Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026
Artificiële intelligentie (AI) wordt steeds vaker gebruikt in het onderwijs, zowel door leerlingen als door leraren. AI biedt veel mogelijkheden, maar brengt ook risico’s met zich mee. Duidelijke afspraken over het gebruik van AI zijn daarom van belang, en de MR heeft daarbij verschillende bevoegdheden.
In het kort
- Duidelijke afspraken over het gebruik van artificiële intelligentie zijn belangrijk, en de MR heeft daarbij verschillende bevoegdheden.
- De MR heeft instemmingsrecht op beleid over het gebruik van artificiële intelligentie dat wordt opgenomen in het schoolplan.
- De personeelsgeleding van de MR heeft instemmingsrecht op regels voor personeel over het gebruik van artificiële intelligentie.
Hoe werkt AI?
Een AI-systeem dat in het onderwijs wordt gebruikt, kan op basis van grote hoeveelheden data voorspellen welk antwoord het beste past bij een gestelde vraag. De manier waarop een AI-systeem reageert, hangt niet alleen af van de gebruikte data, maar ook van de instellingen van het systeem. Zo werken systemen als ChatGPT, Gemini en Apple Intelligence allemaal op een andere manier en kunnen zij verschillende antwoorden geven.
Daarnaast heeft de manier waarop een vraag wordt gesteld veel invloed op het resultaat. Hoe meer details worden toegevoegd aan een vraag, hoe beter een AI-chatbot meestal kan helpen. De vraag hoe AI in het onderwijs gebruikt kan worden, levert bijvoorbeeld een algemener antwoord op dan de vraag hoe een geschiedenisleraar AI kan inzetten om leerlingen een bepaalde historische periode te laten begrijpen.
AI in het onderwijs
AI-chatbots worden in het onderwijs gebruikt door zowel leerlingen als leraren. Leerlingen kunnen AI bijvoorbeeld gebruiken als hulpmiddel bij het maken van opdrachten. Leraren kunnen AI inzetten bij het ontwerpen van lessen, het maken van lesmateriaal of het voorbereiden van onderwijsactiviteiten.
Of AI een geschikt hulpmiddel is, hangt af van de leerdoelen die binnen het onderwijs en bij specifieke vakken worden nagestreefd. Soms kan een AI-toepassing goed aansluiten, terwijl een traditioneel leermiddel in andere situaties beter past. Daarnaast kunnen lessen over AI leerlingen leren hoe zij verantwoord gebruik kunnen maken van AI in hun dagelijkse leven.
AI-beleid op school
Het gebruik van AI kan een belangrijk onderwerp zijn voor het overleg tussen de MR en de schoolleiding. Door hierover met elkaar in gesprek te gaan, wordt duidelijk welke invloed AI heeft op de school, welke kansen het biedt en welke risico’s aandacht verdienen.
Duidelijk beleid helpt om AI op een verantwoorde manier te gebruiken. Daarbij gaat het niet alleen om onderwijsinhoudelijke keuzes, maar ook om afspraken rondom privacy, veiligheid en de verwachtingen richting leerlingen en medewerkers.
AI gebruiken als MR
Ook de MR kan AI gebruiken om het eigen werk efficiënter te organiseren. Zo kunnen AI-systemen bijvoorbeeld helpen bij het maken van verslagen van vergaderingen, het voorbereiden van vragen voor overleg met het bevoegd gezag of het ontwikkelen van manieren om de achterban beter te betrekken.
Sommige AI-hulpmiddelen zijn gratis beschikbaar en kunnen zonder account worden gebruikt, bijvoorbeeld voor het analyseren van teksten met een taalmodel zoals ChatGPT. Andere toepassingen, zoals systemen voor automatische verslaglegging van vergaderingen, kunnen kosten met zich meebrengen. De MR kan hierover afspraken maken met de schoolleiding, bijvoorbeeld over de inzet en vergoeding van deze middelen.
Rol van de MR
Bij het gebruik van AI kunnen verschillende medezeggenschapsrechten van toepassing zijn. Wanneer de school keuzes maakt over de manier waarop AI binnen het onderwijs wordt ingezet, moet dit worden opgenomen in het schoolplan. De MR heeft hierbij een instemmingsrecht (artikel 10 sub b WMS). Wanneer het gaat om regels waar personeel zich aan moet houden bij het gebruik van AI, heeft de personeelsgeleding van de MR instemmingsrecht (artikel 12 lid 1 sub d WMS).
Daarnaast kan het nodig zijn om het privacybeleid van de school aan te passen wanneer leerlingen en medewerkers gebruikmaken van AI-systemen. De verschillende geledingen van de MR hebben instemmingsrecht op het beleid over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens voor zover dit betrekking heeft op hun eigen geleding (artikel 12 lid 1 sub m, artikel 13 lid 1 sub i, artikel 14 lid 2 sub f en artikel 14 lid 3 sub d WMS).
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.