Laatst bijgewerkt op 18 augustus 2026
De meeste scholen zijn onderdeel van een stichting met meerdere scholen. Elke school heeft een schoolleiding; de stichting heeft een schoolbestuur en een raad van toezicht. Hieronder volgt meer over de relatie tussen de medezeggenschap en de raad van toezicht.
In het kort
- De raad van toezicht houdt toezicht op het college van bestuur en is diens werkgever.
- De GMR en de raad van toezicht overleggen minimaal twee keer per jaar met elkaar.
- De GMR heeft het recht een bindend voorgedragen lid voor de raad van toezicht aan te wijzen.
Wat is de raad van toezicht?
De raad van toezicht, ook wel algemeen bestuur of toezichthoudend orgaan genoemd, is een orgaan binnen de onderwijsstichting dat toezicht houdt op het college van bestuur. Dat college wordt ook wel schoolbestuur of dagelijks bestuur genoemd. De raad van toezicht kijkt mee met het werk van het college en adviseert en ondersteunt het daarbij.
De raad kijkt naar de resultaten die het college levert, controleert of wetten en regels worden nageleefd en houdt toezicht op de integriteit van het bestuur. Daarnaast is de raad van toezicht werkgever van het bestuur.
Benoeming van de leden
In het openbaar onderwijs worden de leden van de raad van toezicht benoemd door de gemeenteraad. In het bijzonder onderwijs benoemen de leden zelf hun opvolgers.
De precieze procedures staan in de statuten van de onderwijsstichting en aanvullend in een reglement werving en selectie van de raad van toezicht.
Overleg tussen GMR en raad van toezicht
De wetgever heeft bepaald dat de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) en de raad van toezicht ten minste twee keer per jaar met elkaar overleggen (artikel 17c lid 3 WPO, artikel 3.3 lid 5 WVO en artikel 28i lid 1 sub 3 WEC). Dat geldt ook voor de raad van toezicht van het samenwerkingsverband en de ondersteuningsplanraad.
In de memorie van toelichting op deze bepaling staat dat het doel van het overleg is dat de toezichthouder beter wordt geïnformeerd over de stand van zaken binnen de organisatie. Daarmee is de raad van toezicht beter in staat feedback te geven over het gedrag van bestuurders.
Voorbereiden van het overleg
Er zijn geen afspraken over de manier waarop het overleg moet worden voorbereid. In de praktijk wordt het doorgaans de ene keer door de raad van toezicht en de andere keer door de GMR voorbereid.
Ook is niet geregeld of het bestuur bij deze overleggen aanwezig is. In de praktijk wordt vaak gekozen voor één keer per jaar wel en één keer per jaar niet aansluiten of voor het deels bijwonen van de bijeenkomsten.
Kennismaking als onderdeel van het overleg
Aan te raden is samen een lijst van mogelijke gespreksonderwerpen te maken. Daarbij is het verstandig in elk geval één keer tijd te besteden aan het echt leren kennen van elkaar, dus meer dan een voorstelrondje.
Het is zinvol van elkaar te weten hoe de betrokkenheid bij de organisatie wordt ervaren en wat de motivatie was om in de GMR of in de raad van toezicht plaats te nemen. Bij een grote GMR kan dat ook in kleinere groepen gebeuren.
Mogelijke gespreksonderwerpen
Waarover de raad van toezicht en de GMR met elkaar spreken, is vrij. Een deel van het overleg zal gaan over wat er in het eigen gremium het afgelopen jaar is gebeurd. Het is echter zaak te voorkomen dat het grootste deel van de tijd daaraan opgaat: een geïnteresseerde raad van toezicht kan immers het jaarverslag van de GMR lezen, en omgekeerd geldt hetzelfde.
Mogelijke onderwerpen voor het overleg zijn:
- bezoldiging van de raad van toezicht;
- strategisch beleidsplan;
- arbeidsmarkt en strategisch personeelsbeleid;
- besturingsmodel van de organisatie;
- functioneren van de medezeggenschap op bestuurs- en schoolniveau;
- kansengelijkheid;
- leiderschap;
- onderwijskwaliteit en innovatie;
- samenwerking tussen het bestuur en de GMR;
- veiligheid.
Deze lijst is niet uitputtend; de gespreksagenda wordt door beide organen samen bepaald.
Sollicitatiecommissie bij werving
Bij de werving van nieuwe leden voor de raad van toezicht wordt vaak gewerkt met een sollicitatiecommissie, ook wel benoemingsadviescommissie (BAC) genoemd. De instelling en werking daarvan kunnen goed worden beschreven in een reglement werving, selectie en benoeming leden raad van toezicht.
Meestal bestaat de sollicitatiecommissie uit vertegenwoordigers van de raad van toezicht en van de GMR. In het voortgezet onderwijs is het van belang ook een leerling uit de GMR te laten deelnemen.
De bestuurder in de commissie
Het is niet ongebruikelijk dat een van de bestuursleden, doorgaans de voorzitter van het college van bestuur, als adviseur deel uitmaakt van de commissie. Dat kan praktisch zijn, omdat via die weg de ondersteuning van de werkzaamheden van de commissie eenvoudig kan worden georganiseerd.
Tegelijk zijn er argumenten waarom het betrekken van de bestuurder bij de werving van zijn toekomstige toezichthouders geen goed idee is. Ook dat is dus een onderwerp om met elkaar te bespreken.
Wervingstekst en beoordelingscriteria
De sollicitatiecommissie stelt doorgaans de wervingstekst op en vast, iets anders dan het competentieprofiel. Het kan ook zo zijn dat de raad van toezicht dit zelf doet.
