Nieuws

Opinie: Twee keuzes bij bijzonder onderwijs, of alle vormen toelaten of helemaal afschaffen

Gepubliceerd op: dinsdag 5 april 2022

U leest een opinie-artikel dat geplaatst is bij onze nieuwsberichten. Opinie-artikelen zijn geschreven door auteurs van buiten de VOO en representeren niet noodzakelijk de visie van de VOO.

Tekst: Luuk Eilers. Oorspronkelijk verschenen in Het Parool. Een uitgebreidere versie van het artikel is hier te lezen.

Met het groeiende aantal achtergronden in Nederland, stijgt ook de vraag naar bijzonder onderwijs voor de eigen groepering. Maar waar trekken we de grens? Luuk Eilers betoogt dat we twee keuzes hebben: We laten alle vormen van onderwijs toe, of we schaffen het bijzonder onderwijs volledig af.

Vrijwel ieder jaar wordt de discussie over het onderscheid tussen openbare en bijzondere scholen gevoerd. Zo kwam recentelijk naar buiten dat respectievelijk reformatorische en salafistische onderwijsinstituten het homohuwelijk en de Nederlandse cultuur als verwerpelijk onderwijzen. Bijzonder onderwijs is gebaseerd op een levensbeschouwelijke grondslag. Deze onderwijsinstellingen mogen, in tegenstelling tot openbaar onderwijs, kinderen toelating weigeren wanneer ouders niet achter de uitgedragen grondslag staan. Het onderscheid wordt verdedigd onder het mom van ‘onderwijsvrijheid’ – een conceptie van vrijheid die dus de mogelijkheid tot discriminatie biedt. Ons polariserende land demonstreert pijnlijk dat deze notie verouderd is.

Tekens van de wereldreligies op een blackboard Beeld Getty Images/iStockphoto
Tekens van de wereldreligies op een blackboard
BEELD GETTY IMAGES/ISTOCKPHOTO

Spinoza

Het gedachtegoed van Baruch Spinoza kan deze discussie verrijken. De Nederlandse filosoof onderscheidde ‘religieuze’ en ‘filosofische’ vrijheid. Na verschillende religies te hebben bestudeerd in een – zeker voor zijn tijd – tolerant Nederland, concludeerde hij dat geloof en kennis wezenlijk verschillen. Religie is namelijk gegrond in overtuiging: er valt niet veel te bewijzen of te bediscussiëren. Filosofische vrijheid ontstaat wanneer iemand in staat is een onbevooroordeelde mening te vormen en te uiten. Hoewel het de taak van de staat is om beide vormen van vrijheid zo veel mogelijk te verschaffen aan haar burgers, vond Spinoza filosofische vrijheid belangrijker. Filosofisch vrije burgers zorgen namelijk voor een redelijke, open maatschappelijke discussie, wat op zijn beurt de stabiliteit van de staat bevordert. Zeker in het gesegregeerde Nederland van vandaag lijkt dit wenselijk.

Elkaar tegenkomen

Deze vrijheden kunnen allebei verschaft worden middels het onderwijs. Centraal zou moeten staan dat iedereen gevormd wordt door opvoeding en externe invloeden. Wij leren pas om te gaan met anderen als we begrijpen dat anderen moeten leren omgaan met ons. Door dit inzicht leren wij ons te verplaatsen in – en leven met – de ander. Uitgebreid onderzoek van socioloog Thomas Pettigrew onderschrijft dit: vooroordelen worden universeel verminderd als verschillende groeperingen met elkaar in contact komen. Hoe jonger dit gebeurt, hoe sterker het effect. Zorg er dus niet alleen voor dat kinderen verschillende standpunten leren, maar ook dat ze elkaar tegenkomen.

Terugkomend op het debat over onderwijsvrijheid belicht Spinoza’s filosofie iets opvallends. Momenteel achten wij de religieuze vrijheid van ouders als leidend. Een heroverweging van vrijheid op basis van Spinoza zou impliceren dat we de maatschappelijke taak van onderwijs onderschatten. Ondanks dat het wettelijk is vastgesteld dat onderwijs actief burgerschap en socialisering moet bevorderen, wordt het instituut niet in dienst van deze doelen ingezet. Scholen zijn slechts verplicht de ‘democratische rechtsstaat centraal te stellen,’ wat lastig te handhaven blijkt.

Als we, zoals Spinoza, onbewijsbare levensbeschouwingen terugbrengen tot overtuigingen wordt het heel arbitrair welke denkbeelden gangbaar genoeg zijn om als grondslag voor een school te dienen. In heilige geschriften staat immers veel dat niet overeenkomt met de waarden van onze rechtsstaat. Vergeet bovendien niet dat religieuze overtuigingen elkaar uitsluiten – ze kunnen moeilijk allemaal waar zijn. Toch worden de hedendaags uitgedragen overtuigingen in het onderwijs geaccepteerd. Bijzondere scholen mogen verkondigen wat ze willen, zolang ze maar verklaren dat hun standpunt niet het ‘algemene’ is.

Nieuwe verzuiling voorkomen

Maar neem Thierry Baudets wens om ‘Forum voor Democratie-scholen’ op te richten. Onze huidige opvatting van onderwijsvrijheid maakt ook de stichting hiervan lastig aanvechtbaar. Ze zouden aan hun boodschappen slechts hoeven toe te voegen dat niet heel Nederland dezelfde denkbeelden omarmt. Dat deze scholen zullen bijdragen aan toekomstige polarisatie – en dus instabiliteit – lijkt evident. Enerzijds leert een groepering zich onvoldoende verplaatsen in anderen, anderzijds zullen degenen die zich gediscrimineerd voelen in het geweer komen.

Passief onderwijsbeleid zal de samenleving verder segregeren. Alleen actief ingrijpen kan een nieuwe verzuiling middels het bijzonder onderwijs voorkomen. Er zijn tenslotte voldoende buitenschoolse instituten die overtuigingen van ouders kunnen ondersteunen. Kinderen moeten van jongs af aan meekrijgen dat wederzijds begrip nodig is om verschillende achtergronden te verzoenen. De afschaffing van het bijzonder onderwijs is een eerste stap om dit te realiseren. Een kleine inperking van de religieuze vrijheid van ouders kan maatschappelijk meer filosofische én religieuze vrijheid opleveren. Door onderling begrip zullen wij hopelijk zowel onze meningen als onze overtuigingen makkelijker durven te uiten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Over de auteur:

“Mijn naam is Luuk Eilers. (…)  Ik ben masterstudent ‘Philosophy, Politics, and Economics’, en ‘Filosofie & Maatschappij’ aan de Rijksuniversiteit Groningen. Momenteel ben ik voor Filosofie & Maatschappij bezig met een “filosofische interventie”. Dit is een groot project waarbij het de bedoeling is dat er iets met een filosofische invalshoek toe wordt gevoegd aan een maatschappelijk debat.

Mijn project gaat over het onderwijsvrijheid debat en met name het nieuwe rapport van de Onderwijsraad genaamd Grenzen stellen, ruimte laten. Hierin betoogt de raad dat de democratische rechtsstaat centraler moet staan in het onderwijs, maar dat er nog steeds veel ruimte voor een eigen invulling voor onderwijs moet zijn.”