings- en adviesbevoegdheden de WMS heeft.

    Lees op deze pagina meer over de visie en standpunten van de VOO op gebied van medezeggenschap.


    Onze visie

    Een school is de samenleving in het klein. Personeel, ouders en (in het voortgezet onderwijs) leerlingen met allerlei verschillende achtergronden, wensen en belangen hebben allemaal hun eigen rol bij de school. En de medezeggenschapsraad (MR) is waarin deze groepen samenkomen en samen met elkaar en met de schoolleiding praten over wat goed is voor de toekomst van de school.

    Doordat de MR de gemeenschap op school vertegenwoordigt, draagt medezeggenschap bij aan draagvlak bij besluiten die over de school worden genomen. Besluiten worden beter en daarmee wordt ook de kwaliteit van het onderwijs beter, dankzij het bestaan van medezeggenschap. Ouders krijgen de mogelijkheid om te participeren bij de beleidskeuzes die worden gemaakt, personeel heeft meer inspraak over hun eigen werkzaamheden en leerlingen kunnen laten weten wat zij graag anders zouden willen zien aan de school.

    De VOO heeft dan ook als een van zijn belangrijkste doelstellingen om medezeggenschap te ondersteunen en te versterken. Met goede ondersteuning functioneert de medezeggenschap en daarmee ook de school aanzienlijk beter. We ondersteunen MR’s door cursussen, begeleiding en onze helpdesk. Ook denken we landelijk mee over (wettelijke) verbeteringen op het gebied van medezeggenschap.


    Onze standpunten

    1. Momenteel wordt er bij opleidingen voor schoolleiders niet of nauwelijks informatie over medezeggenschap besproken. Terwijl voor goede medezeggenschap zowel een MR als schoolleider nodig is die begrijpen wat medezeggenschap betekent. Daarom moet kennis van medezeggenschap onderdeel worden van het beroepsprofiel schoolleiders, en daardoor behandeld worden in de opleidingen voor schoolleiders.
    2. In een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) kunnen momenteel ook schoolleiders plaatsnemen. Tegelijkertijd heeft de schoolleider binnen de onderwijsorganisatie een heel andere rol dan andere personeelsleden. We zouden de positie van schoolleiders willen versterken door het overleg tussen bestuur en schoolleiders in wetgeving te verankeren, bijvoorbeeld met advies- en consultatierechten voor de schoolleiders. Schoolleiders hoeven dan geen plaats te nemen in de GMR, die is gereserveerd voor onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel, ouders en leerlingen. 
    3. Het toelatings- en verwijderingsbeleid valt momenteel onder het adviesrecht van de MR. Gezien de impact van de keuzes die in dit kader worden gemaakt, past het instemmingsrecht volgens ons beter. Tevens mist het schorsingsbeleid hierbij, dat we ook toegevoegd zouden willen zien. 
    4. De MR krijgt wat ons betreft een instemmingsrecht op de begroting, in plaats van het huidige adviesrecht over de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid. Het schoolplan en de (meerjaren)begroting zijn twee onderdelen die niet los van elkaar kunnen worden gezien. Op het schoolplan (de inhoudelijke keuzes) geldt al een instemmingsrecht. Het lijkt ons logisch dat ook voor de financiële vertaling van de inhoudelijke keuzes te doen. Tevens wordt via het formatieplan wordt de verdeling van ca. 80-85% van de gelden al ter instemming aan het personeel voorgelegd. 
    5. In medezeggenschapswetgeving wordt soms onderscheid gemaakt tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat de MR op sommige scholen helemaal geen instemmingsrechten heeft. Medezeggenschap zou ongeacht de denominatie van de school hetzelfde geregeld moeten zijn op elke school in Nederland, net zoals aan elke school in Nederland dezelfde eisen  worden gesteld op het gebied van onderwijskwaliteit. Omdat goede medezeggenschap zorgt voor betere onderwijskwaliteit, zouden deze regels ook gelijk moeten zijn. In individuele gevallen is het voor de MR al mogelijk om af te zien van het gebruikmaken van het instemmingsrecht. 
    6. Hoewel het schoolbestuur als het bevoegd gezag eindverantwoordelijk is voor alles wat er op scholen gebeurt, zijn het in de praktijk natuurlijk schoolleiders die de besluiten nemen over het schoolbeleid. Momenteel heeft de MR een adviesrecht over de aanstelling van de schoolleider, maar in het proces daarvoor hoeft de MR geheel niet betrokken te worden. Dat kan tot situaties leiden waarbij de MR adviseert een schoolleider niet aan te stellen, omdat de MR vindt dat de schoolleider niet goed bij de school past. Om dat te voorkomen willen we verplichten dat bij elke vacature voor schoolleider een profielschets wordt opgesteld, net zoals bij bestuurders en toezichthouders gebeurt. De MR behoort dan een adviesrecht te krijgen over dit competentieprofiel. Bij het adviesrecht over de aanstelling van de kandidaat kan de MR dan checken of de kandidaat voldoende past in het competentieprofiel. 
    7. Er komt wat de VOO betreft één landelijke verkiezingsweek voor medezeggenschapsraden. Daarmee kan er ook een landelijke campagne worden gestart waarmee het belang van medezeggenschap wordt benadrukt en waarin ouders worden opgeroepen om van zich te laten horen.
    8. 8. Steeds vaker ontstaan er kindcentra in Nederland waarin onderwijs en opvang geïntegreerd worden aangeboden. Dergelijke mooie initiatieven hebben echter geen wettelijke basis, en ook de medezeggenschap voor in kindcentra is niet goed geregeld. Er moet deugdelijke wetgeving komen over wat een kindcentrum is, welke vereisten ervoor gelden en ook hoe medezeggenschap in zo’n geval wordt ingericht.

