De VOO heeft een persbericht verstuurd over de aangenomen motie in de Tweede Kamer voor hoge verwachtingen van ieder kind.
De motie waarin wordt voorgesteld om scholen in kansarme buurten even streng te beoordelen als scholen in kansrijke buurten is een belangrijke stap in de richting van meer kansengelijkheid. Waarom is het zo belangrijk om wél hoge verwachtingen te hebben van kinderen? We spraken er over met emeritus hoogelaar neuropsychologie Jelle Jolles
Op 30 juni stemde de kamer in met een motie van de leden Biekman, Rooderkerk (D66) en Moorman (PRO) die de regering oproept om bij de beoordeling van scholen, de sociaal economische achtergrond van de leerlingen niet meer mee te wegen. Als VOO zijn wij daar erg blij mee. De huidige manier van handelen zorgt er weliswaar voor dat scholen met veel kansarme kinderen, minder vaak een onvoldoende krijgen van de inspectie, het doet kinderen die opgroeien in die buurten wél echt te kort. Dat heeft alles te maken met het hebben van te lage verwachtingen van leerlingen. Hoe dat precies zit bespreken we met Jelle Jolles, emeritus hoogelaar neuropsychologie en auteur van meerdere boeken waaronder de twee bestsellers over ‘het tienerbrein’.
Wat vindt u van de het voorstel om scholen in de toekomst allemaal langs dezelfde meetlat te leggen en de beoordeling van de kwaliteit niet te laten afhangen van de achtergrond van de leerlingen?
“Dat zou een hele terechte maatregel zijn. We weten dat kinderen die opgroeien in gezinnen met een lagere sociaal economische status precies dezelfde potentie hebben als kinderen die opgroeien in welvarende buurten. Het zou heel raar zijn om te accepteren dat zij ‘nou eenmaal’ minder vaak het streefniveau zouden kunnen halen.”
Je zou hier tegenin kunnen brengen dat kinderen die opgroeien in gezinnen met een sociaal economisch hogere status, vaker ouders hebben met een hoger IQ. Er van uitgaand dat dit IQ erfelijk is, zou je kunnen redeneren dat het logisch is dat de Onderwijsinspectie meer van deze kinderen verwacht..
“Daar zijn twee dingen over te zeggen. Op de eerste plaats is het een misverstand om te denken dat IQ een vaststaand gegeven is. Als je het IQ van een kind meet in groep 7 dan kan het zomaar zijn dat het anderhalf jaar later 10 punten hoger is. IQ is een momentopname en daarmee een bijzonder schrale benadering van de potentie van een kind. Daarnaast bestaan er allerlei verkeerde ideeën over de erfelijke component van intelligentie. Het is zeker waar dat erfelijkheid een rol speelt. Maar het is de omgeving waarin een kind opgroeit die bepaalt of een kind de biologische potentie van zijn hersenen kan benutten. Word je voorgelezen? Hebben je ouders tijd om met je te kletsen? Heb je verrijkend speelgoed, zoals Lego? Kun je buitenspelen? Op muziekles? Op zomerkamp? Al dit soort zaken zijn bepalend voor de manier waarop de hersenen van kinderen zich ontwikkelen. Het zou zomaar kunnen gebeuren dat een kind dat biologisch gezien heel hoog zou kunnen scoren op een IQ test, toch lager scoort dan een kind dat biologisch gezien minder aankan maar in een hele stimulerende omgeving is opgegroeid.”
En kinderen die opgroeien in een omgeving waar zij dit soort stimulerende ervaringen niet kunnen opdoen, daarvan zegt de inspectie nu ‘daar hoef je niet zoveel van te verwachten’.
“Precies! En dat is heel onterecht. De terechte conclusie van de overheid zou moeten zijn dat je niet minder, maar juist méér van deze kinderen zou moeten verwachten omdat ze thuis niet alle kansen hebben gekregen om zich te ontwikkelen. Het onderwijsministerie zou naast uitstekende leraren ook een extra stimulerende omgeving voor deze kinderen moeten organiseren. Waar ruimte is voor kennis over de wereld en voor interessante weetjes, waar je sociale ervaringen kan opdoen en waar plaats is voor muziek, toneel, sport, et cetera. Om de lerende mens tot bloei te laten komen is veel méér nodig dan alleen de schoolse kennis en vaardigheden. Het stimuleren van nieuwsgierigheid is bijvoorbeeld net zo belangrijk voor de ontwikkeling als woordjes leren.”
