Medezeggenschapsreglement

Laatst bijgewerkt op 19 augustus 2026

Het medezeggenschapsreglement is een wettelijk verplicht document. Het regelt de organisatie van de medezeggenschap tussen een medezeggenschapsorgaan en zijn overlegpartner. Onderaan de pagina staan de modellen voor het medezeggenschapsreglement.

In het kort

  • Het bevoegd gezag stelt het medezeggenschapsreglement vast na instemming met tweederdemeerderheid door de raad.
  • Het medezeggenschapsreglement bevat verplichte afspraken over onder meer ledenaantal, verkiezingen, zittingsduur en geheimhouding.
  • Naast het medezeggenschapsreglement bestaan het medezeggenschapsstatuut, de jaarplanning, het huishoudelijk reglement en een communicatieplan.

Opstellen en vaststellen

Het bevoegd gezag is er verantwoordelijk voor dat per medezeggenschapsorgaan een medezeggenschapsreglement wordt vastgesteld. Die vaststelling kan pas plaatsvinden nadat de betreffende raad heeft ingestemd met een tweederdemeerderheid van de leden.

Het reglement geldt voor de raad, of dat nu de GMR, de MR, een deelraad of de ondersteuningsplanraad is, en voor de overlegpartner van die raad.

Ambitiegesprek en wijzigingen

Gebruikelijk is dat de (G)MR en het bevoegd gezag een ambitiegesprek voeren over de onderlinge verwachtingen en afspraken. Het medezeggenschapsreglement kan bij dat gesprek worden betrokken.

De (G)MR kan ook zelf wijzigingen in het reglement voorstellen aan het bevoegd gezag. Het initiatief hoeft dus niet bij het bestuur te liggen.

Inhoud van het medezeggenschapsreglement

In het reglement moeten afspraken staan over elf onderwerpen (artikel 24 WMS). Per onderwerp staat hieronder de wettelijke omschrijving, gevolgd door een toelichting op de praktijk.

  1. Het aantal leden van de medezeggenschapsraad.
    In het primair onderwijs bestaat de raad voor de helft uit personeel en voor de helft uit ouders. In het voortgezet onderwijs is dat de helft personeel, een kwart ouders en een kwart leerlingen. Een MR op school telt minimaal vier leden.
  2. De wijze waarop aan de desbetreffende scholen toepassing wordt gegeven aan artikel 3, derde lid, onderdeel b, sub 2°.
    Dit geldt alleen voor scholen in het speciaal onderwijs waarvan leerlingen door ambulant begeleiders worden begeleid op reguliere scholen.
  3. De wijze en organisatie van de verkiezingen van de leden van de medezeggenschapsraad.
    Doorgaans organiseert de MR de verkiezingen zelf, of wordt daarvoor een verkiezingscommissie ingesteld.
  4. De zittingsduur van de leden van de medezeggenschapsraad.
    Meestal is dat twee, drie of vier jaar. Bij een MR in het primair onderwijs met zes leden en een zittingsduur van drie jaar kan elk jaar een verkiezing worden gehouden voor één personeelslid en één ouder. Dat komt de continuïteit ten goede.
  5. Indien een lid van de schoolleiding dan wel een personeelslid dat is benoemd of te werk gesteld en is belast met managementtaken ten behoeve van meer dan een school is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de medezeggenschapsraad, in welke gevallen op verzoek van de medezeggenschapsraad het bevoegd gezag zelf deze besprekingen met de raad voert.
    Zijn er specifieke onderwerpen waarbij het bestuur op verzoek van de MR zelf met de raad overlegt, dan kunnen die in het reglement worden opgenomen.
  6. De wijze waarop het bevoegd gezag informatie verschaft aan de medezeggenschapsraad.
    Gebruikelijk is dat de informatie digitaal wordt aangeleverd.
  7. De termijnen binnen welke tot instemming of onthouding van instemming dient te worden besloten, en de termijnen binnen welke advies dient te worden uitgebracht.
    Een termijn van zes schoolweken is gebruikelijk. Afwijking op verzoek van het bevoegd gezag of de MR is mogelijk met instemming van de andere partij.
  8. De bevoegdheden van de medezeggenschapsraad die aan de themaraad worden overgedragen dan wel de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad waarin de deelraad treedt.
    Is een themaraad of deelraad ingesteld, dan moet duidelijk zijn waarover die raad gaat.
  9. In welke gevallen en op welke wijze de medezeggenschapsraad alle bij de school betrokkenen betrekt bij de werkzaamheden van de medezeggenschapsraad.
    Het gaat om algemene afspraken over het contact met de achterban, bijvoorbeeld dat de agenda vooraf toegankelijk wordt gepubliceerd en dat de MR verslag doet van de vergadering.
  10. In welke gevallen geheimhouding wordt betracht.
    Aan te raden is concreet vast te leggen in welke gevallen geheimhouding noodzakelijk is. Daarbij moet rekening worden gehouden met de taak van de MR om openbaarheid en onderling overleg te bevorderen (artikel 7 lid 1 WMS).
  11. De procedure voor de beslechting van die geschillen tussen het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad waarvoor deze wet niet in een geschillenregeling voorziet.
    In het model is opgenomen dat de LCG WMS is aangewezen als instantie voor overige geschillen.

Deze elf onderwerpen vormen het minimum. Aanvullende afspraken zijn toegestaan, zolang die niet in strijd zijn met de WMS of met het medezeggenschapsstatuut.

Statuut en andere documenten

Naast het medezeggenschapsreglement zijn er binnen een onderwijsorganisatie meer documenten met afspraken over medezeggenschap. Voor elk schoolbestuur moet één medezeggenschapsstatuut bestaan met organisatiebrede afspraken. Dat is vastgelegd in de artikelen 21 en 22 WMS.

Belangrijk is ook dat de raad en de overlegpartner samen een jaarplanning maken, als onderdeel van het werkplan. Daarin staat onder meer de vergaderplanning voor het schooljaar. De raad kan daarnaast zelf een huishoudelijk reglement en een communicatieplan opstellen.

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven