VOO maakt zich zorgen over fusie SBO De Piramide en De Horizon in Arnhem, waardoor openbaar speciaal basisonderwijs dreigt te verdwijnen.
Met de Kamerbrief over de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs zet staatssecretaris Judith Tielen een belangrijke stap in de goede richting. Voor het eerst staat niet alleen de doorstroomtoets centraal, maar wordt nadrukkelijk erkend dat een goede overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs vraagt om een bredere benadering.
De brief laat zien dat het denken over kansengelijkheid in beweging is. De staatssecretaris erkent dat brede brugklassen, bredere schooladviezen en een minder verkokerde onderbouw kunnen bijdragen aan een betere ontwikkeling van leerlingen. Ook verwijst zij expliciet naar de brede wetenschappelijke consensus dat later selecteren de kansengelijkheid vergroot. Dat is een belangrijke erkenning van inzichten die al jarenlang door onderzoekers, scholen en maatschappelijke organisaties worden uitgedragen.
Ook de keuze om toe te werken naar één centrale doorstroomtoets verdient waardering. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat een stelsel met zes verschillende toetsen leidt tot onduidelijkheid, verschillen in uitkomsten en afnemend vertrouwen. Een centrale toets kan de vergelijkbaarheid verbeteren en meer rust brengen in het systeem.
Durven we het systeem ter discussie te stellen?
Tegelijkertijd roept deze brief ook een fundamentele vraag op: verbeteren we hiermee het systeem van vroege selectie, of durven we dat systeem zelf ter discussie te stellen?
De staatssecretaris besteedt veel aandacht aan het verbeteren van de kwaliteit van de doorstroomtoets, de vergelijkbaarheid van de resultaten en de betrouwbaarheid van het schooladvies. Dat zijn waardevolle verbeteringen. Maar daarmee blijft de discussie vooral gaan over de vraag hoe we kinderen zo zorgvuldig mogelijk op elf- of twaalfjarige leeftijd kunnen indelen. De wezenlijke vraag is echter of zo’n vroege en gedetailleerde selectie überhaupt wenselijk is.
Kinderen ontwikkelen zich immers niet allemaal in hetzelfde tempo. Talent openbaart zich op verschillende momenten. De ene leerling bloeit vroeg op, de andere pas enkele jaren later. Juist daarom is later selecteren geen technische aanpassing van het systeem, maar een andere manier van kijken naar ontwikkeling. Niet het zo nauwkeurig mogelijk voorspellen van het toekomstig niveau van een kind moet centraal staan, maar het creëren van ruimte om zich verder te ontwikkelen voordat definitieve keuzes worden gemaakt.
De brief zet weliswaar stappen in die richting, maar blijft uiteindelijk vooral gericht op het verbeteren van het bestaande selectiestelsel.
Dat zien we ook terug in de plannen rond bredere schooladviezen. De staatssecretaris erkent terecht dat een breder advies alleen betekenis heeft wanneer scholen ook daadwerkelijk brede brugklassen en een brede onderbouw aanbieden. Zij beschrijft verschillende belemmeringen die scholen daarbij ervaren, zoals gescheiden leermiddelen, differentiatie in de klas, concurrentie tussen scholen en veronderstelde verwachtingen van de inspectie.
Het is tijd voor meer concrete plannen
Het is goed dat deze knelpunten worden onderzocht. Tegelijkertijd blijft het beleid vooral steken in verkennen, inventariseren en kennisdelen. Geheel in lijn met onze analyse van het politieke debat over later selecteren. Wat ontbreekt, is een duidelijke ambitie met concreet geformuleerde doelen: Welk aandeel van de leerlingen moet over enkele jaren kunnen starten in een brede brugperiode? Wanneer is het beleid succesvol? Welke verantwoordelijkheid neemt de rijksoverheid om die ontwikkeling daadwerkelijk mogelijk te maken? Juist daar zou meer richting mogen worden gegeven.
Daarnaast valt op dat de verantwoordelijkheid voor verandering vooral bij scholen wordt gelegd. Scholen worden opgeroepen om bredere brugklassen aan te bieden en meer samen te werken. Natuurlijk spelen scholen hierin een cruciale rol. Maar zij opereren binnen een systeem waarin concurrentie, bekostiging, regionale verschillen en verwachtingen van ouders grote invloed hebben op hun keuzes. Zonder duidelijke landelijke koers blijven individuele scholen vaak de risico’s dragen van een verandering waarvan de maatschappelijke opbrengsten veel breder zijn.
Ook de maatschappelijke cultuur rond schooladviezen krijgt in de brief slechts beperkt aandacht. De staatssecretaris merkt op dat ouders vaker zouden moeten kiezen voor onderwijs dat aansluit bij de brede ontwikkeling van hun kind, in plaats van uitsluitend voor het hoogst mogelijke niveau. Maar die constatering alleen is niet voldoende. De hardnekkige statusverschillen tussen onderwijssoorten vragen om een actieve maatschappelijke strategie, aangestuurd door de politiek. Een strategie die gelijke kansen in het gehele onderwijssysteem integreert. En niet alleen in toetsing, advisering en selectie.
De Kamerbrief laat zien dat de discussie verschuift van de kwaliteit van de toets naar de kwaliteit van de overgang tussen basisschool en voortgezet onderwijs. Dat is een belangrijke stap vooruit. Nu is het tijd om ook de volgende stap te zetten. Niet door de selectie steeds nauwkeuriger te maken, maar door kinderen meer tijd te geven om zich te ontwikkelen voordat die selectie plaatsvindt.
Want uiteindelijk gaat het niet om de vraag hoe goed wij kinderen op hun twaalfde kunnen voorspellen. Het gaat erom hoeveel ruimte wij hen geven om te worden wie zij kunnen zijn. Dat is de kern van goed onderwijs én van gelijke kansen.
Lees hieronder de Kamerbrief overgang po-vo van 2 juli 2026 van staatssecretaris Judith Tielen.
Marco Frijlink
VoorzitterMarco is sinds 2019 voorzitter van de VOO, waar hij zich in het bijzonder bezighoudt met het goed functioneren van de vereniging.
Meer over MarcoInschrijven voor onze nieuwsbrieven
"*" geeft vereiste velden aan
Word lid!
Steun je de idealen van de VOO? Vind je het belangrijk dat wij onze bijdrage leveren aan het maatschappelijk en politiek debat? Word dan nu lid. Voor maar € 30 euro per jaar geef je onze stem nog meer gewicht.
In deze column gaat VOO-voorzitter Marco Frijlink in op de Kamerbrief over de overgang po-vo. Een stap vooruit, maar durven we het systeem écht ter discussie te stellen?