Nieuws

VOO roept scholen op doorstroomrecht vmbo-havo alvast in te voeren

Gepubliceerd op: dinsdag 16 april 2019

Vele leerlingen en de Vereniging Openbaar Onderwijs met hen keken ernaar uit: met ingang van het schooljaar 2019-2020 had een wettelijk doorstroomrecht vmbo-havo van kracht moeten zijn. De nieuwe wet moet een soepelere doorstroom regelen, waarbij alle leerlingen met een diploma vmbo-gl of vmbo-tl (de mavo) recht krijgen om door te stromen naar de havo, mits zij in ten minste één extra algemeen vormend vak eindexamen hebben gedaan.  

Op dit moment mogen scholen eigen voorwaarden stellen aan leerlingen die na het vmbo in willen stromen in het vierde jaar havo. Zo stellen zij bijvoorbeeld eisen aan het cijfergemiddelde of wordt om een positief advies van docenten gevraagd. Deze verschillende toelatingseisen leiden tot ongelijkheid.  

Nu blijkt dat deze ongelijkheid nog langer in stand blijft. Het wetgevingstraject is vertraagd, waardoor de wet op zijn vroegst 1 januari 2020 in werking zal treden. Leerlingen die dachten door te kunnen stromen, worden nu toch nog geconfronteerd met aanvullende eisen. Er komt geen coulanceregeling, maar de minister roept scholen wel op om geen onnodige eisen te stellen.

VOO: ‘Bezwaar VO-raad stelt teleur’

De Vereniging Openbaar Onderwijs roept scholen op om in afwachting van de nieuwe wet geen drempels op te werpen voor leerlingen die aan de beoogde voorwaarden voldoen. Marco Frijlink, directeur-bestuurder van de VOO: ‘Kansengelijkheid is een breed gedeeld streven in het onderwijs, waarbij soepele overgangen essentieel zijn. Dat juist de VO-raad bezwaar maakt tegen dit voorstel stelt dan ook teleur. Hoewel scholen wellicht terecht bezorgd zijn over slagingspercentages, zou dit nooit doorslaggevend mogen zijn bij het bieden van kansen.  Wij rekenen er dan ook op dat veel scholen zich zullen inspannen om ambitieuze leerlingen te helpen in te stromen in 4-havo’.

De VOO heeft iets nieuws ontwikkeld voor de MR: een checklist. Deze kan de MR gebruiken bij advies- en instemmingsverzoeken die de MR voorgelegd krijgt. Zo weet de MR altijd zeker dat de juiste stappen worden gevolgd.



Soms is het onvermijdelijk: een school kan niet langer voortbestaan. Soms komt dat doordat de kwaliteit te lang onder druk staat en het bevoegd gezag geen reële mogelijkheden meer ziet om het tij te keren, bijvoorbeeld doordat het lerarentekort daar niet op te lossen blijkt. Meestal echter heeft het te maken met het leerlingenaantal. Als dat té lang té laag is, heeft dat niet alleen mogelijk consequenties voor de kwaliteit op een school, maar komen ook de financiën onder druk te staan.