Nieuws

Thuiszittersteam begeleidt jongeren vanuit huis terug naar school 

Gepubliceerd op: dinsdag 4 oktober 2022

“We zoeken naar die kleine stap vooruit,” vertelt Mariëtte van Hemert van het thuiszittersteam van de Fritz Redlschool in Utrecht. “Het weer mee kunnen doen, dat is heel belangrijk,” vult Léontine Nederend aan. Samen met collega Gezina Topper begeleiden ze leerlingen die thuis zitten. Dat doen ze zonder protocollen, door echt te kijken naar wat een jongere nodig heeft. Bij de jongere thuis. Maatwerk, zodat uiteindelijk schoolgang weer tot stand komt. 

Niet de reguliere situaties 

Het thuiszittersteam begon toen de ze op de Fritz Redlschool merkten dat veel VSO-jongeren niet naar school kwamen. De toenmalige directeur vroeg: wil je nadenken wat we met deze groep kunnen doen? “Het begrip ‘thuiszitter’ was er nog niet,” vertelt Mariëtte, “maar we bespraken wel casussen van leerlingen die langdurig thuis zaten. Wij wilden ons niet richten op spijbelaars, want die hebben een andere aanpak nodig, maar echt jongeren die vastlopen vanwege psychiatrische problematiek en systeemproblematiek.” 

Thuiszitters is de algemene term die wordt gebruikt voor kinderen die langdurig geen onderwijs volgen. In totaal gaat het om zo’n 15.000 kinderen. Daarvan hebben ruim 6.000 leerlingen een vrijstelling gekregen van de leerplicht. Van de overige 9.000 leerlingen volgen bijna 5.000 langer dan drie maanden geen onderwijs. (Bron: Balansdigitaal)

Kaders stellen 

Het eerste jaar draaide het thuiszittersteam een pilot waarbij ze spraken met verschillende actoren, zoals de GGZ en leerplichtambtenaren uit verschillende steden. De volgende stap was naamsbekendheid. Het thuiszittersteam deelde flyers uit bij huisartsen en op scholen. Er kwamen aanvragen vanuit allerlei hoeken. Thuiszitters die al een jaar of soms wel twee of drie jaar thuiszaten, schrijnende gevallen waarbij de ouders soms zelfs hun baan hadden opgezegd. Allerlei soorten thuiszitters zochten hulp. Mariëtte: “we konden niet iedereen helpen, dus moesten we kaders gaan vormgeven. Gezina Topper kwam bij het team en we gingen kijken naar hoe we konden filteren. Het ging inmiddels niet alleen meer over jongeren van ons eigen VSO maar ook de scholen en samenwerkingsverbanden om ons heen deden steeds meer een beroep op ons team.” Mariëtte kende Léontine al uit vorige banen in SBO en Praktijkonderwijs en vroeg haar om ook deel te nemen aan het thuiszittersteam.

Ben je in staat om de deur open te doen? 

Het thuiszittersteam van de Fritz Redlschool is werkzaam in de provincie Utrecht. Het team kan met hun aanpak jaarlijks zo’n zestig tot tachtig jongeren daadwerkelijk begeleiden met een team van drie. “Gezina Topper is degene die de eerste selectie maakt van de aanvragen, vervolgens gaan Léontine en ik bij de leerling thuis langs,” legt Mariëtte uit. “Voordat we echt op bezoek gaan, filtert Gezina of de leerling echt in staat is om te starten.” Dat doet ze onder meer door letterlijk de vraag te stellen: ben je in staat om de deur open te doen? Soms is dat namelijk nog niet zo en dan is het thuiszittersteam nog niet aan zet. “Dan start er bijvoorbeeld eerst een traject met een diëtist of fysiotherapeut. Als de energie van een leerling zo laag is, dan kunnen we nog niet denken aan opbouwen.” 

Wat de jongere nodig heeft 

Opbouwen is trouwens niet waar de begeleiders van het thuiszittersteam direct mee aan de slag gaan. Eerst kijken ze naar wat de leerling kan en nodig heeft. Mariëtte: “wij proberen iets anders te doen dan wat andere instanties al gedaan hebben. Contact én vertrouwen ligt aan de basis. Soms begin je met wandelen met de hond en dan pas ga je nadenken over het toekomstbeeld of de laatste fijne herinnering aan school. Kleine stappen.” Léontine vult aan: “het weer mee kunnen doen, dat is heel belangrijk. Maar vaak denken leerlingen aan het begin: ze willen wéér iets van me. Veel ouders willen het liefst dat hun kind weer naar school gaat, maar de jongere kan dit soms nog niet en wil het liefst serieus genomen worden. En dat is wat we doen. We whatsappen ons suf!”

Het thuiszittersteam van de Fritz Redlschool begeleidt jongeren vanuit huis terug naar school
Het thuiszittersteam van de Fritz Redlschool v.l.n.r.: begeleiders Thuiszittersteam/ docent Mariëtte van Hemert en Léontine Nederend en schoolpsycholoog Gezina Topper. 

Mariëtte en Léontine willen samen met de jongere verbinding maken met een vorm van onderwijs. “Het werken aan schoolse vaardigheden is het middel en niet het doel. We stimuleren geen thuisonderwijs, maar proberen een brug te slaan. Als het nodig is om vijf weken lang, of langer, een of twee keer per week langs te komen, dan doen we dat.” 

