Medezeggenschap tijdens een hectische Zeeuws-Vlaamse onderwijsfusie

Gepubliceerd op: vrijdag 5 juli, 2019

Tekst Ronald Buitelaar 

Na een goed half jaar overleg fuseerden in augustus 2018 vier besturen voor voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen tot een bestuur, en besloten scholengemeenschappen De Rede en het Zeldenrust Steelantcollege uit Terneuzen als Lodewijkcollege verder te gaan. Haast was geboden omdat scholengemeenschap Zwin College in Oostburg failliet dreigde te gaan. We blikken hierop terug met Hugo Staelens, voorzitter GMR van de fusiescholen en Jeroen Peters, MR-adviseur namens de Vereniging Openbaar Onderwijs.

Toen er daadwerkelijk een school dreigde om te vallen brak er paniek uit en moest in een paar maanden gedaan worden wat in de jaren ervoor niet lukte.’ Hugo Staelens is docent HBR (horeca, bakkerij en recreatie) en langjarig MR-voorzitter bij voormalig scholengemeenschap De Rede en tegenwoordig GMR-voorzitter van de fusiescholen. Hij kijkt overwegend positief terug op het fusieproces, maar stelt vast dat de komende jaren nog veel werk wacht: ‘Dit schooljaar is er feitelijk niet veel veranderd, maar dat wordt de komende jaren wel anders. Zo moeten onder meer onderwijsvernieuwingen worden doorgevoerd. Dat vraagt veel van onze  docenten.’ Ook Jeroen Peters, die de MR van De Rede namens de Vereniging Openbaar Onderwijs adviseerde, kijkt terug op een zeer intensief, maar zinvol half jaar: ‘We hebben heel veel overlegd en hands on moeten handelen maar ik denk dat we er, ondanks de tijdsdruk, toch het beste uitgehaald hebben.’ Of zo’n snelkookpan voor herhaling vatbaar is? Peters: ‘Zeker niet. Als we met een klacht over het proces naar de geschillencommissie waren gestapt had die ons ongetwijfeld in het gelijk gesteld. Niemand kon zich echter uitstel veroorloven.’ 

Krimp en weglek
Later meer over de crisisfusie. Nu eerst de aanleiding. Voor de buitenwacht leek het misschien of de overhaaste bestuurlijke en institutionele fusie van het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen uit de lucht kwam vallen, maar feitelijk was het een onontkoombare uitkomst van een voortslepende kwestie. Zo heeft de regio al flink wat jaren te maken met krimp. Het effect ervan is in het Zeeuws-Vlaamse voortgezet onderwijs dan ook goed te merken. De leerlingenaantallen lopen op de meeste scholen al jaren terug en de forse ‘weglek’ van leerlingen naar België maakt de problematiek nog een slag ingewikkelder. Niet vreemd dus dat er al jarenlang over fusies of vormen van samenwerking wordt gesproken. Ook hebben zowel het ministerie van Onderwijs als de Onderwijsinspectie pogingen gedaan om het proces op gang te helpen of te houden. Maar waar terugloop van leerlingen elders leidt tot het sluiten van scholen of samenvoegen van vestigingen, ligt dat vanwege de geografische kenmerken van Zeeuws-Vlaanderen een stuk ingewikkelder. De regio  telt vier brede scholengemeenschappen van ver chillende denominatie. In Terneuzen twee, het openbare De Rede en het christelijke Zeldenrust Steelantcollege, in het westelijk gelegen Oostburg het algemeen bijzondere Zwin College en in het oostelijk gelegen Hulst, het katholieke Reynaertcollege. Opheffing van scholen zou niet alleen de keuzevrijheid van ouders en leerlingen beperken, maar ook zorgen dat reistijden oplopen tot enkele uren per dag.

Taskforce
Toch dreigt precies dat in de zomer van 2017 te gebeuren als directeur Frank Neefs van het Zwin College aangeeft dat zijn school bij uitblijvende financiële steun vanuit Den Haag binnen één of twee jaar failliet zal gaan. De Onderwijsinspectie maakt op hetzelfde moment bekend dat de school onder aangepast financieel toezicht komt te staan. Toenmalig staatssecretaris Sander Dekker peinst er echter niet over om extra geld over te maken zolang de Zeeuws-Vlaamse schoolbesturen niet constructiever gaan samenwerken. Het is een moment waarop voor iedereen helder is dat het op pompen of verzuipen aankomt. In no time is een stevige taskforce opgetuigd die onder leiding van de Rotterdamse oud-wethouder René Smit een voorstel moet maken om ‘een breed aanbod aan hoogwaardig, zo veel mogelijk thuisnabij voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen te garanderen, dat aantrekkelijk en concurrerend is ten opzichte van het Vlaamse aanbod.’ Ook moet het een fundament vormen voor het herstelplan van het Zwin College. Twee maanden later presenteert de Taskforce haar plan en blijkt dat onder druk alles vloeibaar wordt. Op negentien pagina’s analyseert de commissie de problematiek en presenteert een oplossing, die er kort gezegd op neerkomt dat de verschillende schoolbesturen op 1 augustus 2018 tot een bestuur fuseren, De Rede en het Zeldenrust Steelantcollege in Terneuzen als één school verder gaan en de verschillende overheden tot 1 augustus 2022 voor voldoende financiële rugdekking zorgen.