  • Thema 2: Kansengelijkheid

    De VOO zet zich in om kansengelijkheid voor alle kinderen te bevorderen. Dat betekent dat elk kind dezelfde mogelijkheden zou moeten hebben om op school en in de samenleving mee te doen. Het onderwijs moet alle kinderen gelijke kansen bieden om zichzelf te ontwikkelen.

    Elk kind moet mee kunnen doen, of het nu een les Engels of een schoolreisje betreft. De VOO roept scholen en de overheid op te regelen dat geen enkel kind wordt uitgesloten van activiteiten omdat de ouders deze niet kunnen betalen.

    Ook streeft de VOO naar een onderwijssysteem waar kinderen de tijd en ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en niet vroegtijdig in een ‘hokje’ belanden. De invloed van sociaaleconomische of culturele achtergrond op de onderwijskansen van kinderen proberen we zo klein mogelijk te maken.

    Op 20 mei 2026 is ons jaarcongres met ditzelfde thema. Hoofdspreker is Louise Elffers, onder meer voorzitter van de Onderwijsraad, vertelt hoe zij aankijkt tegen kansengelijkheid in het onderwijs. Het programma van deze dag start met een lezing. Daarna volgen workshops.

    Lees op deze pagina meer over de visie en standpunten van de VOO op gebied van kansengelijkheid.


    Onze visie

    Samen leven en samen leren betekent niet alleen dat iedereen welkom is en zich welkom voelt. Maar ook dat het onderwijs voor iedereen toegankelijk is en voor iedereen dezelfde kansen biedt.

    Een belangrijke kernwaarde van het openbaar onderwijs is gelijkwaardigheid. Ieder mens is even waardevol en iedere stem telt. We zijn allemaal verschillend, met onze eigen visie, achtergrond en talenten, maar mogen wel rekenen op gelijke behandeling: voor de wet zijn we gelijk.

    Dat betekent niet dat het onderwijs er voor iedereen precies hetzelfde uit moet zien. Juist om ieder kind de kans te geven zich te ontwikkelen, moet het onderwijs voor sommige kinderen iets anders of meer doen. Kinderen moeten gelijke kansen krijgen, maar ook geholpen worden om die kansen te benutten.

