De Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) maakt zich zorgen over de toekomst van het openbaar onderwijs in Nederland. Ook in Breukelen staat het openbaar onderwijs onder druk. Het schoolbestuur van RSG Broklede wil de laatste openbare school voor voortgezet onderwijs in de gemeente omzetten naar een algemeen bijzondere school. De VOO heeft hierover een bezorgde brief gestuurd aan de gemeenteraad van Stichtse Vecht en roept op het openbaar karakter van de school te behouden.
Soms is het nodig of wenselijk dat twee scholen of schoolbesturen fuseren. Een fusieproces is een lang proces waarbij veel partners moeten worden betrokken. Lees er hier meer over.
Wat is een fusie?
Een fusie betreft het samenvoegen van twee scholen tot één school. We spreken dan van een scholenfusie of institutionele fusie. Bij een fusie worden dus alle personeelsleden en leerlingen samengevoegd en moet al het beleid van beide scholen worden samengevoegd. Soms wordt er ook een nieuwe naam voor de school gevonden. Een scholenfusie kan het karakter hebben van echt ‘samen verder gaan’, waarbij twee gelijkwaardige partners als één verder gaan. Het kan ook het karakter hebben van een ‘overname’, waarbij één school de personeelsleden en ouders van een andere school overneemt en de naam en visie van de school behouden blijven. Van de twee instellingscodes (voorheen BRIN-nummer) blijft één instellingscode behouden, de andere wordt opgeheven.
Bij een fusie kan het ook gaan om het overdragen van een of meerdere scholen van het ene schoolbestuur naar het andere schoolbestuur. Dat heet overdracht. Als twee besturen al hun scholen onder willen brengen bij één bestuur, spreken we ook wel van een besturenfusie. Ook dit kan gericht zijn op samen verder gaan, of gericht zijn op het overnemen van de scholen van het ene bestuur door het andere bestuur zonder verdere beleidswijzigingen bij het ontvangende bestuur.
Waarom fuseren scholen of besturen?
Er zijn verschillende redenen waarom scholen of besturen fuseren. Het kan komen door krimp, waarmee bedoeld wordt een dalend leerlingenaantal. Bij een te laag leerlingenaantal kan het moeilijker worden om goed onderwijs te blijven bieden, zeker als er sprake is van een lerarentekort. Als het aantal leerlingen van een school onder de zogenoemd opheffingsnorm komt, dan zal de school wellicht moeten sluiten. Door te fuseren met een andere school kan worden gezorgd voor een ‘warme overdracht’. Naast leerlingenaantallen en personeelstekorten kunnen ook dalende onderwijskwaliteit en financiële problemen reden zijn om een fusie te onderzoeken.
Naast de ‘negatieve’ oorzaken die hierboven staan genoemd kan een fusie ook voortkomen uit de wens om wat goed is te verbeteren. Bijvoorbeeld zodat er meer geïnvesteerd kan worden in nieuwe lesmethoden of in een nieuwe kwaliteitsmedewerker, of om concurrentie tegen te gaan. Ook kan een fusie ervoor zorgen dat bepaalde overheadkosten worden beperkt. Bijvoorbeeld omdat er nog maar één bestuurder is, in plaats van twee, of door gezamenlijke inkoop.
Wat zijn de risico’s van fusies?
Fusie is niet een maatregel die zomaar wordt genomen. Vaak heeft een fusie grote impact op leerlingen, ouders en personeelsleden. Bijvoorbeeld omdat de school bij de andere school in het gebouw komt en de school dus van locatie verandert. Of omdat bij fusie het onderwijskundig beleid wordt aangepast en er dus anders onderwijs zal worden gegeven. Goed om bij fusie na te gaan is welke elementen van de scholen ouders zo fijn vonden en ervoor te zorgen dat deze elementen bij de gefuseerde school in stand blijven.
Specifiek bij fusies tussen openbaar en bijzonder onderwijs is het goed om te letten op de vraag of de ontwikkeling gewenst is. Er moet wettelijk gezien een genoegzaam aantal openbare scholen zijn. Eventueel zou bij dergelijke fusies een samenwerkingsschool kunnen worden gestart, waarin zowel openbaar als een type bijzonder onderwijs samenkomen.
Fases in het fusieproces
Als het bevoegd gezag wil dat een school fuseert, zal er waarschijnlijk eerst een intentiebesluit worden genomen waarin staat hoe de fusie onderzocht gaat worden. Dat leidt tot het schrijven van een onderzoeksrapport. Als uit het rapport blijkt dat de fusie inderdaad plaats zou moeten vinden, dan zal een wettelijk verplichte fusie-effectrapportage worden opgesteld met daarbij het voorgenomen besluit tot fusie.
Wat is een fusie-effectrapportage?
Een verplicht onderdeel van een fusie is het opstellen van een fusie-effectrapportage (FER). In de FER moet onder meer worden opgenomen wat de redenen zijn voor de fusie, welke alternatieven er waren en waarom die het niet zijn geworden, wat de gevolgen zullen zijn voor de bij de school betrokkenen en hoe en wanneer er geëvalueerd zal worden. Ook moet duidelijk worden hoe de medezeggenschap georganiseerd zal zijn na de fusie.
