Nieuws

Van leerplicht naar leerrecht 

Gepubliceerd op: woensdag 14 juni 2023

In 1901 werd in Nederland de leerplicht ingevoerd, door toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, Goeman Borgesius. Hij was tot 1897 (het jaar waarin hij minister werd) de voorzitter van onze vereniging, toen nog Vereeniging tot Bevordering van het Volksonderwijs in Nederland geheten, decennialang kortweg aangeduid met ‘Volksonderwijs’. De Vereeniging had zich de 35 jaar daarvoor met veel energie ingezet voor de totstandkoming van de leerplicht, omdat tot dan veel (arbeiders)kinderen, niet of bijna niet naar school gingen. Het streven naar kansengelijkheid ligt dus diep in ons DNA verankerd. 

De leerplicht heeft ons veel gebracht. Het is een van de belangrijke emanciperende maatregelen geweest die Nederland tot een welvarend en enigermate egalitair land heeft gemaakt. Na het kinderwetje van Van Houten (1874) en de leerplicht (1901) volgde het algemeen kiesrecht in 1919. In eerste instantie richtte de wet zich slechts op kinderen van 6 tot 12 jaar, zeg maar wat we nu kennen als het primair onderwijs (de basisschool). Later is de leerplicht uitgebreid tot hoe we hem nu kennen. Kinderen moeten naar school vanaf hun vijfde verjaardag en de leerplicht eindigt tussen hun 16e en 18e levensjaar, afhankelijk van het moment waarop zij een startkwalificatie bemachtigen (een diploma op minimaal mbo-2 niveau, of een havo- of vwo-diploma). De leerplicht is een belangrijke pijler onder het ideaal dat elk kind in Nederland zich naar vermogen moet kunnen ontwikkelen, ongeacht zijn of haar achtergrond. 

15.000 kinderen volgen, ondanks de leerplichtwet, geen onderwijs

Maar we zijn er nog niet. Anno 2023 lukt het ons niet ervoor te zorgen dat elk kind het onderwijs krijgt dat bij hem of haar past. In 2014 is de Wet passend onderwijs in werking getreden. Ambitie van die wet was elk kind een zo goed mogelijke plek in het onderwijs te bieden, zo dicht bij huis als redelijkerwijs mogelijk. Daartoe kregen scholen zorgplicht: vanaf aanmelding ligt de bal bij de school om ervoor te zorgen dat het kind een passend aanbod krijgt. Helaas is het nog geen doorslaggevend succes. Sterker nog, het aantal verwijzingen naar het speciaal onderwijs, lag in 2022 hoger dan in 2014, wat in elk geval niet past bij de hoop dat meer kinderen thuisnabij onderwijs zouden kunnen volgen. En het aantal thuiszitters is toegenomen tot maar liefst 15.000. 

15.000 kinderen volgen, ondanks de leerplichtwet, geen onderwijs. Zij zitten thuis, omdat het kennelijk niet lukt een match te maken tussen wat deze kinderen nodig hebben en wat scholen kunnen (of willen) bieden. Ondanks de meer dan 2 miljard euro die de samenwerkingsverbanden elk jaar over de scholen kunnen verdelen om kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte te helpen, lukt dat in minstens 15.000 gevallen niet. Opmerkelijk genoeg gaat dat in een groeiend aantal gevallen om kinderen die op grond van artikel 5a vrijstelling van de leerplicht hebben gekregen.  