    Het onderwijs kan niet elke maatschappelijke ongelijkheid oplossen. Wel moet er een einde komen aan systemen, regels en gebruiken waarvan bekend is dat ze de bestaande ongelijkheden in stand houden of vergroten.

    Zo worden kinderen op dit moment te vroeg voorgeselecteerd in hokjes (vmbo, havo, vwo) waar ze nog moeilijk uitkomen. Uit vele onderzoeken blijkt dat dit vooral nadelig is voor kinderen met een minder gunstige uitgangspositie, bijvoorbeeld met ouders met een lagere opleiding, een laag inkomen en/of een migratieachtergrond. Dit wordt versterkt doordat bij het schooladvies vaak ook onbewuste vooroordelen en verwachtingen een rol spelen.

    Ook hoge vrijwillige ouderbijdragen werpen drempels op. Sommige scholen vragen zulke hoge bijdragen dat het ouders afschrikt. Anderen sluiten nog steeds kinderen buiten van activiteiten wanneer de ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betaald hebben. Dit terwijl de bijdrage altijd vrijwillig moet zijn.

    De VOO maakt zich daarnaast grote zorgen om het hoge aantal leerlingen dat gebruikt maakt van ‘schaduwonderwijs’. Vooral hogeropgeleide ouders betalen voor aanvullend onderwijs voor hun kinderen en vergroten zo bestaande ongelijkheden. Het onderwijs, ook wanneer het extra aanbod betreft, moet voor alle leerlingen toegankelijk zijn, waarbij kinderen samen kunnen leren.


    Onze standpunten

    • De VOO pleit voor latere en minder rigide selectie op schoolniveau:
      • Alle scholen moeten alle schoolniveaus aanbieden
      • Alle scholen moeten brede brugklassen aanbieden
      • Doorstroom moet eenvoudiger worden met gelijke voorwaarden voor alle leerlingen
    • Scholen moeten beloond worden voor het bieden van kansen en niet afgerekend worden op resultaten wanneer zij hier risico’s in nemen.
    • De vrijwillige ouderbijdrage moet afgeschaft worden.
    • Geen enkel kind mag uitgesloten worden van activiteiten georganiseerd door de school, ook niet als de vrijwillige ouderbijdrage niet betaald is.
    • Huiswerkbegeleiding, examentrainingen of extra onderwijsprogramma’s als technasia, tweetalig onderwijs of plusklassen moeten voor iedereen toegankelijk zijn, ook zonder vrijwillige ouderbijdrage.
    • Voorkom ‘meer ruimte voor nieuwe scholen’ die zich richten op specifieke doelgroepen.
    • Elke school moet armoedebeleid opnemen in het schoolplan (onderzoek armoedebeleid op scholen).

  • Thema 3: Openbaar onderwijs

    De VOO bewaakt de idealen en de positie van het openbaar onderwijs. De openbare school heeft plaats voor ieder kind. In de wet heet dit ‘algemeen toegankelijk’. De openbare school is een ontmoetingsplaats en daarmee hét voorbeeld van ‘de samenleving in het klein’. Hier kunnen kinderen met verschillende achtergronden van jongs af aan samen leven en samen leren.  

    Daar waar het openbaar onderwijs onder druk staat, door krimp of andere demografische ontwikkelingen, zet de VOO zich in voor het behoud van openbare scholen.  

    De VOO streeft uiteindelijk naar actief pluriforme scholen in elke buurt, waar alle kinderen uit die buurt samen met elkaar naar school gaan en waar de achtergronden van de leerlingen uitgangspunt vormen voor gesprek en leren.

    Lees op deze pagina meer over de visie en standpunten van de VOO op gebied van positie openbaar onderwijs.


    De openbare school is de school van en voor de samenleving. Zo geeft artikel 46 van de Wet op het Primair Onderwijs aan dat het openbaar onderwijs voor iedereen toegankelijk is, ieders godsdienst of levensbeschouwing eerbiedigt en bijdraagt aan “de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden”. Wanneer kinderen met verschillende achtergronden samen naar één school gaan, die goed invulling geeft aan deze opdracht, komt dit zowel de leerling als de samenleving ten goede. 

