Waarom hoge verwachtingen van kinderen belangrijk zijn voor kansengelijkheid? Emeritus hoogelaar neuropsychologie Jelle Jolles legt het uit.
Tijdens de VOO Medezeggenschapsdag op 20 mei jl. namen drie trainers afscheid van de VOO. Harry Groesser, Fred Kruidenberg en Maria Jansen gaven jarenlang medezeggenschapstrainingen door het hele land en maakten zo talloze medezeggenschapsraden wegwijs in hun rol. Daarbij wezen ze hen op hun rechten en de vaak onbenutte mogelijkheden van de MR. Wat hen bond, was de overtuiging dat de MR onmisbaar is. “Als er geen MR zou bestaan zou de afstand tussen ouders en school te groot worden,” vat Groesser het samen.
Alle drie zien ze dat het onderwijs ingewikkelder is geworden, en dat de medezeggenschap meer aandacht verdient: van bestuurders die de rechten van de MR beter zouden moeten kennen, tot scholen die actiever werk mogen maken van het imago en het vervullen van vacatures. Aan de raden zelf geven ze mee dat de MR over veel meer gaat dan punten en komma’s: je kunt als raad ook zelf het initiatief nemen, onderwerpen agenderen en zo bijdragen aan een school die leuker, beter en veiliger is. Tot slot hebben ze nog een bericht aan hun opvolgers: ze moeten zich realiseren dat het werk echt om bezieling vraagt.
Harry Groesser
We moeten ouders helpen om het grotere plaatje te blijven zien
Als beleidsmedewerker HRM bij de Archipelscholen in Vlissingen wisten zijn collega’s Harry Groesser goed te vinden als het ging om vragen rondom de medezeggenschap. Toen hij de vraag kreeg om naast zijn gewone baan ook af en toe trainingen te geven namens de VOO hoefde hij daar niet lang over na te denken. “Het was me al opgevallen dat scholen te weinig weten over de rol, de positie, de rechten en plichten maar ook praktische zaken van de medezeggenschapsraad. Ik vond het belangrijk dat ze daar meer over leerden. Daarnaast vond ik het ontzettend leuk om trainingen te geven. Ik kwam bijna altijd voldaan thuis na zo’n avond. Zeker als de MR’s hadden aangegeven dat ze veel aan de avond gehad hadden.”
Waarom is het belangrijk dat scholen de mogelijkheden van de medezeggenschapsraad goed benutten?
“Als er geen MR zou bestaan zou de afstand tussen ouders en school te groot worden en zouden de belangen van de kindertjes in het gedrang kunnen komen. Dat komt omdat schoolbesturen en ouders soms verschillende belangen hebben. Besturen zijn vaak bezig met allerlei eisen waar ze aan moeten voldoen, bijvoorbeeld eisen van het ministerie. Dat is logisch maar het gevaar is dat ze zich daar te veel in verliezen en de andere belangen uit het oog verliezen. De MR is er om ze dan te wijzen op de andere belangen. Of op het feit dat ze misschien te veel geld uitgeven aan overhead.”
In de afgelopen jaren is er best veel veranderd, vindt Groesser. “Ik denk dat alles ingewikkelder is geworden. En ik vraag me af of de ouders dat nog wel allemaal kunnen behappen. Kunnen ze het grotere plaatje nog wel zien? Er zijn zoveel verschillenden geldstromen binnen een school. Het kostte mij vaak al moeite om die allemaal te overzien.”
“Wat ik mee zou willen geven aan nieuwe trainers? Ik ben een gewone jongen van de koude grond, of beter, uit de Zeeuwse klei. Ik ben niet het type dat zich altijd heel precies houdt aan een strakke planning. Die flexibele houding is denk ik wel belangrijk als je een training geeft. Soms is het nuttig om wat dieper in te gaan op een specifieke vraag van de cursisten. Maar je moet dan wel duidelijk vertellen dat je niet altijd toekomt aan het hele programma.”
Over de vraag wat er beter zou kunnen in de wereld van de medezeggenschap hoeft Groesser niet lang na te denken. “Het valt me op dat weinig directeuren of bestuurders meedoen aan cursussen over de medezeggenschap. Dat is echt jammer. Als ze meer op de hoogte waren van de procedures en de rechten van de MR dan zouden bepaalde besluiten misschien zorgvuldiger worden genomen en zou de MR minder vaak met zijn rug tegen de muur worden gezet. Ik zou het een goed idee vinden als er in cursussen voor directeuren en schoolbestuurders standaard aandacht zou worden geschonken aan de rol van de MR.”