Aan te raden is om meteen ook de criteria te bespreken waarop de kandidaten worden beoordeeld en hoe zwaar die wegen. Die criteria worden afgeleid van het al vastgestelde competentieprofiel. Het voordeel van dat gesprek vooraf is dat de beoordeling van kandidaten objectiever wordt en persoonlijke voorkeuren niet de overhand krijgen.
Selectie, benoeming en herbenoeming
De commissie ontvangt de binnengekomen sollicitaties en bespreekt die na de sluitingsdatum. Is een keuze gemaakt, bij meerderheid van stemmen of unaniem, dan wordt die voorgelegd aan het orgaan dat de uiteindelijke voordracht doet. In het openbaar onderwijs benoemt de gemeenteraad; in het bijzonder onderwijs gaat de raad van toezicht zelf over de benoeming.
In het reglement werving, selectie en benoeming is het ook zinvol afspraken te maken over een eventuele herbenoeming van een lid. Daarbij ligt het voor de hand dat in elk geval bij leden die zijn benoemd op bindende voordracht van de GMR of van de ouders, die geledingen opnieuw worden betrokken.
Bezoldiging
Ten minste één keer per jaar ontvangt de GMR schriftelijke gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het toezichthoudend orgaan (artikel 8 lid 2 sub g WMS). Concreet gaat het om de vraag wat de leden van de raad van toezicht verdienen en welke andere afspraken met hen zijn gemaakt. Preciezer gezegd: welke afspraken zij hierover zelf hebben gemaakt, want de raad van toezicht gaat over de eigen beloning.
In beginsel is alle informatie hierover te vinden in het jaarverslag, waarin ook wettelijk verplichte informatie over bezoldiging wordt opgenomen. De bezoldiging kan daarnaast een bespreekpunt zijn voor het halfjaarlijkse overleg tussen de raad van toezicht en de GMR, zoals ook VTO3 nadrukkelijk suggereert.
Planning
Onderstaand schema geeft een voorbeeld van een tijdlijn voor de situatie waarin de termijn van een lid van de raad van toezicht eind november eindigt, de (G)MR een bindende voordracht heeft en het een openbaar onderwijsbestuur betreft.
| Wanneer | Wat | Wie | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Ruim van tevoren | Opstellen algemeen competentieprofiel | Raad van toezicht | Adviesrecht GMR van toepassing. |
| Januari | Opstellen specifiek competentieprofiel | Raad van toezicht, of de sollicitatiecommissie | |
| Februari | Adviesaanvraag competentieprofiel | Raad van toezicht aan GMR | |
| April | Advies uitbrengen | GMR aan raad van toezicht | Bij een negatief advies kan de raad van toezicht het advies overnemen of met redenen omkleed besluiten het naast zich neer te leggen. Zie artikel 34 WMS. |
| April, uiterlijk | Instellen sollicitatiecommissie | Raad van toezicht | De instelling van de commissie kan ook eerder in het proces worden gedaan. |
| April | Opstellen wervingstekst | Raad van toezicht, of de sollicitatiecommissie | |
| April | Uitzetten vacature | Raad van toezicht, of de sollicitatiecommissie | |
| Mei | Opstellen criteria voor beoordeling en weging | Sollicitatiecommissie | |
| Juni | Eerste selectie van kandidaten en voeren van gesprekken | Sollicitatiecommissie | |
| Juli | Voordracht aan (G)MR | Sollicitatiecommissie | |
| September | Voordracht door (G)MR | (G)MR | Deze bindende voordracht wordt doorgeleid naar de gemeenteraad. |
| November | Benoeming | Gemeenteraad | In het bijzonder onderwijs gaat de raad van toezicht zelf over tot benoeming. |
Rol van de MR
De MR heeft een adviesrecht op de competentieprofielen van de toezichthouder (artikel 11 lid 1 sub q WMS). Dat geldt zowel voor het algemene als voor het specifieke competentieprofiel. Deze profielen worden vervolgens openbaar gemaakt, conform artikel 17a lid 2 WPO en artikel 3.1 lid 4 WVO.
Daarnaast heeft de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad het recht een bindende voordracht te doen voor één lid van de raad (artikel 17a lid 2 WPO en artikel 3.1 lid 4 WVO). Bindend betekent dat de MR het lid aanwijst en dat de raad van toezicht die persoon in zijn gelederen moet opnemen. Dit recht geldt ook voor de ondersteuningsplanraad van een samenwerkingsverband. In het openbaar onderwijs gaat deze bevoegdheid verder: ouders mogen daar ook een bindende voordracht doen voor minimaal een derde van de leden, maar niet voor een meerderheid (artikel 47 lid 4 sub b en lid 9 sub b WPO en artikel 3.8 lid 1 sub b WVO). Vaak wordt dit recht uitgeoefend door de oudergeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad.
Gerelateerde pagina's
- Integriteitscode
- Rol gemeente bij het onderwijs
- Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR)
- Overlegrecht
- Samenwerkingsverband
- Ondersteuningsplanraad (OPR)
- Jaarverslag MR
- Strategisch beleidsplan
- Wat is medezeggenschap?
- Kansengelijkheid in het onderwijs
- Onderwijskwaliteit
- Relatie (G)MR en schoolbestuur
- Veiligheidsbeleid
- Leerlingen in de MR
- Informatierecht
- Jaarverslag school(bestuur)
- Adviesrecht
- Ouders in de MR
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.