Nieuws

Gesprek over brede brugklassen is essentieel, maar niet voldoende in strijd tegen kansenongelijkheid

Gepubliceerd op: dinsdag 8 januari 2019

Zoals recentelijk nogmaals benadrukt door de Onderwijsraad, is een toereikend aanbod van brede brugklassen essentieel om groeiende segregatie en kansenongelijkheid af te remmen. Voor veel leerlingen is bij de overgang van het PO naar het VO nog niet duidelijk welke schoolsoort het beste bij hen past. In een heterogene en/of verlengde brugklas kan deze keuze nog uitgesteld worden. Het is dan ook zorgelijk dat volgens cijfers van het CBS het aantal brede brugklassen de afgelopen jaren steeds verder is afgenomen. De vraag is hoe deze ontwikkeling verklaard kan worden; de zorgen over kansenongelijkheid lijken immers breed gedeeld. De VOO wil daarbij ook de rol en visie van ouders beter in beeld brengen.

DUO heeft op verzoek van OCW een overzicht gemaakt van het aanbod van verschillende soorten brugklassen in heel Nederland. 

Doel is het regionale gesprek te bevorderen, zodat op bovenschools niveau afspraken gemaakt kunnen worden over een toereikend aanbod van brede brugklassen, daar waar men dit op schoolniveau niet kan of wil realiseren. Minister Slob wil scholen namelijk vrij laten in de keuze voor heterogene of homogene brugklassen, maar pleit er wel voor dat er voor iedere leerling ‘op fietsafstand’ een brede brugklas beschikbaar is.

De VOO ziet graag verdergaande maatregelen om de vroege en rigide selectie in het Nederlandse onderwijs aan te pakken. Het door DUO gepubliceerde overzicht is echter een goed aanknopingspunt om het gesprek hierover te (blijven) voeren binnen scholen en schoolbesturen.

De VOO heeft iets nieuws ontwikkeld voor de MR: een checklist. Deze kan de MR gebruiken bij advies- en instemmingsverzoeken die de MR voorgelegd krijgt. Zo weet de MR altijd zeker dat de juiste stappen worden gevolgd.



Soms is het onvermijdelijk: een school kan niet langer voortbestaan. Soms komt dat doordat de kwaliteit te lang onder druk staat en het bevoegd gezag geen reële mogelijkheden meer ziet om het tij te keren, bijvoorbeeld doordat het lerarentekort daar niet op te lossen blijkt. Meestal echter heeft het te maken met het leerlingenaantal. Als dat té lang té laag is, heeft dat niet alleen mogelijk consequenties voor de kwaliteit op een school, maar komen ook de financiën onder druk te staan.