    Daarnaast hebben alle PO en VO scholen in Nederland de opdracht om kinderen voor te bereiden op het participeren in een pluriforme, democratische samenleving. Binnen het openbaar onderwijs wordt een open en positief-kritische houding bij leerlingen (zowel naar zichzelf als naar medeleerlingen) gestimuleerd. 

    De school geeft daarbij zelf het voorbeeld, door de manier waarop zij omgaat met de leerlingen, ouders, personeelsleden en de omgeving van de school. Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis en vaardigheden en het klaarstomen van leerlingen voor de maatschappij. Scholen hebben ook een maatschappelijke opdracht en worden geacht een bijdrage te leveren aan de samenleving en aan de directe omgeving waarin ze zijn gevestigd.  

    Artikel 23 van de Grondwet regelt de zorgplicht van de overheid voor het onderwijs én de vrijheid van onderwijs. Openbaar onderwijs moet voor ieder kind laagdrempelig beschikbaar zijn. De zorgplicht van de overheid voor het openbaar onderwijs moet wat de VOO betreft zeker behouden blijven en zelfs omgevormd worden tot het expliciete recht op kosteloos funderend onderwijs. De vrijheid van onderwijs moet echter ingeperkt worden daar waar het leidt tot scholen die hun onderwijs baseren op één enkele levensbeschouwing, of op basis hiervan zelfs kinderen of leerkrachten selecteren.

    Burgerschap en democratie

    De samenleving verandert zodanig dat leerlingen nieuws niet meer alleen via hun eigen netwerk (bijvoorbeeld ouders, vrienden, leerkrachten) tot zich nemen, maar ook via nieuwswebsites, -apps en andere sociale media. Leerlingen zijn in een zekere mate vrij om de informatie te kiezen die tot hun komt. Ze kunnen steeds meer verschillende opinies lezen en vormen ook zelf een mening over actuele gebeurtenissen. Het is belangrijk dat leerlingen niet alleen zelf hun mening vormen, maar deze ook kunnen uitdragen, erover in discussie kunnen gaan met anderen en hun mening kunnen wijzigen mocht daar aanleiding toe zijn. De school is bij uitstek de plek daarvoor. In het onderwijs moet ruimte zijn om actuele ontwikkelingen met elkaar te bespreken, te verklaren en te bekritiseren.

    ‘Samen leven, samen leren’ is met reden het motto van de VOO. De VOO streeft een onderwijssysteem na waarin kinderen van ouders van alle gezindten met elkaar naar school gaan, met elkaar leven en dus ook met elkaar leren. De school is zodoende de maatschappij in het klein. Leren van elkaar betekent ook met elkaar te praten over wat er in de wereld gebeurt, elkaars standpunten te leren begrijpen en onderlinge conflicten op te lossen.

    Burgerschap is dan ook terecht een steeds belangrijker wordend thema, zowel voor de politiek als voor scholen. Steeds vaker dringt het besef door dat de ontwikkeling van democratische en kritische burgers begint in het funderend onderwijs. De VOO vindt dat juist op scholen er voldoende ruimte moet zijn om te kijken naar en te reflecteren op onze samenleving, omdat daar zoveel verschillende achtergronden, meningen en overtuigingen samenkomen.

    Het onderwerp burgerschap dient wat de VOO betreft op school op twee manieren benaderd te worden. Ten eerste als schoolvak, waarbij leerlingen les krijgen over hoe onze samenleving is ingericht op het gebied van politiek, religie, samenleving, economie, enzovoorts. Tijdens dit schoolvak (maatschappijleer/burgerschap) is ruimte om theoretische kennis over te brengen en discussies te voeren over de huidige maatschappij. Daarbij leren leerlingen ook de vaardigheden die hiervoor nodig zijn, zoals luisteren, begrip voor elkaar tonen en het kunnen inleven in de standpunten van anderen.

