Deze week opende in Almere Poort de Renaissanceschool, de basisschool die voortkomt uit Forum voor Democratie. Dit keer met rijksbekostiging. En de verontwaardiging is groot. Kamerleden spraken van "indoctrinatie" en "misbruik van de wet", en volgens een rondgang van Nieuwsuur wil een Kamermeerderheid de drempel voor het stichten van scholen nu verhogen.
Column Marco Frijlink
Deze week opende in Almere Poort de Renaissanceschool, de basisschool die voortkomt uit Forum voor Democratie. Dit keer met rijksbekostiging. En de verontwaardiging is groot. Kamerleden spraken van “indoctrinatie” en “misbruik van de wet”, en volgens een rondgang van Nieuwsuur wil een Kamermeerderheid de drempel voor het stichten van scholen nu verhogen.
Ik ga niet meehuilen met de wolven in het bos. Wat je ook vindt van het gedachtegoed achter deze school, de school heeft gewoon aan de wettelijke eisen voldaan: voldoende belangstelling aangetoond, een positief oordeel van de Inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit, verklaringen omtrent het gedrag voor bestuurders en toezichthouders. Dit is precies hoe we de vrijheid van onderwijs nu hebben georganiseerd, en die geldt ook voor opvattingen waar je niets mee hebt. Wie daar nu schande van roept, heeft niet opgelet toen de wetten werden gemaakt.
Want dit is allemaal voorspeld. Letterlijk.
De eerste school via de nieuwbouwwijkroute is een partijschool
Even het mechanisme. Sinds de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen (2021) kan iedereen een bekostigde school stichten, zonder dat die tot een erkende richting hoeft te behoren. Je moet dan wel aantonen dat er voldoende belangstelling is, normaal gesproken via ouderverklaringen van ouders uit de buurt. Daar strandde de eerste poging van de Renaissanceschool: te weinig ouderverklaringen, geen bekostiging, en in 2024 ging de particulier bekostigde voorloper dicht.
Maar de wet kent nog een tweede route. In gebieden waar veel groei wordt verwacht, in de praktijk: nieuwbouwwijken, mag de belangstelling ook worden aangetoond met een marktonderzoek. Geen handtekeningen van bestaande ouders dus, maar een voorspelling van wat toekomstige bewoners zouden willen. Via die route kreeg de Renaissanceschool alsnog bekostiging. Niet omdat Almere Poort geen scholen zou hebben, die zijn er allang, openbare en bijzondere, maar omdat het gebied nog flink groeit. Het is de eerste school die met succes gebruikmaakt van deze wettelijke optie.
En laat voor dit soort situaties nu al in 2019 een plan hebben gelegen. VOO en VOS/ABB stelden voor om in elke nieuwe woonwijk te beginnen met een openbare school waar iedereen welkom is. Een andere signatuur kan later altijd nog, als duidelijk is wie er werkelijk wonen en wat die ouders willen. Verschillende Kamerleden stelden hier vragen over, maar voormalig Onderwijsminister Slob (ChristenUnie) wees het plan af:
“De regering vindt het voorstel niet wenselijk en ziet daarom geen reden om met organisaties, wetenschappers en andere betrokkenen om de tafel te zitten om dit voorstel nader uit te werken.”
Zeven jaar later is de eerste school die via de nieuwbouwwijkroute wordt bekostigd geen openbare school, maar de school van een politieke partij. Een partij die overigens zelf tegen de wet stemde.
Artikel 23 is vooral een plicht van de overheid
In alle discussies over artikel 23 gaat het steevast over de vrijheid om bijzondere scholen te stichten. Maar het artikel bevat óók, en wat mij betreft vooral, een opdracht aan de overheid zelf. Lid 4 zegt het onomwonden:
“In elke gemeente (…) wordt van overheidswege voldoend openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal openbare scholen.”
Van overheidswege. Niet: als er toevallig een schoolbestuur is dat er zin in heeft ofals ouders er zelf om komen vragen. De regering formuleerde het bij de totstandkoming van het artikel al glashelder: de overheid die zich ten taak stelt voor alle burgers gelegenheid tot schoolonderwijs te verschaffen, mag de vervulling van die taak niet afhankelijk stellen van het ontbreken van particulier initiatief.
