De VOO reageert op de internetconsultatie over maatwerk in het funderend onderwijs en vraagt om meer aandacht voor kansengelijkheid. Lees de reactie.
Het ministerie van OCW heeft het wetsvoorstel Wet maatwerk in het funderend onderwijs ter internetconsultatie aangeboden. Dit wetsvoorstel geeft scholen en samenwerkingsverbanden meer ruimte om voor een beperkte groep leerlingen af te wijken van de reguliere regels voor onderwijstijd, onderwijsinhoud en onderwijslocatie. Het doel hiervan is te voorkomen dat leerlingen door lichamelijke of psychische oorzaken uitvallen en thuis komen te zitten, en om jongeren die niet op een school staan ingeschreven weer richting onderwijs te begeleiden.
De reactie van de VOO op het maatwerk in het funderend onderwijs
De Vereniging Openbaar Onderwijs heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om te reageren. Wij steunen de mogelijkheid tot meer maatwerk. Tegelijkertijd vragen we om aanscherping van het voorstel zodat de interpretatie van dit wetsvoorstel, namelijk het vergroten van kansengelijkheid in het onderwijs, beter tot zijn recht zal komen.
Kansengelijkheid als uitgangspunt
Het expliciet benoemen van kansengelijkheid als uitgangspunt van de wet, het voorkomen dat maatwerk leidt tot lagere verwachtingen van leerlingen, en het zoveel mogelijk behouden van de band tussen leerlingen en de schoolgemeenschap zijn hierbij belangrijke kaders.
Lees hieronder de volledige reactie van de VOO op de internetconsultatie.
Reactie internetconsultatie Wet maatwerk in het funderend onderwijs
Betreft: reactie op de internetconsultatie wetsvoorstel Wet maatwerk in het funderend onderwijs
Namens de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) maken wij graag gebruik van de mogelijkheid om te reageren op de internetconsultatie over de Wet maatwerk in het funderend onderwijs. Het wetsvoorstel geeft scholen en samenwerkingsverbanden meer ruimte om voor een beperkte groep leerlingen af te wijken van de reguliere regels voor onderwijstijd, onderwijsinhoud en onderwijslocatie. Het doel is te voorkomen dat leerlingen door lichamelijke of psychische oorzaken uitvallen en thuis komen te zitten, en om jongeren die niet op een school staan ingeschreven weer richting onderwijs te begeleiden.
De VOO is niet tegen dit wetsvoorstel. Integendeel: de mogelijkheid om meer maatwerk te bieden kan voor sommige leerlingen juist een belangrijke stap vooruit zijn. Maar juist omdat het voorstel meer ruimte geeft om af te wijken van het reguliere onderwijsprogramma, is het belangrijk om een aantal waarborgen vanuit onze visie onder de aandacht te brengen. Wij reageren niet alleen vanuit de vraag of de regeling praktisch uitvoerbaar is, maar vanuit de vraag wat deze regeling betekent voor de ontwikkelkansen van álle leerlingen.
1. Benoem kansengelijkheid expliciet als uitgangspunt
In de kern gaat dit wetsvoorstel over het vergroten van kansengelijkheid met betrekking tot het recht op leren: een leerling die zonder maatwerk geen of nauwelijks onderwijs kan volgen, krijgt dankzij deze wet meer mogelijkheden om onderwijs te blijven volgen. Toch komt het woord kansengelijkheid in de memorie van toelichting niet één keer voor. Wij vragen u het vergroten van kansengelijkheid expliciet als onderliggend uitgangspunt van de Wet maatwerk op te nemen. Dat is meer dan een woordkeuze: het bepaalt hoe de wet wordt uitgelegd, uitgevoerd en geëvalueerd.
2. Borg dat maatwerk niet leidt tot lagere verwachtingen
Het voorstel maakt het mogelijk om niet alleen af te wijken van onderwijstijd en locatie, maar ook van de onderwijsinhoud. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn: goed maatwerk kan juist nodig zijn om een leerling zich zo goed mogelijk te laten ontwikkelen. Maar het is bekend dat verwachtingen van professionals invloed hebben op de ontwikkelkansen van leerlingen, en dat die verwachtingen mede beïnvloed worden door de achtergrond van een leerling. Het risico in de uitvoering is een mechanisme van lage verwachting naar lagere inschatting van wat een leerling aankan, naar sneller afwijken van het reguliere programma, naar mogelijk lagere onderwijsdoelen.
