Nieuws

Het halfjaarlijks gesprek tussen de RvT en de MR: waardevol of ‘omdat het moet’?

Gepubliceerd op: woensdag 25 oktober 2023

Volgens de richtlijnen dienen de RvT en de MR ten minste twee keer per jaar overleg te voeren. Hoewel de Wet versterking bestuurskracht (Wvb) geen specifieke voorschriften bevat over de vorm van dit overleg en de te bespreken onderwerpen, is het belang van deze gesprekken onmiskenbaar.

Op 7 september hebben de VTOI-NVTK (de belangenorganisatie voor toezichthouders in het onderwijs en kinderopvang) en de VOO voor de eerste keer gezamenlijk een webinar georganiseerd over dit halfjaarlijkse gesprek. Met een opkomst van meer dan 80 deelnemers en zeer positieve reacties is duidelijk geworden dat dit onderwerp van groot belang is voor beide partijen.
Heeft u het vorige webinar gemist? U bent van harte uitgenodigd om het Webinar bij te wonen op 7 november.

Programma:
In het eerste gedeelte van deze onlinebijeenkomst deelt Marco Frijlink, onder meer voorzitter van de VOO en lid van een RvT in het primair onderwijs, zijn praktijkkennis en ervaring. Marco behandelt vragen als:

  • Wat is het belang van het gesprek?
  • Welke onderwerpen kunnen worden besproken?
  • Is het bestuur aanwezig bij dit gesprek?
  • Wie zit het gesprek voor?
  • Wie stelt het programma op?

In het tweede gedeelte gaan we in gesprek met elkaar en is er ruimte voor vragen, een discussie en/of onderlinge uitwisseling. Marian de Regt, beleidsadviseur van de VTOI-NVTK, neemt de rol als moderator op zich.

Dit gratis Webinar is geschikt voor alle RvT en GMR-leden. Bent u lid van een GMR, neem dan uw RvT-leden mee!

We kijken uit naar uw deelname!

Marco Frijlink
Voorzitter

Marco is de voorzitter van de VOO en is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de vereniging.

Meer over Marco

De VOO heeft iets nieuws ontwikkeld voor de MR: een checklist. Deze kan de MR gebruiken bij advies- en instemmingsverzoeken die de MR voorgelegd krijgt. Zo weet de MR altijd zeker dat de juiste stappen worden gevolgd.



Soms is het onvermijdelijk: een school kan niet langer voortbestaan. Soms komt dat doordat de kwaliteit te lang onder druk staat en het bevoegd gezag geen reële mogelijkheden meer ziet om het tij te keren, bijvoorbeeld doordat het lerarentekort daar niet op te lossen blijkt. Meestal echter heeft het te maken met het leerlingenaantal. Als dat té lang té laag is, heeft dat niet alleen mogelijk consequenties voor de kwaliteit op een school, maar komen ook de financiën onder druk te staan.