De leerplicht is in Nederland verworden tot een ga-naar-school plicht

Vrijstelling krijg je als je op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt bent om tot een school of instelling (speciaal onderwijs) te worden toegelaten. En daar zit een belangrijk deel van het probleem. De leerplicht is in Nederland verworden tot een ga-naar-school plicht. En als je om wat voor reden dan ook niet past in het reguliere schoolregime, dan word je met artikel 5a in de hand dus uit ons mooie systeem gekieperd. Maar kan dat dan zomaar? Daar zal toch wel een zorgvuldige procedure voor zijn die ervoor zorgt dat alles wordt gedaan om dit te voorkomen? Het korte antwoord is nee. Het systeem is niet gericht op het voorkomen van het gebruik van artikel 5a. Sterker nog, het fungeert als een ventiel. De eerdergenoemde zorgplicht is in de praktijk voor veel kinderen een farce. Er bestaat hoegenaamd geen drukmiddel om scholen te bewegen hun best te doen. Ze beschrijven in hun ondersteuningsplan wat ze kunnen bieden en als dat niet past dan heeft het kind pech. Er moet een onafhankelijk arts worden betrokken, maar die moet beoordelen of de jongere geschikt is om tot een school of instelling te worden toegelaten. Die formulering in de wet zorgt er natuurlijk voor dat de inrichting en het aanbod van de school of de instelling leidend zijn. Past het kind daar niet bij, dan rest uiteindelijk artikel 5a. De gemeente moet zorgen voor dagbesteding en dat is het dan. Tot zover de ‘zorgplicht’ van scholen. En tot zover ‘passend onderwijs’. 

15.000 kleine drama’s

Nederland heeft zich gecommitteerd aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Daarin staat onder andere dat elk kind recht heeft op onderwijs ten behoeve van de ontwikkeling van zijn of haar persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens. Voor minstens 15.000 kinderen maken we deze verplichting dus in elk geval niet waar. En vergis je niet, dat zijn 15.000 kleine drama’s. Van ouders die jarenlang geprobeerd hebben een plekje voor hun kind te vinden. Geleurd, gesoebat, gesmeekt, maar het mocht niet baten. Onrust in die gezinnen, want veel mensen weten sinds corona hoe lastig het al is kinderen die geen extra ondersteuningsbehoefte hebben de hele dag te moeten helpen met hun ontwikkeling, dus ga maar na hoe het in deze gezinnen is.  

Initiatiefwet Verankering Leerrecht

Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66 (recent heeft hij afscheid genomen om verder te gaan als senator) heeft de handschoen opgepakt en kwam met een initiatiefwet Verankering Leerrecht dat inmiddels is overgenomen door zijn collega Jan Paternotte. Kern van dit wetsvoorstel is dat het kind als uitgangspunt wordt genomen, vanuit het idee dat elk kind zijn of haar persoonlijkheid talenten, geestelijke en lichamelijke vermogens kan ontwikkelen. Dat geldt voor autistische hoogbegaafde kinderen, waarvan er vele duizenden zonder onderwijs thuiszitten, tot kinderen voor wie het zelfstandig leren strikken van schoenveters al een belangrijke stap in zelfredzaamheid kan zijn. En hoe dat dan moet, dat is in dit wetsvoorstel niet het probleem van het kind en de ouders, maar van de onderwijs- en betrokken zorginstellingen.  

Neem de kinderen als uitgangspunt, en niet de scholen

Ik ben ervan overtuigd dat de enige manier om werkelijk wat te bereiken voor deze steeds groter wordende groep is het perspectief om te keren, zoals in deze wet gebeurt. Neem de kinderen als uitgangspunt, en niet de scholen. Natuurlijk is het lastig voor scholen die zich van oudsher organiseren op de grote gemene deler. Dat snap ik echt wel. Maar we belijden nu al decennia met de mond dat iedereen ertoe doet, en dat we samen naar school willen en dat elk kind rechten heeft en wat al niet meer zij. Maar. Het. Werkt. Niet. Net als bij het toeslagschandaal en het compenseren van de Groningers, worden de individuele gevallen vermalen in de regels. Regels die gemaakt worden om te voorkomen dat er onrecht wordt gedaan. Dat iemand iets krijgt waar hij geen recht op heeft. Of dat iemand iets moet doen waar die niet toe uitgerust is. Of dat het collectief er last van gaat krijgen.  

Als we toeslagouders (én hun kinderen), gedupeerde Groningers of 15.000 thuiszittende kinderen echt belangrijk vinden, dan moeten we hen als uitgangspunt nemen. En vervolgens doen wat nodig is. 