Openbaar onderwijs
Het is met name de laatste fusie die volgens Staelens de nodige kopzorgen oplevert: ‘Dat gaat over je eigen school en je collega’s en dat wil je als MR zo goed mogelijk regelen.’  Wat scheelt is dat er weinig weerstand tegen de voorgenomen fusie is en dat alle geledingen en denominaties het beste voor de leerlingen en Zeeuws Vlaanderen willen. Staelens: ‘We zagen het leerlingenaantal bij het havo/vwo van De Rede teruglopen, zijn erg trots op onze school en wilden ons vooral richten op het voortbestaan. Beide MR’en waren ervan overtuigd dat we samen een prachtige, brede scholengemeenschap konden neerzetten in Terneuzen.’ Peters denkt dat het gezamenlijk willen optrekken van groot belang is geweest: ‘We werden overspoeld met papier en, soms onvoldragen, rapporten. Dan kwam het echt neer op vertrouwen in elkaars blauwe ogen. Wat daarbij hielp was dat de twee MR’en veel, vaak en goed met elkaar overlegden. Er heerste een goede sfeer.‘ Het verdwijnen van de openbare school en de brede toegankelijkheid van het nieuwe, christelijke, Lodewijkcollege was nog wel een discussieonderwerp. Zo stuurde Hans Teegelbeckers, directeur van VOS/ABB, in juni 2018 een drie kantjes tellende brief aan de Tweede Kamer waarin hij minister Slob beschuldigde van een ongrondwettelijke aanpak in het krimpgebied: ‘Het bewust opzijschuiven van artikel 23 gaat in Zeeuws-Vlaanderen ten koste van het openbaar voortgezet onderwijs, dat geheel uit deze krimpregio dreigt te verdwijnen.’ Een goede maand later meldde VOS/ABB op haar website dat er samen met de Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen en de gemeente Terneuzen garantieafspraken waren gemaakt voor de fusieschool: ‘De school zal uitgaan van actieve pluriformiteit. Dit houdt in dat de school op basis van gelijkwaardigheid aandacht zal hebben voor diversiteit zoals die in de huidige samenleving bestaat. Bovendien zal geen enkele leerling of leerkracht kunnen worden geweigerd op grond van onder meer levensovertuiging, godsdienst of seksuele geaardheid.’ Staelens klinkt tevreden over deze uitkomst: ‘Omdat er geen openbaar onderwijs meer overblijft in Zeeuws-Vlaanderen heeft met name VOS/ABB  op dat punt stevige garanties geëist. We hebben er vertrouwen in dat dit voldoende is.’

Rol Onderwijsinspectie
En zo lijkt een ogenschijnlijk ingewikkeld fusietraject toch nog vrij geruisloos haar beslag te hebben gekregen. Toch zijn de zorgen nog niet voorbij. Zo is recent alweer een delegatie van het Zeeuws-Vlaamse onderwijs bij de onderwijswoordvoerders in de Tweede Kamer langs geweest met een verzoek om extra middelen. Ook bij Staelens en Peters leven nog vragen. Staelens: ‘Kunnen alle scholen na 2022 blijven bestaan als de subsidie op is of komen  er dan alsnog nieuwe ingrepen?’ Het is een vraag die ook Peters bezighoudt: ‘Grijpt de Onderwijsinspectie in als een van de partijen zich niet aan de voorwaarden van het transitieplan houdt? Ik heb mijn twijfels.’ En over de Inspectie gesproken. Bij Staelens en Peters klinkt kritiek door die ook bij het vmbo examendrama in Maastricht werd gehoord. Staelens: ‘Waarom praat de Inspectie niet in een vroeg stadium met leraren en ouders? Die weten precies wat er speelt.’  Peters: ‘Ik vind dat de Inspectie eerder en harder had moeten ingrijpen.’ Woordvoerder Daan Jansen van de Onderwijsinspectie vindt de kritiek onterecht: ‘Besturen zijn verantwoordelijk voor de financiële continuïteit van hun scholen en moeten verplicht een continuïteitsparagraaf opnemen in hun jaarverslag. Die paragraaf moet inzicht bieden in de ontwikkelingen op lange termijn. Daarbij moeten ook externe ontwikkelingen worden meegenomen, zoals in dit geval krimp in de regio. De schoolbesturen in de regio waren dus primair in de positie om een besluit te nemen over wanneer welke maatregelen ingezet zouden gaan worden.’

Het lerarentekort: er is maar 1 oplossing en dat is salarisverhoging Iedereen in en om het onderwijs heeft de afgelopen jaren wel iets gezegd over het lerarentekort in het basisonderwijs. Er zijn actieplannen gepresenteerd, zij-instromers worden gestimuleerd, grote steden maken het wonen aantrekkelijker, het kan...



In de jaarlijkse School!Week laat het openbaar onderwijs onder het motto ‘Ik ben welkom’ zien waar het voor staat. In 2019 was het thema ‘Openbaar onderwijs heeft karakter’. Wat is dat karakter nu precies?   Sinds 2012 staan jaarlijks een week lang de kernwaarden van het...