Wat doen die lage verwachtingen die de inspectie heeft van bepaalde jongeren met hun zelfbeeld?
“Wat ik vaak zie bij jongeren op het VMBO is dat ze denken ‘ik ben een dubbeltje en ik word nooit een kwartje’. Dat komt omdat ze een rugzakje met slechte ervaringen hebben als het gaat om leren. Onderzoek laat zien dat als je deze kinderen doet geloven dat die slechte ervaringen te wijten zijn aan het feit dat ze niet zo veel kunnen, ze zich hier ook naar gaan gedragen. Omgekeerd geldt gelukkig ook dat ze juist beter gaan presteren als je hóge verwachtingen hebt.”
Het zogenaamde pygmalion effect?
“Ja, dat is het. Daarbij is het wel belangrijk om te benadrukken dat die hoge verwachtingen alleen hun vruchten afwerpen in een hele gestructureerde omgeving waarin je actief de voorwaarden schept waarbinnen de leerling de kennis, de vaardigheden en de ervaringen kan opdoen. Je moet kinderen wel inspireren, waar nodig helpen, en de route wijzen die ze kunnen bewandelen om bepaalde kennis op te doen. En daar ontbreekt het nog weleens aan op de scholen.”
Wat moet er volgens u gebeuren om ervoor te zorgen dat kinderen die opgroeien in minder kansrijke gezinnen, toch genoeg gezien worden op school en de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen?
“Wat van essentieel belang is, is dat we in het onderwijs onze attitude veranderen. Het moet meer tot ons gaan doordringen dat de lerende leerling nog ‘werk in uitvoering’ is. Niet alleen op cognitief vlak maar ook op tal van andere terreinen. Denk bijvoorbeeld aan inzicht in de wereld, sociaal gedrag en het herkennen van de intenties en emoties van anderen. We moeten ons echt realiseren dat zij, omdat ze nog werk in uitvoering zijn, soms nog niet zo goed in staat om de bedoeling van de leraar, en de essentie van de leerstof te begrijpen. Om daar beter in te worden is zelfinzicht nodig. En die ontwikkelt zich door actieve feedback van leraren, de mate waarin zij weten te inspireren en in staat zijn de routes te wijzen die leerlingen kunnen bewandelen om verder te komen.”
“Ik zou het heel goed vinden als alle scholen een gekwalificeerde gedragswetenschapper in dienst zouden hebben die snapt hoe de cognitieve en de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen werkt, en weet hoe sterk die twee met elkaar verbonden zijn. En dat aanstaande leraren dit ook leren op de Pabo’s en op de lerarenopleidingen. Daarnaast moeten we als maatschappij gaan herkennen dat ‘talenten’ bij kinderen gezien moeten worden als ‘potenties’. En dat wat bij de geboorte een potentie is, zich alleen ontwikkelt in een stimulerende en prikkelende omgeving. Als de omstandigheden goed zijn kan iederéén zijn talenten ontwikkelen. Nu is dat nog helemaal niet het geval.”
Marco Frijlink
VoorzitterMarco is sinds 2019 voorzitter van de VOO, waar hij zich in het bijzonder bezighoudt met het goed functioneren van de vereniging.
Meer over MarcoOp 30 juni 2026 reageerde de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) verheugd op de aangenomen motie in de Tweede Kamer over hoge verwachtingen van élk kind. VOO pleit voor één leernorm voor alle kinderen, los van de sociaal-economische achtergrond van hun ouders, met voldoende ondersteuning voor scholen die voor grotere uitdagingen staan. Lees het hele persbericht
Inschrijven voor onze nieuwsbrieven
"*" geeft vereiste velden aan
Lees ook
Waarom hoge verwachtingen van kinderen belangrijk zijn voor kansengelijkheid? Emeritus hoogelaar neuropsychologie Jelle Jolles legt het uit.