Oordeel Raad van State: de wet creëert teveel onzekerheid voor…? Schoolbesturen!

Gisteren kwam de Raad van State, ons eerbiedwaardig Hoog College van Staat, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, met een reactie op de initiatiefwet. Het oordeel: de wet creëert teveel onzekerheid voor…? Schoolbesturen! “Dit zou er toe moeten leiden dat bepaalde verplichtingen van scholen, bijvoorbeeld ten aanzien van het bieden van maatwerk, scherper worden omlijnd. Dit is ook noodzakelijk vanuit het oogpunt van rechtszekerheid en de inrichtingsvrijheid van scholen en samenwerkingsverbanden (…)” Conclusie: “Het voorstel vraagt veel van partijen in het onderwijs, zoals schoolbesturen en leerkrachten. Zij zullen een benadering moeten volgen die meer op de individuele leerling is toegespitst. Maar de financiële en organisatorische gevolgen daarvan zijn niet in kaart gebracht. De Afdeling adviseert het voorstel niet in behandeling te nemen, tenzij het is aangepast.” 

Stel de kinderen centraal. Geef ze leerrecht en scholen de plicht dat in te vullen

We moeten dus eerst gaan inventariseren en in kaart brengen en scherper omlijnen wat scholen wel en niet moeten gaan doen voor die 15.000 kinderen, zodat ze daarna goed geholpen kunnen worden. De regering verwacht tot minstens 2030 (!) nodig te hebben om alle ouders uit het toeslagaffaireschandaal te kunnen compenseren en u en ik weten dat dat een optimistische schatting is. Dus tegen de tijd dat in kaart is gebracht wat er moet gebeuren voor de thuiszittende kinderen én de financiering is geregeld én de scholen zijn geëquipeerd, hebben die kinderen zelf al lang kinderen. Misschien dat die er dan nog wat aan gaan hebben, maar hopelijk komt het niet zo ver. 

Laat ons nu de koe eens stevig bij de horens vatten. 15.000 kinderen zitten onterecht, zonder onderwijs thuis. Iedereen vindt dat verschrikkelijk. Scholen hebben een zorgplicht. Stel de kinderen centraal. Geef ze leerrecht en scholen de plicht dat in te vullen en los vervolgens alle problemen die daarbij komen kijken werkendeweg op. Of je wilt het eigenlijk niet oplossen. Dat kan ook natuurlijk. 

  • Jan van der Werf

    • 16 juni 2023

    Toen zml-mlk-lom vaarwel is gezegd en sbo haar intrede heeft gedaan zijn “de hoorns” losgelaten. Onderlaag vaarwel gezegd en ingezet op bovenlaag. Niet gepast om zo te handelen!

Comments are closed.

Marco Frijlink
Voorzitter

Marco is de voorzitter van de VOO en is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de vereniging.

Meer over Marco

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

"*" geeft vereiste velden aan

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en updates*
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks de nieuwste artikelen, tips en exclusieve inhoud over medezeggenschap, of kies voor de maandelijkse nieuwsbrief voor een update over het openbaar onderwijs.
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De VOO heeft iets nieuws ontwikkeld voor de MR: een checklist. Deze kan de MR gebruiken bij advies- en instemmingsverzoeken die de MR voorgelegd krijgt. Zo weet de MR altijd zeker dat de juiste stappen worden gevolgd.



Soms is het onvermijdelijk: een school kan niet langer voortbestaan. Soms komt dat doordat de kwaliteit te lang onder druk staat en het bevoegd gezag geen reële mogelijkheden meer ziet om het tij te keren, bijvoorbeeld doordat het lerarentekort daar niet op te lossen blijkt. Meestal echter heeft het te maken met het leerlingenaantal. Als dat té lang té laag is, heeft dat niet alleen mogelijk consequenties voor de kwaliteit op een school, maar komen ook de financiën onder druk te staan.