    “I believe that the school must represent present life – life as real and vital to the child as that which he carries on in the home, in the neighborhood, or on the playground” – John Dewey (My Pedagogic Creed)

    Ten tweede dient burgerschap niet alleen op te houden zodra de les maatschappijleer/burgerschap voorbij is, maar dient het een onderwerp van aandacht te zijn in de school als geheel. Een democratisch georganiseerde school draagt bij aan goed burgerschapsonderwijs voor kinderen. Learning by doing is in dit kader een belangrijke onderwijskundige theorie. Door leerlingen zelf te laten ervaren en verantwoordelijkheid te geven, leren ze het beste hoe de samenleving in elkaar zit en hoe zij zich daartoe willen verhouden.

    Dit kan bijvoorbeeld via de medezeggenschapsraad (MR) en een leerlingenraad die serieus genomen wordt. Maar het kan vooral ook door middel van de juiste manier van conflictoplossing, gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel voor de school en vertrouwen aan personeel, ouders en leerlingen om zoveel mogelijk kritisch-constructief bij te dragen aan de democratische school. Op die manier zorgen we ervoor dat kinderen niet alleen zich vormen als persoon, maar zichzelf ook weten te positioneren in de samenleving.

    Actieve pluriformiteit en diversiteit

    Het openbaar onderwijs heeft een bij wet vastgelegde ‘actief pluriforme opdracht’: “Het onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.” (Artikel 46 WPO en 42 WVO). Lees hier meer over de positie van het openbaar onderwijs 

    Actieve pluriformiteit gaat over het herkennen, erkennen, waarderen, benutten en ondersteunen van de in een samenleving (en daarbuiten) aanwezige diversiteit. Het betekent ook aandacht en interesse hebben voor de ander en in gesprek gaan over verschillen en overeenkomsten. Dat vraagt om een actieve rol van de school en alle betrokkenen: samen creëren zij ruimte voor diversiteit en dialoog en dragen zij bij aan het benutten van ieders inbreng. Zo wordt de school een echte ontmoetingsplaats.

    Openheid, ontmoeting en de dialoog vormen de wezenlijke kenmerken van de openbare school. Op de openbare school wordt een positief pedagogisch klimaat gecreëerd waarin iedere leerling en leerkracht zich met zijn eigen unieke achtergrond gewaardeerd en gerespecteerd voelt. Leerlingen leren er samen nadenken vanuit een vragende houding, leren luisteren naar elkaar en leren zich verplaatsen in een ander.

    Dit is van belang voor het ontwikkelen van de eigen identiteit én voor het ontwikkelen van relaties en het vormgeven aan de democratische samenleving. Leerlingen leren zorg dragen voor anderen en gaan op zoek naar de eigen wijze waarop zij zich tot de samenleving kunnen en willen verhouden. Goed burgerschapsonderwijs en een democratische cultuur op school dragen hier in belangrijke mate aan bij.

    Actieve pluriformiteit betekent voor een leerkracht dat deze in staat en bereid moet zijn diverse stromingen onbevooroordeeld naar voren te brengen. Zij laat leerlingen kennismaken met veel verschillende bronnen, verhalen, visies en manieren van leven. Kritisch bewustzijn van de eigen politieke, maatschappelijke en levensbeschouwelijke opvattingen is een noodzakelijke voorwaarde voor een actief pluriforme benadering. Lees in deze brochure meer over de rol van de leerkracht bij het vormgeven van actieve pluriformiteit op school.


    Onze standpunten

    • De VOO kiest voor elke school een school voor de hele buurt. Dit betekent dat alle kinderen uit dezelfde buurt samen naar school gaan.
    • Zolang dat er niet is, zou de laatste school in een gemeente en de eerste school in een nieuwbouwwijk moet altijd een openbare school zijn. 
    • Het recht op gratis funderend onderwijs moet vastgelegd worden in de Grondwet.  
    • Algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid moeten voorwaarde voor bekostiging zijn voor ál het primair en voortgezet onderwijs: alle leerlingen en leerkrachten zijn welkom op alle scholen. 
    • Artikel 46 WPO en 42 WVO, die nu alleen voor het openbaar onderwijs gelden, moeten van toepassing zijn op alle scholen: “Het onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.” 