De kracht van huisbezoeken 

Het thuiszittersteam van de Fritz Redlschool is niet alleen. Ze nemen deel aan een landelijke kenniskring die alle initiatieven rondom thuiszitten en schoolmijden bespreekt. Hoe gaan we om met ouders, hoe specificeren we de doelgroep, hoe kun je als school preventiever handelen; allerlei onderwerpen komen aan de orde. In onder meer Amsterdam, Zwolle, Almelo, in het Zuiden, in het hele land zijn er nu thuiszittersinitiatieven. Maar niemand gaat als docent en begeleider bij de jongeren thuis langs. “Terwijl dat juist enorm kan helpen,” reageert Léontine. “De stap om je huis uit te gaan en naar school te gaan, die is al heel groot. Wij komen thuis, we luisteren, observeren en geven ouders en jongeren echt het gevoel dat ze serieus worden genomen.” Mariëtte vult aan: “ik denk dat thuis langskomen ook helpt bij het herstellen van het vertrouwen en op deze manier ervaart de jongere ook weer dingen die lukken.” 

Beter beeld van de situatie

Juist door de huisbezoeken krijgen Mariëtte en Léontine een veel beter beeld van de situatie. Mariëtte maakte eens mee dat ze iemand ging begeleiden die niet mee gymde. “Bij haar thuis kwam ik erachter dat er geen geld was voor een sportbroekje.” Léontine vult aan: “als je al een hele tijd niet naar school gaat, dan kom je in sociaal isolement. Het wordt het steeds lastiger om aan leeftijdgenoten en vrienden uit te leggen waarom jij er niet bent. Als je depressieve gevoelens hebt en je bent daardoor moe en je vertelt dat het komt omdat je Pfeiffer hebt dan kun je soms bijna niet meer terug in je verhaal. Dat ga je op school niet zeggen. Zeker niet in mentorgesprekjes die vaak met twee, drie leerlingen tegelijk zijn. Thuis zie je beter wat er speelt.”

Belangrijke rol voor de mentor 

De mentor speelt volgens Mariëtte en Léontine een belangrijke rol als het gaat om preventie en begeleiding van jongeren. Hun advies: trek veel sneller aan de bel als een jongere er regelmatig een dag niet is of veel verzuimuren laat zien.

Niet alleen als het al dreigt mis te gaan kan de mentor een rol spelen. Mariëtte: “als mentor is het belangrijk je te realiseren hoe belangrijk je bent voor de jongere. Soms kan een kaartje of een appje zoveel betekenen. Laat je leerlingen weten dat ze belangrijk zijn en erbij horen en dat je ze mist in de klas. Neem echt de tijd om af te stemmen, durf ook eens op huisbezoek te gaan. Zeker bij jongeren die dat extra nodig hebben kunnen. Aandacht voor de problematiek rond loverboy en drugs is er eigenlijk altijd, maar het open bespreken van depressie en angsten ligt nog heel gevoelig. Kijk vooral naar wat een leerling nodig heeft en houd je niet angstvallig vast aan protocollen. Durf los te laten.” 

Verdiep je in thuiszitproblematiek

Léontine vult aan dat begrip in de klas ook belangrijk is. Voor preventie maar ook als iemand al thuiszit of weer gaat opbouwen. “Verdiep je als mentor in thuiszitproblematiek, het kan enorm helpen. Met mentoren deel ik soms dit lespakket vol goede handvatten. Begin oktober is het INSA Congres in Nederland waar wij ook aan deelnemen. Kijk ook eens bij het Steunpunt Passend Onderwijs en het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Mariëtte rondt af: “ik heb een fantastische baan, maar uiteindelijk is onze doelstelling dat er geen thuiszitters meer zijn. Hopelijk kan ons verhaal daaraan bijdragen.” 

  • Jose

    • 5 oktober 2022

    Oooo wat gaaf dit !! Wat goed voor lln, ouders, scholen en docenten Grote dank Groet jose

  • Annemarie lichtenberg

    • 7 oktober 2022

    Wat een goed verhaal hebben jullie! Ik heb een vraag: als een kind wel thuis aan school kan werken, stimuleren jullie dat dan, of niet? En hoe ver gaan jullie daarin? Wanneer zeggen jullie: nu wordt het thuisonderwijs, dat doen we niet?

  • Lonneke Friethoff

    • 7 oktober 2022

    Wauw, wat ontzettend fijn hoe jullie de begeleiding van deze groep oppakken! Dit zal lucht geven voor alle betrokkenen.

  • Mariette van Hemert

    • 18 oktober 2022

    Wie verdere vragen heeft kan mailen naar [email protected] Annemarie Lichtenberg, wij stimuleren geen thuisonderwijs. Het leermiddel is voor ons een manier om weer in contact te komen. Per casus is het maatwerk en is de aanpak; dus daarin gaan we 'ver'. We zeggen niet' nu wordt het thuisonderwijs, dit doen wij niet, maar we zeggen soms wel; wij zijn nu niet aan zet. er is eerst x nodig. En dan denken we daarin mee. Een goede eerste start is nl belangrijk en die kun je maar 1 keer maken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bram Buskoop
Beleidsadviseur

Bram is beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap en kansengelijkheid.

Meer over Bram

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Raadpleeg de VOO Helpdesk

Voor alle vragen over onderwijs en medezeggenschap kunnen leden van de VOO terecht bij de helpdesk.

Helpdesk