Nieuws

Regeerakkoord regelt instemming MR op begroting

Gepubliceerd op: vrijdag 20 oktober 2017

Het nieuwe regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst‘ is gepresenteerd, met een aantal opvallende passages over het onderwijs. Wat betekenen deze plannen voor u – als ouder, leerling, leerkracht, of schoolbestuurder – en voor uw kind(eren) of leerlingen? Wij zetten kort een aantal belangrijke punten voor u op een rij.

En eentje verklappen we alvast, omdat de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) daar zijn best voor heeft gedaan: medezeggenschapsraden krijgen instemmingsrecht op de begroting.

Leerlingen

Niet alle kinderen gedijen goed bij een soms abrupte overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs. Het nieuwe kabinet pleit voor een meer geleidelijke overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Er wordt experimentele ruimte voorzien ter bevordering van de samenwerking tussen basisscholen en het voortgezet onderwijs .

Wanneer de leerplicht (tot 16 jaar) niet meer geldt, geldt een kwalificatieplicht voor jongeren zonder diploma. Momenteel geldt de kwalificatieplicht tot de leefftijd van 18 jaar. Het nieuwe kabinet wil die leeftijdsgrens verhogen naar 21 jaar.
In het regeerakkoord staat een aantal plannen dat specifiek betrekking heeft op het kleuteronderwijs. Voor kleuters wordt de in de sectorakkoorden afgesproken norm om het aantal zittenblijvers terug te dringen, losgelaten. Ook zullen kleuters niet meer worden getoetst in het kader van het leerlingvolgsysteem.

Passend onderwijs

Nieuwe stappen worden genomen richting passend onderwijs. Zo wordt continue verbetering van scholen aangemoedigd doordat de onderwijsinspectie scholen mag waarderen als ‘goed’ of ‘excellent’. Met deze beoordelingswijze wil het kabinet rechtdoen aan scholen die zich bijvoorbeeld inspannen om extra zorgleerlingen op te nemen en zich zo inzetten voor passend onderwijs. De onderwijsinspectie kan hier voortaan rekening mee houden.

Medezeggenschap

De medezeggenschapsraad in het primair en voortgezet onderwijs krijgt instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. Hiermee wordt meer ruimte voor inspraak gecreëerd voor personeel, ouders en leerlingen. De Vereniging Openbaar Onderwijs heeft hiervoor meermaals gepleit bij de Tweede Kamer.

Krimp en kleine scholen

Wat betreft krimp en kleine scholen zijn er een drietal plannen gepresenteerd. Ten eerste zal de fusietoets in het primair onderwijs worden geschrapt. Ten tweede zal de fusietoets in het voortgezet onderwijs niet meer plaatsvinden bij krimpproblematiek. Ten slotte zal extra worden geïnvesteerd in een pluriform scholenaanbod en thuisnabij onderwijs door middel van een verhoging van de kleine-scholentoeslag.

Uitbreiding vrijheid van onderwijs

Het nieuwe kabinet wil de vrijheid van onderwijs uitbreiden door het gemakkelijker te maken om scholen op te richten op basis van de belangstelling van ouders en leerlingen. Dit geldt ook wanneer de visie op de te stichten scholen niet aansluit bij bestaande richtingen. De nieuw op te richten scholen moeten wel voldoen aan de zogenoemde deugdelijkheidseisen (bijvoorbeeld over leerlingen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben) en de wettelijke burgerschapsopdracht.
Over dit voornemen heeft de Vereniging Openbaar Onderwijs grote zorgen, omdat deze scholen zich in de praktijk vaak op bepaalde groepen (hoogopgeleide) ouders richten. Risico’s op het gebied van kansenongelijkheid en uitsluiting liggen op de loer.

Foto: Khadija Arib neemt het eerste exemplaar van het regeerakkoord in ontvangst uit handen van informateur Gerrit Zalm. Bron: Tweede Kamer.

De VOO heeft iets nieuws ontwikkeld voor de MR: een checklist. Deze kan de MR gebruiken bij advies- en instemmingsverzoeken die de MR voorgelegd krijgt. Zo weet de MR altijd zeker dat de juiste stappen worden gevolgd.



Soms is het onvermijdelijk: een school kan niet langer voortbestaan. Soms komt dat doordat de kwaliteit te lang onder druk staat en het bevoegd gezag geen reële mogelijkheden meer ziet om het tij te keren, bijvoorbeeld doordat het lerarentekort daar niet op te lossen blijkt. Meestal echter heeft het te maken met het leerlingenaantal. Als dat té lang té laag is, heeft dat niet alleen mogelijk consequenties voor de kwaliteit op een school, maar komen ook de financiën onder druk te staan.