Schooltijden

De overheid heeft vastgelegd hoeveel tijd scholen moeten besteden aan onderwijs (onderwijstijd). Scholen mogen vervolgens de invulling van deze onderwijstijd zelf invullen door te bepalen op welke tijden zij les geven (schooltijd). Dit komt tot uiting in een schoolrooster. Download hier ook Handreiking Schooltijden.

Onderwijstijd

Zoals gezegd gaat onderwijstijd over landelijke wetgeving omtrent de hoeveel tijd die scholen moeten besteden aan onderwijs. Voor het basisonderwijs geldt dat een kind in de eerste vier schooljaren (de onderbouw) minimaal 3.520 uur les moet krijgen. Voor de laatste vier schooljaren (de bovenbouw) geldt een minimum van 3.760 uur les. Over 8 schooljaren is dit minimaal 7.520 uur. De 240 uur die niet al toegekend is aan bovenbouw of onderbouw (3.520 + 3.760 = 7.280) kan de school vrij invullen bij de onder- of bovenbouw. Voor het voortgezet onderwijs gelden sinds augustus 2015 op elk niveau verschillende normen. Voor vmbo (totaal 4 jaar) geldt een norm van 3.700 uur, voor de havo (totaal 5) een norm van 4.700 uur en voor het vwo (6 jaar) een norm van 5.700 uur. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Schooltijd

Schooltijd valt onder het begrip onderwijstijd. De onderwijstijd is het totaal aantal uur wat verdeelt moet worden over de klassen en leerlingen. Het is aan de school om deze verdeling vervolgens te maken. Dan spreken we dus over schooltijd. Het is aan het bevoegd gezag om uit te werken hoeveel uren over welke leerjaren verdeelt zijn. De oudergeleding van de MR heeft hierop instemmingsrecht.

Discussies rondom schooltijden manifesteren zich vaak in het schoolrooster. Dit is uitwerking van deze schooltijden en er zijn verschillende modellen voor. Het klassiek, 5 gelijke dagen-model, continurooster, Hoorns model, 7 tot 7 model en Bioritme-model zijn de vormen waarvoor een school vaak kiest. Wanneer een school van roostermodel wil wisselen, valt dit onder het instemmingsrecht van de oudergeleding van de MR.

Schooltijden en de MR

Zoals gezegd heeft de oudergeleding van de MR instemmingsrecht op het vaststellen en wijzigen van de schooltijden (artikel 13 sub h WMS). Dit besluit kan echter pas worden genomen ‘na raadpleging van ouders’ (artikel 15 lid 3 WMS). Dat betekent dat de (G)MR zich niet zonder meer kan uitspreken over de schooltijden, maar de achterban van ouders dient te raadplegen. De WMS is echter onduidelijk over wie dit moet doen: de MR, de oudergeleding van de MR of het bevoegd gezag. Het schoolbestuur kan hierin voorzien door bijvoorbeeld een enquête te houden of een bijeenkomst te organiseren. Het is de MR niet verplicht de uitkomst van deze raadpleging over te nemen. De MR-leden vergaderen en stemmen zonder last of ruggespraak. Het is uiteraard wel de bedoeling dat de input vanuit de enquête of bijeenkomst meegenomen wordt bij de discussie en besluitvorming over dit onderwerp.

De personeelsgeleding van de MR heeft formeel geen bevoegdheid als het gaat om het vaststellen of wijzigen van de schooltijden. Toch heeft het besluit hieromtrent wel invloed op het personeel. Het is dan ook uiteraard wenselijk dat zowel ouders als personeel zich kunnen vinden in een besluit om de schooltijden te wijzigen. Een formele rol van de personeelsgeleding is wel het vaststellen of wijzigen van de arbeids- en rusttijdenregeling (artikel 12 sub f WMS). Dit betekent dat als het wijzigen van schooltijden leidt tot het ook moeten wijzigen van deze regeling, het bevoegd gezag dit moet voorleggen aan de personeelsgeleding van de MR.

De VOO biedt een cursus Andere tijden aan, speciaal voor leerkrachten, ouders en andere betrokkenen bij het wijzigen van schooltijden.

Verandering van schooltijden

Kijkend naar de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) heeft de oudergeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad instemmingsrecht conform artikel 10 lid 1b, bij vaststelling of wijziging van het schoolplan. In het schoolplan moet de wijze staan vermeld waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut (Wet op het primair onderwijs, WPO artikel 13, lid 1d). Op grond hiervan kan worden gesteld dat het bevoegd gezag (bestuur/schoolleiding) een voorgenomen besluit om minder lestijd te gaan verzorgen, ter instemming voor moet leggen aan de oudergeleding van de MR.

Als de wijziging van de onderwijstijd geldt voor alle scholen binnen een bestuur zal het verzoek om instemming door het bevoegd gezag (bestuurder) voorgelegd worden aan de GMR. Betreft de wijziging één school specifiek dan dient het bevoegd gezag (schoolleider) het voorgenomen besluit voor te leggen aan de MR. Als leerlingen onverwacht een extra week vakantie krijgen verandert de vakantieregeling. De MR heeft adviesrecht bij het vaststellen van de vakantieregeling. Het bestuur moet bij wijziging van de vakantieregeling de MR om advies vragen (WMS artikel 11, lid 1l).

In het medezeggenschapsstatuut staan termijnen vermeld waarbinnen het bevoegd gezag de informatie verstrekt aan de MR zodat de leden hun werkzaamheden goed kunnen uitvoeren. (WMS artikel 22c).Meestal wordt hier een periode van zes weken voor genomen. In het medezeggenschapsreglement staat beschreven binnen welke termijnen een MR al dan niet instemt, dan wel advies uitbrengt (WMS artikel 24, lid 1g).

Het bevoegd gezag informeert de MR over de reden van verandering van lestijden en verstrekt de MR van alle relevante informatie. Het bevoegd gezag legt het voorgenomen besluit over wijziging van onderwijstijd voor aan de MR ter instemming, dan wel advies. Er wordt een termijn van zes weken in acht genomen om de MR voldoende tijd te geven om tot een weloverwogen oordeel te komen.

Janny Arends
Beleidsadvies

Janny is senior beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschapsvraagstukken.

Meer over Janny

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

378.00 schoolkinderen in Nederland groeien op in armoede Op 28 maart organiseert de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) het landelijke congres School en Armoede. Voor de VOO is dit congres, dat plaatsvindt in e ...