Positie openbaar onderwijs

De VOO bewaakt de idealen en de positie van het openbaar onderwijs. De openbare school heeft plaats voor ieder kind. In de wet heet dit ‘algemeen toegankelijk’. De openbare school is een ontmoetingsplaats en daarmee hét voorbeeld van ‘de samenleving in het klein’. Hier kunnen kinderen met verschillende achtergronden van jongs af aan samen leven en samen leren.  

Daar waar het openbaar onderwijs onder druk staat, door krimp of andere demografische ontwikkelingen, zet de VOO zich in voor het behoud van openbare scholen.  

De VOO streeft uiteindelijk naar ontmanteling van het verzuilde onderwijssysteem en bevordert ontwikkelingen die leiden tot actief pluriforme scholen, die open staan voor alle leerlingen en alle levensovertuigingen. Dit ideaal noemen wij SCHOOL!.  

Lees op deze pagina meer over de visie en standpunten van de VOO op gebied van positie openbaar onderwijs.

  • Onze visie

    De openbare school is de school van en voor de samenleving. Zo geeft artikel 46 van de Wet op het Primair Onderwijs aan dat het openbaar onderwijs voor iedereen toegankelijk is, ieders godsdienst of levensbeschouwing eerbiedigt en bijdraagt aan “de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden”. Wanneer kinderen met verschillende achtergronden samen naar één school gaan, die goed invulling geeft aan deze opdracht, komt dit zowel de leerling als de samenleving ten goede. 

    Daarnaast hebben alle PO en VO scholen in Nederland de opdracht om kinderen voor te bereiden op het participeren in een pluriforme, democratische samenleving. Binnen het openbaar onderwijs wordt een open en positief-kritische houding bij leerlingen (zowel naar zichzelf als naar medeleerlingen) gestimuleerd.  

    De school geeft daarbij zelf het voorbeeld, door de manier waarop zij omgaat met de leerlingen, ouders, personeelsleden en de omgeving van de school. Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis en vaardigheden en het klaarstomen van leerlingen voor de maatschappij. Scholen hebben ook een maatschappelijke opdracht en worden geacht een bijdrage te leveren aan de samenleving en aan de directe omgeving waarin ze zijn gevestigd.  

    Het karakter van de openbare school wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kernwaarden van het openbaar onderwijs: 

    Iedere leerling welkom  

    Dit is het fundament van het openbaar onderwijs. ‘Iedere leerling welkom’ betekent dat kenmerken als afkomst, levensovertuiging, seksuele geaardheid en etniciteit nooit een rol spelen bij het al dan niet toelaten van een kind.  

    Iedereen benoembaar  

    Net zoals elk kind, is ook elke leerkracht op de openbare school welkom. De openbare school staat open voor iedereen, ongeacht levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid. Aan leraren wordt echter wel de eis gesteld dat zij kunnen en zullen handelen overeenkomstig de beginselen van het openbaar onderwijs. 

    Wederzijds respect  

    De school als afspiegeling van de samenleving betekent diversiteit binnen de school. Ouders, leerlingen en personeel gaan respectvol met elkaars opvattingen en levensbeschouwelijke overtuigingen om. De pluriformiteit wordt aangegrepen om van elkaar te leren en het onderlinge begrip te bevorderen. Een persoonlijke overtuiging wordt op de openbare school nooit als de enige ware of de beste gepresenteerd. Noch door ouders en leerlingen, noch door personeelsleden. Dit betekent overigens niet dat alle ideeën getolereerd hoeven te worden. Wederzijds respect is hierbij altijd het uitgangspunt.  

    Waarden en normen  

    Wederzijds respect wordt mede vormgegeven door expliciete aandacht voor levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden en normen. Het openbaar onderwijs gaat uit van de beginselen van de democratische rechtstaat, zoals vastgelegd in de (Grond-)wet en internationale verdragen. Juist met het oog op de aanwezige diversiteit moet ook het belang van de verworvenheden van onze democratie aan de orde komen. Deze vormen de kaders waarbinnen de pluriformiteit tot zijn recht kan komen en bieden ruimte voor de opvattingen en uitingen van minderheden.  

    Van en voor de samenleving  

    ‘De school van en voor de samenleving’ geeft het karakter van het openbaar onderwijs goed weer. De aandacht is nadrukkelijk niet alleen naar binnen gericht maar ook naar buiten. Openbare scholen maken steeds meer werk van hun verantwoordelijkheid jegens de samenleving. Ze stimuleren de actieve participatie en betrokkenheid van ouders en kinderen bij alles wat zich op en om de school afspeelt en geven zo een voorbeeld van goed burgerschap.  

    Levensbeschouwing en godsdienst  

    Diversiteit van levensbeschouwing is een gegeven in onze samenleving. De openbare school besteedt hier actief aandacht aan en biedt daarnaast ruimte en gelegenheid voor het geven en volgen van levensbeschouwelijk vormingsonderwijs of godsdienstonderwijs. De invulling van dit onderwijs valt niet onder de verantwoordelijkheid van de school, maar ligt bij externen zoals een kerkgenootschap of andere instellingen met een levensbeschouwelijke grondslag.  

    Artikel 23 van de Grondwet regelt de zorgplicht van de overheid voor het onderwijs én de vrijheid van onderwijs. Openbaar onderwijs moet voor ieder kind laagdrempelig beschikbaar zijn. De zorgplicht van de overheid voor het openbaar onderwijs moet wat de VOO betreft zeker behouden blijven en zelfs omgevormd worden tot het expliciete recht op kosteloos funderend onderwijs. De vrijheid van onderwijs moet echter ingeperkt worden daar waar het leidt tot scholen die hun onderwijs baseren op één enkele levensbeschouwing, of op basis hiervan zelfs kinderen of leerkrachten selecteren.

  • Onze standpunten

    • De VOO kiest voor School!. Dit betekent dat alle kinderen, ongeacht religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond van ouders, samen met elkaar naar school gaan: Samen leven, samen leren. 
    • Algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid moeten voorwaarde voor bekostiging zijn voor ál het primair en voortgezet onderwijs: alle leerlingen en leerkrachten zijn welkom op alle scholen.  
    • Er mogen geen nieuwe scholen gesticht worden op religieuze grondslag 
    • De laatste school in een gemeente en de eerste school in een nieuwbouwwijk moet altijd een openbare school zijn. 
    • Het recht op gratis funderend onderwijs moet vastgelegd worden in de Grondwet.  
    • Artikel 46 WPO en 42 WVO moeten gelden voor alle scholen: “Het onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.” 

Leone de Voogd
Beleidsadvies

Leone is beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met kansengelijkheid en identiteitsvraagstukken.

Meer over Leone

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

Lees ook

Op 27 november 2019 vond het jaarlijkse WMS Congres plaats. Op het congres is ruimte voor leden van medezeggenschapsraden en hun gesprekspartners om elkaar te ontmoeten, om workshops te volgen en om in gesprek ...