Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026
Passend onderwijs moet ervoor zorgen dat iedere leerling een onderwijsplek krijgt die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. Scholen bieden daarom, waar nodig, extra begeleiding aan leerlingen met bijvoorbeeld leer-, gedrags- of ontwikkelingsproblemen. Zo krijgen zoveel mogelijk leerlingen de kans om zich optimaal te ontwikkelen binnen het reguliere onderwijs.
In het kort
- Scholen hebben een zorgplicht om voor iedere leerling een passende onderwijsplek te vinden.
- Regionale samenwerkingsverbanden verdelen overheidsmiddelen tussen scholen en stellen een ondersteuningsplan op.
- De MR heeft adviesrecht op het ondersteuningsaanbod en de personeelsgeleding instemmingsrecht op nascholingsafspraken.
Wat is passend onderwijs?
Met passend onderwijs wil de overheid bereiken dat iedere leerling onderwijs krijgt dat aansluit bij de eigen ondersteuningsbehoefte. Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk kinderen naar een reguliere school gaan, waar leerlingen met en zonder extra ondersteuningsbehoefte samen onderwijs volgen. Wanneer dat nodig is, biedt de school aanvullende ondersteuning.
Scholen hebben een zorgplicht. Dat betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor het vinden van een passende onderwijsplek voor iedere leerling. Elke school biedt in ieder geval basisondersteuning, zoals begeleiding bij dyslexie of dyscalculie. Daarnaast kan extra ondersteuning worden geboden aan leerlingen met complexere ondersteuningsvragen, bijvoorbeeld op het gebied van gedrag of ontwikkeling.
Hoe wordt passend onderwijs georganiseerd?
Scholen werken binnen regionale samenwerkingsverbanden samen om passend onderwijs mogelijk te maken. Deze samenwerkingsverbanden ontvangen financiële middelen van de overheid en verdelen deze over de aangesloten scholen. Hierdoor kunnen scholen extra begeleiding, specialistische ondersteuning en aanvullende leermiddelen inzetten.
De beschikbare middelen worden verdeeld op basis van het aantal leerlingen binnen een samenwerkingsverband. Elk samenwerkingsverband stelt hiervoor een ondersteuningsplan op. Daarnaast beschrijft iedere school in de schoolgids welk ondersteuningsaanbod beschikbaar is en op welke manier leerlingen hiervan gebruik kunnen maken.
Ondersteuningsaanbod van de school
In het ondersteuningsaanbod beschrijft de school welke vormen van ondersteuning zij kan bieden aan leerlingen. Dit aanbod wordt opgesteld in samenwerking met onder meer de schoolleiding, leraren, de intern begeleider en de zorgcoördinator. Daarbij wordt gekeken naar de aanwezige deskundigheid, de gebruikte methoden en de kwaliteit van de ondersteuningsstructuur binnen de school. Leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, mogen op grond van het hoorrecht meepraten over de ondersteuning die zij krijgen.
Naast de beschrijving van de basis- en extra ondersteuning bevat het ondersteuningsaanbod ook informatie over de deskundigheidsbevordering van medewerkers. Wanneer afspraken over nascholing worden vastgesteld of gewijzigd, heeft de personeelsgeleding van de MR een instemmingsrecht (artikel 12 lid 1 sub i WMS). Op het ondersteuningsaanbod als geheel heeft de MR een adviesrecht (artikel 11 lid 1 sub r WMS).
Rol van de MR
De MR heeft een adviesrecht op het ondersteuningsbeleid van de school (artikel 11 lid 1 sub r WMS). Wanneer het beleid rondom passend onderwijs leidt tot afspraken over de nascholing van personeel, heeft de personeelsgeleding van de MR een instemmingsrecht op dat beleid (artikel 12 lid 1 sub i WMS).
Voor het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband geldt dat de ondersteuningsplanraad (OPR) een instemmingsrecht heeft (artikel 14a WMS). De leden van de OPR worden gekozen door de leden van de medezeggenschapsraden van de aangesloten scholen, waardoor de MR indirect invloed uitoefent op het regionale beleid rondom passend onderwijs.
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.