“Oh en scholen zouden ook wel wat meer reclame mogen maken voor de MR. Ik merk dat het steeds moeilijker is geworden om die vacatures vervuld te krijgen”
Harry kijkt tevreden terug op zijn jaren bij de VOO. Hij gaat het missen maar heeft nog genoeg om handen. “Ik doe nog allerlei dingen voor het Leger des Heils, vrijwilligers werk voor onze kerk én ik speel nog in een brassband: tweede cornet, in één van de dorpen op Walcheren. ”
Fred Kruidenberg
De MR zou zich ook moeten kunnen bemoeien met het financiële beleid van een school
Hij was MR-trainer, ‘deed’ de VOO-helpdesk en schreef voor het VOO-blad ‘Inzicht’, later omgedoopt tot ‘School’. In de tussentijd werkte hij ook nog als docent, schooldirecteur en bestuurder, schoolbegeleider en accountmanager. Nu is het klaar: Fred Kruidenberg verlaat na veertig jaar onze vereniging.
Zijn enthousiasme voor de medezeggenschap kwam voort uit een grote nieuwsgierigheid naar hoe andere scholen invulling gaven aan de wet medezeggenschap. Het viel hem op dat iedere school er een hele andere invulling aan gaf. Zelf beschouwt hij de wet als een soort bijbel. “Daar moet je je zo goed mogelijk aan houden.”
Wat is hem opgevallen tijdens zijn werk als adviseur en trainer van medezeggenschapsraden? “Ik merk dat het nog geregeld voorkomt dat de MR niet door heeft welke invloed ze kan uitoefenen op het beleid. Het gevolg is dat directeuren het beleid soms te veel naar zich toetrekken.” Als voorbeeld noemt hij de school van zijn kleinzoon: “daar besloot de directeur het lesrooster om te gooien zonder de ouders te raadplegen.”
Wat hij ook merkt is dat de MR’s zich niet altijd realiseren dat ze iets kunnen agenderen. “Als een school bijvoorbeeld zegt ‘we doen iets aan het pestgedrag van kinderen’ maar je merkt als ouder dat je kind toch gepest wordt, dan kun je als MR vragen stellen en het onderwerp nog een keer agenderen. Hoe is het huidige pestbeleid en kan dat misschien beter?”
Kruidenberg benadrukt ongevraagd en met klem dat je de MR niet moet beschouwen als een georganiseerd conflictmodel. Het is juist een middel om meer draagvlak te creëren voor bepaald beleid: bij de MR komen ouders en leerkrachten elkaar tegen. En dat is volgens hem bijzonder. Hij vindt tegelijkertijd dat er best nog iets te verbeteren valt. “De MR zou zich ook moeten kunnen bemoeien met het financiële beleid van een school. Je moet bijvoorbeeld kunnen vragen waarom scholen zo veel geld op de plank hebben liggen. En hoeveel van de lumpsum wordt afgeroomd voor het management.”
Na veertig jaar werken voor de VOO heeft Kruidenberg het nodige zien veranderen. “Vroeger waren ze strenger bij VOO; in het krantje schreven we bijvoorbeeld nóóit over scholen die niet openbaar waren, zelfs niet als het ging om een reportage over de architectuur van een schoolgebouw. Nu wordt de MR-helpdesk ook geraadpleegd door niet-openbare scholen. Dat is een interessante ontwikkeling.”
Wat hij wil meegeven aan zijn opvolgers? “Als je een training geeft moet je de MR tot in je vezels voelen. Het oplezen van een PowerPointpresentatie is echt niet genoeg. Je moet het verhaal uit je hoofd kennen en er omheen kunt praten, dan gaat het leven. Anders blijft het droge materie.”
Fred gaat zich niet vervelen. Hij gaat graag naar lezingen over filosofie – “ik vind Hannah Arendt heel interessant” – en is nu fietscoach voor nieuwkomers; vaak vrouwen zonder auto die door te fietsen uit de wijk kunnen komen. “Ik heb nooit geweten dat leren fietsen zo moeilijk was.”
