De Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) maakt zich zorgen over de toekomst van het openbaar onderwijs in Nederland. Ook in Breukelen staat het openbaar onderwijs onder druk. Het schoolbestuur van RSG Broklede wil de laatste openbare school voor voortgezet onderwijs in de gemeente omzetten naar een algemeen bijzondere school. De VOO heeft hierover een bezorgde brief gestuurd aan de gemeenteraad van Stichtse Vecht en roept op het openbaar karakter van de school te behouden.
Een school kan een duurzame samenwerking aangaan met een andere instelling. In dit artikel leest u over vormen van duurzame samenwerking en de rol van de medezeggenschapsraad (MR) hierbij.
Wat is ‘duurzame’ samenwerking?
De wetgever heeft niet toegelicht wat er precies onder ‘duurzame’ samenwerking moet worden verstaan. In de Wet op de ondernemingsraden (WOR) gaat het om ‘een overeenkomst of een afspraak met een of meer andere ondernemingen, waarbij de samenwerkende ondernemingen, met behoud van hun eigen zelfstandigheid, een onderlinge regeling tot samenwerking voor langere tijd hebben gesloten met betrekking tot bepaalde activiteiten die van ingrijpende betekent zijn voor de onderneming’.
Om te weten of iets een duurzame samenwerking is, moet gekeken worden naar de (nauwe) aard en beoogde duur van de samenwerking, de (gedetailleerde) juridische vorm, de beweegredenen en de te voorzienen gevolgen op de langere termijn.
Wat is een ‘instelling’?
Het is juridisch onduidelijk wat er precies met ‘instelling’ wordt bedoeld. Het enige juridische houvast zijn hierover gevoerde geschillen, waaruit blijkt dat samenwerking met een internationale school hier in ieder geval onder valt. Onze interpretatie is dat de term breed mag worden opgevat, bijvoorbeeld ook samenwerkingen met andere (reguliere) scholen, buitenschoolse opvangorganisaties, een ouderraad of commerciële onderwijspartij.
Uit jurisprudentie blijkt ook wat in ieder geval niet kan worden aangemerkt als ‘instelling’. Dan gaat het vooral om instrumentele relaties, zoals met een bank of de gemeente. In algemene zin lijken samenwerkingen op gebied van onderwijs eerder onder deze wettelijke bepalingen te vallen dan samenwerkingen die een wettelijk verplichte of praktisch noodzakelijke aard hebben.
Vormen van samenwerking
Een samenwerking kan een informeel of een formeel karakter hebben. Bij informele samenwerkingen worden er tussen schoolleiders afspraken gemaakt, zonder dit op papier formeel vast te leggen. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer bij nieuwe inschrijvingen een school vol zit, de ouders worden verwezen naar de andere school (waarbij uiteraard de ouder nog steeds de vrijheid heeft om voor een geheel andere school te kiezen).
Bij formele samenwerkingen staan afspraken wel op papier. Bijvoorbeeld over het uitwisselen van personeel bij schaarste, het opzetten van een gezamenlijk onderwijsprogramma of het aanstellen van een gezamenlijke schoolleiding. Deze formele samenwerkingsvormen moeten worden onderscheiden van een fusie, waarbij twee scholen of twee schoolbesturen als één school of schoolbestuur verder gaan.
Rol van de MR
De MR heeft een adviesrecht met betrekking tot het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake (artikel 11 lid 1 sub d WMS). Het bevoegd gezag mag het besluit tot duurzame samenwerking niet ten uitvoer leggen voordat een definitief besluit is genomen over de regeling van gevolgen van dat besluit voor het personeel, dan wel voor de ouders of leerlingen, tenzij dringende redenen in het belang van de school een eerdere tenuitvoerlegging noodzakelijk maken (artikel 15 lid 1 WMS). De personeelsgeleding en oudergeleding (primair onderwijs) dan wel oudergeleding en leerlinggeleding (voortgezet onderwijs) hebben een instemmingsrecht op de regeling van gevolgen voor zover de gevolgen die geleding aangaat (artikel 12 lid 1 sub a, artikel 13 lid 1 sub a, artikel 14 lid 2 sub a en artikel 14 lid 3 sub a WMS).
Een duurzame samenwerking verschilt van een fusie, waarbij de MR een instemmingsrecht heeft (artikel 10 sub h WMS). Als duurzame samenwerking leidt tot het aanpassen van allerlei beleidsdocumenten, zoals het schoolplan of personeelsbeleid, dan zal de MR daar zijn wettelijk vastgelegde recht bij kunnen uitoefenen.
Meer weten over dit onderwerp?
Medezeggenschapsorganen en personen die lid zijn van de VOO kunnen elke schooldag contact opnemen met onze helpdesk met vragen over onderwijs en medezeggenschap. Verder hebben we een uitgebreid cursusaanbod en kunnen we begeleiden bij medezeggenschapskwesties.
Nog geen lid? Meer informatie over het lidmaatschap is op deze pagina te vinden, evenals de mogelijkheid om lid te worden. Naast contact met de helpdesk biedt het lidmaatschap voor medezeggenschapsorganen ook korting op alle cursussen en begeleiding, een gratis handboek voor nieuwe MR-leden en nog veel meer!
Eddy Habben Jansen
BeleidsadviseurEddy werkt sinds 2021 als beleidsadviseur bij de VOO, waar hij zich in het bijzonder bezighoudt met openbaar onderwijs en politieke kwesties.
Meer over Eddy(G)MR en Fusie
Cursus voor (G)MR-leden over de de rol van de medezeggenschap bij fusie.
Bekijk cursusInschrijven voor onze nieuwsbrieven
"*" geeft vereiste velden aan
De VOO heeft twee introductievideo's over medezeggenschap ontwikkeld. Als (G)MR kun je deze video's gebruiken om jouw achterban uit te leggen hoe medezeggenschap werkt. Zet de video met de YouTube-link op jouw (G)MR-pagina op de website van de school. Zo laat je makkelijk en snel zien waarom medezeggenschap belangrijk is!