Nieuws

Slechts 7,5% scholen heeft armoedebeleid

Gepubliceerd op: donderdag 30 maart 2023

Een zeer klein deel van het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs heeft armoedebeleid geformuleerd, blijkt uit onderzoek namens de VOO. Terwijl armoede wel degelijk op elke school speelt. In 2024 zullen ruim 230.000 kinderen opgroeien in armoede blijkt uit het recente CEP-rapport van het CPB. Het formuleren van een armoedebeleid in het schoolplan kan ervoor zorgen dat het thema bespreekbaarder wordt en dat kinderen beter worden ondersteund. Om dit te realiseren, pleit de VOO voor het wettelijk verplicht opnemen van armoedebeleid in het schoolplan.

Armoede onvoldoende op beleidsagenda onderwijs 

Het onderzoek naar armoedebeleid op scholen is namens de VOO gedaan door Sophie Van der Pijll, masterstudent Politiek en Parlement aan Radboud Universiteit.  Van de 265 scholen die zij onderzocht, heeft slechts 7,5% een armoedebeleid geformuleerd. In het primair onderwijs is het 6,3% en in het voortgezet onderwijs ligt het iets hoger, namelijk op 13,6%. Van de 7,5% bespreekt 70% het armoedebeleid als onderwerp in de vergadering van de medezeggenschapsraad. Dit betekent dat slechts vijf procent van de 265 onderzochte scholen met ouders en leerkrachten in de medezeggenschapsraad overlegt over hoe de school om zou moeten gaan met het thema armoede. Hierdoor is armoede niet elk jaar een terugkerend thema op de beleidsagenda. 

Gevolgen voor kansengelijkheid 

De Vereniging Openbaar Onderwijs benadrukt dat opgroeien in armoede invloed heeft op kansengelijkheid van kinderen. VOO-voorzitter Marco Frijlink licht toe: “Zorgen en stress die armoede met zich meebrengt zet de ontwikkeling onder druk. Scholen kunnen armoede niet wegnemen of oplossen, maar er wel rekening mee houden en beleid voeren om de negatieve gevolgen van armoede tegen te gaan.”  

Uit het onderzoek blijkt dat het grootste probleem waar scholen tegenaan lopen het signaleren van armoede op hun school is. Armoede bespreekbaar maken is dan al een belangrijke stap die een school kan zetten. Frijlink: “Als alle bij de school betrokken partijen, denk aan leerkrachten, oop, directie, ouders, maar ook de leerlingen zelf, regelmatig met elkaar spreken over de vraag: in welke vorm komt armoede op onze school voor en hoe willen we daarmee omgaan, ontstaat hoe dan ook voor elk kind op die school een beter leerklimaat.” 

Armoedebeleid verplicht borgen in schoolplan 

Om meer scholen aan de slag te laten gaan met armoedebeleid, ziet de Vereniging Openbaar Onderwijs het opnemen in het schoolplan als een oplossing. Marco Frijlink: “Zo wordt armoedebeleid ook een vast onderdeel van het gesprek met de medezeggenschapsraad en alle geledingen daarbinnen. De VOO pleit daarom voor een wettelijke verplichting om armoedebeleid op te nemen in het schoolplan. Het is vervolgens aan de school om daar invulling aan te geven. Via de medezeggenschapsraad dragen zo ook ouders, leerkrachten en leerlingen bij aan een breed gedragen armoedebeleid dat aansluit bij de specifieke situatie en schoolpopulatie.” 

Lees hier het complete onderzoek naar armoedebeleid op scholen >

Marco Frijlink
Voorzitter

Marco is de voorzitter van de VOO en is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de vereniging.

Meer over Marco

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

"*" geeft vereiste velden aan

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en updates*
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks de nieuwste artikelen, tips en exclusieve inhoud over medezeggenschap, of kies voor de maandelijkse nieuwsbrief voor een update over het openbaar onderwijs.
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De VOO heeft iets nieuws ontwikkeld voor de MR: een checklist. Deze kan de MR gebruiken bij advies- en instemmingsverzoeken die de MR voorgelegd krijgt. Zo weet de MR altijd zeker dat de juiste stappen worden gevolgd.



Soms is het onvermijdelijk: een school kan niet langer voortbestaan. Soms komt dat doordat de kwaliteit te lang onder druk staat en het bevoegd gezag geen reële mogelijkheden meer ziet om het tij te keren, bijvoorbeeld doordat het lerarentekort daar niet op te lossen blijkt. Meestal echter heeft het te maken met het leerlingenaantal. Als dat té lang té laag is, heeft dat niet alleen mogelijk consequenties voor de kwaliteit op een school, maar komen ook de financiën onder druk te staan.