Hoe serieus neemt de overheid die opdracht anno nu? Toen in 2022 het openbaar voortgezet onderwijs in Maastricht dreigde te verdwijnen, stelden Kamerleden De Hoop (PvdA) en Paul (VVD) daar vragen over. Minister Wiersma (VVD) antwoordde:
“Indien ouders van een voldoende aantal leerlingen een school voor openbaar voortgezet onderwijs wensen, kunnen zij zich wenden tot het college van burgemeester en wethouders. Indien het college die wens niet honoreert kunnen de ouders zich wenden tot gedeputeerde staten. Indien gedeputeerde staten de wens niet honoreert kunnen de ouders zich wenden tot de Minister.”
Juridisch klopt het allemaal. Maar zie wat hier gebeurt: de grondwettelijke plicht van de overheid is omgebouwd tot een loket voor ouders, met drie doorverwijzingen. Wil je openbaar onderwijs voor je kind? Organiseer je dan maar, verzamel handtekeningen en werk je door de bestuurslagen heen. Voor de goede orde: dat is precies de gedachte die de grondwetgever uitdrukkelijk níet wilde.
Twee derde van de Nederlanders wil méér openbare scholen
Is dit een achterhoedegevecht van een club die toevallig het openbaar onderwijs in de naam draagt? Onderzoek van de Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit van Amsterdam laat het tegendeel zien. Van alle Nederlanders vindt 94% het wenselijk dat er openbare scholen zijn. Bijna twee derde vindt dat de overheid ervoor moet zorgen dat er méér openbare scholen komen. Zelfs de meest vergaande stelling, dat élke school openbaar zou moeten zijn, krijgt steun van de helft van de Nederlanders.
En de regering? In de Kamerbrief van 2 juli over de herziening van de regels rond het stichten, instandhouden en opheffen van scholen wordt de positie van het openbaar onderwijs doorgeschoven naar de volgende evaluatieperiode, die loopt tot 2030. Diezelfde brief vat de gesprekken samen die het ministerie voerde met onderwijsorganisaties, waaronder de VOO. De belangenorganisaties, zo staat er, “zijn positief over de vrijheid van onderwijs en de bijbehorende keuzevrijheid van ouders.” Dat is een opmerkelijke samenvatting van de inbreng van een vereniging die beide Kamers destijds heeft opgeroepen tegen deze wet te stemmen, onder de titel “Meer ruimte voor nieuwe scholen = meer ruimte voor segregatie”, en die sindsdien pleit voor een fundamentele herziening met de garantiefunctie van het openbaar onderwijs als vertrekpunt.
Geen paniekwetgeving, wel de eigen opdracht oppakken
Terug naar de verontwaardigde Kamerleden. Kisteman (VVD) en Rooderkerk (D66) stelden binnen een week Kamervragen, en D66 sprak van misbruik van de wet. Die reflex bewijst vooral dat bij dit soort grote onderwerpen niet de waan van de dag moet regeren. Alle risico’s van deze wet zijn jarenlang, uitvoerig en op papier aangedragen, ook door ons. Ze zijn toen terzijde geschoven. Wie nu reparatiewetgeving wil naar aanleiding van één schoolopening in Almere, loopt het risico hetzelfde type fout weer te maken.
Wat er wel moet gebeuren is minder spectaculair en veel wezenlijker. De overheid moet haar eigen grondwettelijke opdracht weer serieus nemen: actief zorgen dat er overal voldoende openbaar onderwijs is, waar elk kind welkom is, ongeacht achtergrond of overtuiging. Begin bij het begin: in elke nieuwe woonwijk eerst een openbare school. Destijds had minister Slob daar geen zin in. De maatschappelijke noodzaak is sindsdien alleen maar groter geworden. Hopelijk wil staatssecretaris Tielen (VVD) het gesprek nu wél aan.
Marco Frijlink
VoorzitterMarco is sinds 2019 voorzitter van de VOO, waar hij zich in het bijzonder bezighoudt met het goed functioneren van de vereniging.
Meer over MarcoInschrijven voor onze nieuwsbrieven
"*" geeft vereiste velden aan
In Nederland worden kinderen heel vroeg geselecteerd voor het voortgezet onderwijs. De kansenongelijkheid die hierdoor ontstaat, zal niet beter worden zolang we blijven vasthouden aan de hardnekkige ‘succes-is-een-keuze-mythe’.