    Burgerschap en democratie

    Hier vind je de VOO-standpunten over dit thema. Heb je een vraag over een van onze standpunten? Neem dan contact op met de VOO.

    • Elke school stelt een burgerschapsvisie op, waarin uiteen wordt gezet hoe de school democratische waarden in de school tot uiting laat komen. Deze visie wordt opgenomen in het schoolplan en daarmee ter instemming voorgelegd aan de MR.
    • Scholen werken toe naar democratisch georganiseerde scholen, waarbij ouders, leerlingen en personeelsleden een belangrijke bijdrage leveren aan de besluitvorming op school .
    • Vanaf het eerste tot aan het laatste jaar in het voortgezet onderwijs krijgen leerlingen minstens twee uur burgerschap/maatschappijleer als vak per week.
    • Maatschappijleer/burgerschap wordt een vak voor het centraal eindexamen (CE) op middelbare scholen.
    • Er wordt een impuls gegeven aan de leesvaardigheid van jongeren, want kritisch-maatschappelijk denken begint bij een goed begrip van de huidige status quo.
    • Op elke basisschool functioneert een leerlingenraad die serieus genomen wordt door de leiding van de school.
    • Op elke middelbare school functioneert een leerlingenraad, conform de afspraken van de VO-raad en het LAKS.

    Actieve pluriformiteit en diversiteit

    • De VOO wil dat alle kinderen uit dezelfde buurt samen met elkaar naar school gaan: Samen leven, samen leren. 
    • Levensbeschouwelijk onderwijs is juist ook in het openbaar onderwijs van belang: leerlingen moeten kennis maken met en in gesprek gaan over verschillende visies op het leven. 
    • Godsdienstig- en humanistisch vormingsonderwijs wordt bij voorkeur aangeboden in een vorm waarbij leerlingen samen leren over verschillende levensbeschouwelijke stromingen. 
    • Artikel 46 WPO en 42 WVO, die nu alleen voor het openbaar onderwijs gelden, moeten van toepassing zijn op alle scholen: “Het onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.” 


Marco Frijlink

Marco Frijlink

Voorzitter

Marco is sinds 2019 voorzitter van de VOO, waar hij zich in het bijzonder bezighoudt met het goed functioneren van de vereniging.

Meer over Marco
Bram Buskoop

Bram Buskoop

Beleidsadviseur

Bram werkt sinds 2019 als beleidsadviseur bij de VOO, waar hij zich in het bijzonder bezighoudt met medezeggenschap en de website.

Meer over Bram
Eddy Habben Jansen

Eddy Habben Jansen

Beleidsadviseur

Eddy werkt sinds 2021 als beleidsadviseur bij de VOO, waar hij zich in het bijzonder bezighoudt met openbaar onderwijs en politieke kwesties.

Meer over Eddy

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en nuttige updates*

De Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) maakt zich zorgen over de toekomst van het openbaar onderwijs in Nederland. Ook in Breukelen staat het openbaar onderwijs onder druk. Het schoolbestuur van RSG Broklede wil de laatste openbare school voor voortgezet onderwijs in de gemeente omzetten naar een algemeen bijzondere school. De VOO heeft hierover een bezorgde brief gestuurd aan de gemeenteraad van Stichtse Vecht en roept op het openbaar karakter van de school te behouden.



De VOO heeft twee introductievideo's over medezeggenschap ontwikkeld. Als (G)MR kun je deze video's gebruiken om jouw achterban uit te leggen hoe medezeggenschap werkt. Zet de video met de YouTube-link op jouw (G)MR-pagina op de website van de school. Zo laat je makkelijk en snel zien waarom medezeggenschap belangrijk is!



Kapelstraat 33
1404 HV Bussum