Begroting

De begroting is naast het schoolplan een van de basissen voor het beleid op school. In de begroting wordt geld vrijgemaakt om het beleid van de school te betalen en is dus een zeer belangrijk document. Vaak wordt er ook wel gesproken van de ‘hoofdlijnen financieel beleid’.


Inkomsten en uitgaven

Als wordt gepraat over inkomsten en uitgaven van scholen gaat het om bekostiging en besteding. Bekostiging gaat om de door het Rijk jaarlijks berekende lumpsumbekostiging per school of groep scholen. Bestedingsinformatie gaat over waar de ontvangen middelen aan uitgegeven worden. Verantwoording over de inkomsten en uitgaven wordt gedaan in het jaarverslag.


Beleidsplannen

Als het goed is omvat ieder beleidsplan tevens een paragraaf waarin de financiële consequenties van het beleidsplan nader zijn uitgewerkt. Het gaat dan om de globale financiële gevolgen, de verwerking is onderdeel van het (meerjarig) financieel beleid en wordt in dat kader vastgesteld. Hiermee wordt duidelijk dat de medezeggenschapsrechten bij het meerjarig financieel beleid aan de orde zijn, met een concrete uitwerking van dat beleid in het eerstvolgende jaar. Een beleidsnotitie over beloningsbeleid kan bijvoorbeeld de voorwaarden nader aangeven waaraan voldaan moet worden en kan tevens aangeven dat voor dit beleid bestuursbreed een budget in de orde van € x,- nodig zal zijn. De exacte bedragen in de begroting worden echter nader vastgesteld. Of de bedragen worden meteen per school gespecificeerd.


Tijdspad

Een begroting op kalenderjaarbasis is gebruikelijk in het voortgezet onderwijs. In het primair onderwijs wordt deze nog regelmatig omgevormd tot een schooljaarbegroting. Daarnaast is het aan te bevelen een afgeleide begroting naar schooljaar te maken. Uitgaande van de laatste leerlingentelling op 1 oktober van ieder jaar kan de behandeling van het voorstel voor de meerjarenbegroting eind oktober/begin november gereed zijn. De begroting omvat ook de criteria voor de verdeling van de middelen over de scholen en laat daarom in feite ook al de begroting per school in concept zien.

De criteria voor de toedeling van de middelen over de scholen en bovenschools hoeven echter niet pas bij de begroting te worden voorgelegd en hoeven ook niet elk jaar aangepast te worden. Het is dan ook aan te bevelen om deze criteria afzonderlijk voor te leggen aan de GMR en liefst ruim van te voren. Als de criteria voor de toedeling naar de scholen al eerder zijn vastgesteld, kan de opbouw van de begroting van de gehele organisatie ook plaatsvinden door als vertrekpunt de conceptbegrotingen van de afzonderlijke scholen te nemen. In die benadering is het noodzakelijk dat de afzonderlijke scholen hun conceptbegrotingen tijdig indienen. Daarvoor is het noodzakelijk dat die conceptbegroting begin november bij het bovenschools management is ingeleverd.

Uiterlijk op de genoemde datum is het genoemde document beschikbaar.

DatumActiviteit en/of beleidsdocument
1 meiInformatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de toegekende Rijksmiddelen
1 juliJaarverslag
1 novemberBeleidsvoornemens + begroting

Begroting en de MR

De MR heeft verschillende rechten als het gaat over de financiën van het bevoegd gezag. In de WMS zijn het algemeen informatierecht van de MR en informatieplicht van het bevoegd gezag bij financiële beslissingen opgenomen, zoals de verdeling van de middelen over de scholen.

Allereerst heeft de MR informatierecht op gebied van het financieel beleid (artikel 8 WMS). Het is de plicht van het bevoegd gezag om informatie te verstrekken over de ontvangen en uitgegeven gelden en dit betekent dat de MR en niet zelf om hoeft te vragen. Het gaat hierbij om overzichtelijke informatie die voor de MR te begrijpen is waarbij dilemma’s en keuzes duidelijk worden toegelicht. Uiteindelijk hoort de MR als informatie te krijgen: (1) de begroting met toelichting en beleidsvoornemens, (2) het jaarverslag (voor 1 juli), (3) de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit de kas van het Rijk (voor 1 mei). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen afzonderlijke scholen en de voorzieningen op bovenschools niveau. De wet schrijft het bevoegd gezag niet voor op welk moment de begroting en de beleidsvoornemens aan de MR of GMR moeten worden voorgelegd, omdat elk bevoegd gezag zelf mag bepalen of het kalenderjaar dan wel het schooljaar leidend is.

Daarnaast heeft de (G)MR adviesrecht en dit is het belangrijkste recht met betrekking tot de financiën. De GMR heeft het recht advies te geven ten aanzien van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de scholen (artikel 16 lid 2 WMS) en de MR heeft het adviesrecht ten aanzien van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de eigen school (artikel 11 lid 1b WMS). Tevens geeft de GMR advies over de criteria die ten grondslag liggen aan de verdeling van middelen over de betreffende scholen (artikel 16 lid 2b WMS).

Elles Verschoor
Beleidsadviseur

Elles Verschoor is beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap en ouderparticipatie.

Meer over Elles

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

Lees ook

    30 jun 2020

    De afgelopen periode kregen we regelmatig te horen dat scholen bezig zijn met het wijzigen van de schooltijden voor het komende schooljaar. De VOO heeft haar handreiking hierover bijgewerkt. Schooltijd valt ond ...