De gemeente moet tevens de kans krijgen om advies te geven over de voorgenomen fusie en een samenvatting van dit advies maakt ook onderdeel uit van de FER. Vaak wordt ook de raad van toezicht gevraagd om goedkeuring voor het fuseren van de scholen. Wanneer er openbare scholen fuseren moet eerst de gemeenteraad de kans krijgen om eventueel de school over te nemen, waarna de gemeente de school in stand zal gaan houden. Dat gebeurt in de praktijk niet.
Openbaarheid van fusiedocumenten
Bij de introductie van de FER in 2011 werd deze in de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel fusietoets als volgt toegelicht: ‘In lijn met het advies van de Onderwijsraad is de fusie-effectrapportage primair een instrument voor de belanghebbenden om inzicht te krijgen in motieven, doelen en effecten, en om daarop invloed te kunnen uitoefenen. Voor het bestuur dient de fusie-effectrapportage om draagvlak onder de belanghebbenden te verwerven. Het is een vorm van transparantie waarmee het bestuur (van zowel rechtspersonen als onderwijsinstellingen) zich verantwoordt over fusievoornemens.’
De nadruk ligt dus sterk op de transparantie van het proces. Ook is in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) in artikel 15 lid 3 bepaald dat een besluit over fusie pas mag worden genomen ‘na raadpleging van de ouders’. Gelet op de omschrijving dat de FER ‘een instrument [is] voor de belanghebbenden om inzicht te krijgen’ en door de wetgever omschreven wordt als ‘een vorm van transparantie waarmee het bestuur zich verantwoordt over fusievoornemens’ ligt het voor de hand om de FER beschikbaar te stellen aan ouders ten behoeve van de wettelijk voorgeschreven raadpleging over de fusie.
Na het fusiebesluit
Als eenmaal het besluit tot fusie genomen is, dan zullen de schoolleiders of schoolbestuurders verder gaan met de praktische uitwerking van de FER. Scholen fuseren in principe per 1 augustus in een jaar, schoolbesturen per 1 januari. Dat gaat van het integreren van digitale systemen tot aan het verhuizen van meubels als de scholen ook in een gebouw samen verder gaan. Bij personele gevolgen zullen vakbonden ook betrokken moeten worden om deze verder uit te werken.
Van belang is om na verloop van tijd te evalueren of de doelen die zijn gesteld (en in de FER moeten zijn opgenomen) ook zijn behaald. Daarbij kunnen alle partijen die betrokken zijn geweest ook worden betrokken.
Rol van de MR
De MR heeft een instemmingsrecht op het voorgenomen besluit om te fuseren, evenals de fusie-effectrapportage en beleid ter zake (artikel 10 sub h WMS). Onder ‘beleid ter zake’ valt bijvoorbeeld een intentieverklaring waarin de plannen uiteengezet worden. Bij het aangaan van een fusie moet tevens een ouderraadpleging worden georganiseerd (artikel 15 lid 3 WMS). Wanneer twee schoolbesturen met elkaar fuseren, heeft de GMR een instemmingsrecht op deze bestuurlijke fusie.
Na het besluiten tot een scholenfusie zullen verschillende beleidsdocumenten opnieuw moeten worden vastgesteld. Zo moeten twee schoolplannen één schoolplan worden, zal de schoolgids herzien moeten worden, evenals het formatieplan, schooltijden, enzovoorts. Hierbij heeft de MR de daarvoor wettelijk vastgelegde rol.
Meer weten over dit onderwerp?
Medezeggenschapsorganen en personen die lid zijn van de VOO kunnen elke schooldag contact opnemen met onze helpdesk met vragen over onderwijs en medezeggenschap. Verder hebben we een uitgebreid cursusaanbod en kunnen we begeleiden bij medezeggenschapskwesties.
Nog geen lid? Meer informatie over het lidmaatschap is op deze pagina te vinden, evenals de mogelijkheid om lid te worden. Naast contact met de helpdesk biedt het lidmaatschap voor medezeggenschapsorganen ook korting op alle cursussen en begeleiding, een gratis handboek voor nieuwe MR-leden en nog veel meer!
Eddy Habben Jansen
BeleidsadviseurEddy werkt sinds 2021 als beleidsadviseur bij de VOO, waar hij zich in het bijzonder bezighoudt met openbaar onderwijs en politieke kwesties.
Meer over Eddy(G)MR en Fusie
Cursus voor (G)MR-leden over de de rol van de medezeggenschap bij fusie.
Bekijk cursusInschrijven voor onze nieuwsbrieven
"*" geeft vereiste velden aan
De VOO heeft twee introductievideo's over medezeggenschap ontwikkeld. Als (G)MR kun je deze video's gebruiken om jouw achterban uit te leggen hoe medezeggenschap werkt. Zet de video met de YouTube-link op jouw (G)MR-pagina op de website van de school. Zo laat je makkelijk en snel zien waarom medezeggenschap belangrijk is!