Maria Jansen
Het leuke van de MR is dat ‘klant en aanbieder’ bij elkaar komen
Het enthousiasme voor de MR ontstond bij Maria toen ze jaren geleden in de Tweede Kamer werkte als persoonlijk assistent van Dik Dolman. In die periode werd ze ook de voorzitter van de ondernemingsraad daar- “dat zit in ons bloed, mijn vader had dat ook”. Na het werk in de Tweede Kamer stapte ze over naar het onderwijs; eerst het voortgezet- en later het basisonderwijs. En vanuit daar rolde ze in het werk van de VOO, inmiddels alweer zo’n 20 tot 25 jaar geleden.
Het leuke van de MR vindt ze dat ‘klant en aanbieder bij elkaar komen’. Dat is niet altijd een vanzelfsprekendheid, merkt ze: “soms vinden leraren en bestuurders dat lastig. Die hebben helemaal geen zin in van die pottenkijkers in de keuken.” In het VO zie je volgens haar ook nog weleens dat directeuren uit het bedrijfsleven komen en helemaal geen feeling hebben met het onderwijs. “Die vinden het dan weer niet makkelijk om op die blinde vlekken gewezen te worden.” Omgekeerd ziet ze ook dat ouders niet altijd oog hebben voor het grotere plaatje. “Het goede van de MR is dat je het perspectief van alle partijen groter maakt.”
Ze geeft een voorbeeld: “soms wil een directeur klassen samenvoegen, bijvoorbeeld groep 3 en groep 4 bij elkaar. Dat lijkt dan op het eerste gezicht logisch maar misschien is dat wel niet zo. Misschien vinden de leraren en de ouders het bijvoorbeeld beter om de kleuters samen te voegen met groep 3. Het leuke van de MR is dat je kan laten zien dat je dingen ook op een andere manier kunt oplossen.” Het ergste dat ze heeft meegemaakt is een directeur die een van de leraren weg aan het pesten was. “Door mijn kennis over de WMS heb ik de docent kunnen helpen door de directeur te wijzen op zijn plichten. Het gaf me een goed gevoel dat ik echt iets kon doen voor die docent.’”
De kunst van een goede MR-training is dat je laat zien dat de MR over meer gaat dan punten en komma’s, vindt Maria. “Wat ik ze graag wil meegeven is dat je als MR ook initiatief kan nemen en punten kunt inbrengen om je school leuker, beter en veiliger te maken. Als ik die boodschap heb kunnen overbrengen voelt dat goed.”
In de afgelopen jaren heeft ze zeker iets zien veranderen: “Het valt me op dat ouders mondiger en soms agressiever zijn geworden. En wat verder opvalt is dat de werkdruk van leraren heel erg hoog is. Hierdoor willen ze minder vaak in de MR.”
Voor de nieuwe trainers heeft ze nog wel een tip: “help de MR meer zichtbaar te worden op scholen en werk aan het imago. Dat is nog niet optimaal.”
Ze is nu 66 en heeft nog geen plannen. “Ik heb jaren hard gewerkt, ik verheug me op een lege agenda. Ik zie wel hoe het zich ontwikkelt.” Het werk voor de VOO heeft ze in ieder geval altijd met heel veel plezier gedaan. “Het enige dat ik niet zal missen zijn de ritjes op een slechte weg in het donker op weg naar een of andere school waarvan het niet precies duidelijk is waar de deur zit en of er überhaupt iemand open doet.”
Marilse Eerkens
Journalistiek medewerkerMarilse werkt sinds 2026 bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met geschreven uitingen van de vereniging.
Meer over MarilseInschrijven voor onze nieuwsbrieven
"*" geeft vereiste velden aan
Tijdens de VOO Medezeggenschapsdag op 20 mei jl. namen drie trainers afscheid van de VOO. Harry Groesser, Fred Kruidenberg en Maria Jansen gaven jarenlang medezeggenschapstrainingen door het hele land en maakten zo talloze medezeggenschapsraden wegwijs in hun rol. Daarbij wezen ze hen op hun rechten en de vaak onbenutte mogelijkheden van de MR. Wat hen bond, was de overtuiging dat de MR onmisbaar is. "Als er geen MR zou bestaan zou de afstand tussen ouders en school te groot worden," vat Groesser het samen.