Wij vragen daarnaast aandacht voor de toonzetting van de memorie van toelichting zelf. Daarin staat: “Tegelijkertijd is het goed om erop te wijzen dat de verwachtingen niet te hoog gespannen moeten zijn. De problematiek van de thuiszitters is bijzonder divers.” (p. 23) Deze formulering tempert de verwachtingen van de wet nog voordat die is ingevoerd. Wij vragen u zich rekenschap te geven van het effect dat een dergelijke toonzetting kan hebben op de uitvoering en naleving van de wet.
Het wetsvoorstel bevat goede procedurele waarborgen: er komt een maatwerkplan, ouders worden betrokken, het samenwerkingsverband moet goedkeuren en het maatwerk wordt geëvalueerd. Deze waarborgen richten zich vooral op de vraag of het maatwerk zorgvuldig en passend is. Wij vragen u hieraan toe te voegen hoe geborgd wordt dat de onderwijsdoelen voor de leerling ambitieus blijven, en hoe dat wordt vastgelegd, geëvalueerd en bewaakt. Bij het opstellen van een maatwerkplan zou bovendien altijd onderbouwd moeten worden waarom regulier onderwijs, ondanks passende ondersteuning en aanpassingen, niet haalbaar is gebleken. Maatwerk mag geen route worden naar lagere verwachtingen. De groep waar het om gaat is divers, een groot deel van de groep heeft veel leerpotentieel, dat moet niet onderschat worden.
3. Houd leerlingen zoveel mogelijk bij de schoolgemeenschap
Het wetsvoorstel kan helpen om leerlingen bij de school te houden en terug te laten keren: als een leerling tijdelijk minder uren kan maken of een aangepast programma nodig heeft, kan maatwerk ervoor zorgen dat die leerling toch onderdeel blijft van de schoolgemeenschap. Tegelijk kan maatwerk betekenen dat een leerling onderwijs thuis, digitaal of op een andere locatie krijgt. Voor sommige leerlingen is dat noodzakelijk, maar het risico ontstaat wanneer een tijdelijke oplossing een langdurig traject wordt en de leerling daardoor minder contact heeft met klasgenoten en minder onderdeel is van de school. Dit sluit aan bij onze visie op de openbare school en op actieve pluriformiteit: verschillen tussen leerlingen mogen er zijn en moeten waar nodig worden ondersteund, maar juist de ontmoeting tussen verschillende leerlingen is van grote waarde. Wij vragen u in de wet te verankeren dat maatwerk buiten de schoolomgeving waar mogelijk tijdelijk is en gericht op terugkeer naar het reguliere onderwijs en de schoolgemeenschap.
Tot slot
De VOO steunt meer ruimte voor maatwerk wanneer dat nodig is om leerlingen onderwijs te laten volgen. Daarmee kan deze wetswijziging bijdragen aan meer kansengelijkheid. Voor de VOO is het daarbij essentieel dat maatwerk niet leidt tot nieuwe ongelijkheid. Ieder kind, met of zonder beperking, moet kunnen rekenen op hoge verwachtingen en de mogelijkheid om zich zo ver mogelijk te ontwikkelen. Maatwerk moet verschillen tussen leerlingen erkennen, zonder dat die verschillen leiden tot verschillen in waardering, verwachtingen of ontwikkelkansen. Waar mogelijk moet maatwerk bovendien bijdragen aan deelname aan de gezamenlijke schoolgemeenschap: samen leven, samen leren.
Wij gaan graag met u in gesprek over de wijze waarop deze punten een plek kunnen krijgen in het wetsvoorstel, en zijn beschikbaar voor een nadere toelichting.
Bussum, 27 augustus 2026
Vereniging Openbaar Onderwijs
Marco Frijlink, voorzitter
Babette van Harsselaar
CursusontwikkelaarBabette is verantwoordelijk voor de inhoud van deze cursus. Heb je een inhoudelijke vraag over de cursus? Stuur dan een mailtje naar zijn e-mailadres: [email protected].
Meer over BabetteInschrijven voor onze nieuwsbrieven
"*" geeft vereiste velden aan
In deze podcast spreekt Jan Jaap Hubeek (NIVOZ) met Marjolein Moorman (Kamerlid voor Progressief Nederland) en Marco Frijlink (voorzitter Vereniging Openbaar Onderwijs) over wat vroege selectie doet met kinderen, met scholen en met de samenleving die daaruit ontstaat. Over stress, segregatie en kansenongelijkheid. Over stapelen als symptoombestrijding. En over de vraag wat er morgen al kan veranderen, zonder dat één wet wordt aangepast.