Nieuws

Column Marco: De vraag is niet of maar wanneer we stoppen met te vroeg selecteren

Gepubliceerd op: dinsdag 24 oktober 2023

De weerstand tegen de manier waarop wij leerlingen in het basisonderwijs al op 11-jarige leeftijd selecteren voor een vervolgopleiding groeit. En dat is goed, want we doen veel leerlingen tekort. Met de verkiezingen op komst lijkt er momentum te ontstaan om hier nu eindelijk echt iets tegen te doen.

Wat zeggen de experts over vroeg selecteren?

Vroeg selecteren in het onderwijs is slecht. Dat zegt niet alleen de VOO, dat zegt vrijwel elke respectabele organisatie die zich er serieus in heeft verdiept. De Onderwijsraad in 2021: ‘(…) leerlingen krijgen onvoldoende kans op onderwijs dat recht doet aan hun capaciteiten en ontwikkeling. (…) Nederland doet hiermee al jaren leerlingen tekort en de economie en de samenleving lopen talent mis. De raad adviseert: selecteer later en differentieer beter.’ De Sociaal Economische Raad ook in 2021: ‘Later selecteren dan op elf- of twaalfjarige leeftijd, zoals nu het geval is, moet de norm worden.’ De PO Raad. De VO Raad. En dan heb ik het nog niet over een lange lijst van wetenschappers, zoals bijvoorbeeld hoogleraar Louise Elffers, die in haar boek ‘Onderwijs maakt het verschil’, duidelijk maakt hoe diep in onze cultuur het indelen in vakjes is geworteld. Daar voegt zich recent nog een andere discussie bij, namelijk die over de vraag of we sowieso niet te veel zijn gericht op toetsen en te weinig op ontwikkeling van leerlingen, wat de roep om veranderingen op dit vlak alleen maar versterkt.

De voordelen van later selecteren

We kunnen er niet omheen. We moeten toe naar een systeem waarin selectie een veel minder prominente rol speelt en kinderen zich veel later specialiseren richting een specifieke vervolgopleiding. Dat ze elkaar daarbij langer dan nu in school blijven ontmoeten is een groot bijkomend maatschappelijk voordeel, zoals ook wordt benoemd door de NRO (Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek) in 2017: ‘Een driejarige brugperiode helpt ‘bubbels’ van cognitief sterke leerlingen te voorkomen of kan deze doorbreken. Zo ontwikkelen ook deze leerlingen kennis en sociale vaardigheden waarmee zij goed beslagen ten ijs komen in de samenleving.’

Tegenargumenten en zorgen

Als je dit op een rijtje ziet, vraag je je af waarom we nog discussiëren over de vraag óf aanpassingen nodig zijn. Dat lijkt te komen door twee zware tegenbewegingen. Een wordt gevormd door de vakbonden. Die zijn bang dat later selecteren leidt tot een grote stelselwijziging. Daar is iedereen in het onderwijs beducht voor, zeker nu er een enorm tekort aan leerkrachten is. Bovendien vraagt latere selectie om meer differentiatie voor leerlingen. Ook daarvoor geldt de vrees dat dat leidt tot extra werkdruk voor leerkrachten en die vrees is zeker niet ongegrond. Alleen zou dat niet moeten betekenen dat we het gesprek op dit moment uit de weg gaan. Tekorten op de arbeidsmarkt zijn eerder een extra argument voor verbetering van ons onderwijsbestel.

Uitdagingen en voorbeelden uit het buitenland

Ten tweede komt de weerstand van ouders van makkelijk lerende kinderen en van politieke partijen die menen die ouders te (moeten) vertegenwoordigen. Zij stellen dat die kinderen baat hebben bij zo vroeg mogelijke selectie, zodat zij kunnen doorleren op hun eigen niveau. Daarbij wordt vaak de suggestie gewekt dat dat alleen kan op categorale gymnasia of in homogene klassen, terwijl het ook in een brede verlengde brugklas heel goed mogelijk is om elk kind (per onderwerp) stof op het eigen -uitdagende- niveau aan te bieden. Terecht wijst Filosoof Warndorff (NRC, 16 september 2023) op de tamelijk elitaire British en American International Schools, waar alle kinderen de hele schooltijd bij elkaar in de klas zitten, maar wel gedifferentieerd onderwijs krijgen. Het kan dus wel degelijk.

Toekomstperspectief en ruimte voor dialoog

Als we het erover eens kunnen zijn dat vroege selectie te veel nadelen heeft, dan moeten we het daarover met elkaar hebben. We hoeven niet voor alles meteen een oplossing te hebben, want dat roept teveel weerstand op en staat een goede analyse in de weg. We hoeven het onderwijs ook niet meteen morgen al te veranderen. Laten we zeggen dat we in 2035 klaar willen zijn om het beter te doen. Dat biedt voldoende ruimte voor een gesprek over hoe we het dan wel willen doen, zonder dat dat meteen bedreigend is voor de deelnemers aan dat gesprek. 

Met de grote maatschappelijke vraagstukken waar we voor staan en de verkiezingen in aantocht kunnen we dit onderwerp niet langer negeren. In de verkiezingsprogramma’s die nu bekend zijn, spreken van de grote partijen alleen de VVD en de PVV zich echt uit tegen later selecteren. PvdA-GL, PvdD, CU, D66 en CDA pleiten voor later selecteren en/of brede brugklassen uit. Ook de BBB heeft zich hier eerder voor uitgesproken. Alles overziend lijkt de tijd rijp om bij de komende formatie de basis te leggen voor een nieuw systeem waarbij selectie wordt uitgesteld en het onderwijs -gedifferentieerd- zo goed mogelijk aansluit bij de talenten en ontwikkelingsfase van elk kind.

Marco Frijlink
Voorzitter

Marco is de voorzitter van de VOO en is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de vereniging.

Meer over Marco

MR Start

Compacte basiscursus voor beginnende MR-leden, bestaande uit één bijeenkomst.

Bekijk cursus

MR en Financiën

Over inkomsten, uitgaven en verantwoording van de school en de rol van de MR.

Bekijk cursus

Op 19 september vindt de eerste VOO Openbaar onderwijsborrel plaats in ons kantoor in hartje Bussum. Tijdens deze bijeenkomst kunnen we onder het genot van een hapje en een drankje bijpraten over de meest recente ontwikkelingen in het onderwijs.



Bij de Vereniging Openbaar Onderwijs heeft Janny Arends zich de afgelopen 26,5 jaar als senior beleidsadviseur elke dag gepassioneerd ingezet voor goede medezeggenschap op scholen in het primair en het voortgezet onderwijs. Zij deed en doet dit vanuit de overtuiging dat goed onderwijs alleen tot stand komt als allen die bij de school betrokken zijn, mee-richting geven aan het beleid van de school. Dat betekent dat ouders, personeelsleden en in het voortgezet onderwijs ook leerlingen een serieuze rol moeten kunnen spelen in de medezeggenschap.