Instemmingsrecht

Laatst bijgewerkt op 13 augustus 2026

Het instemmingsrecht is een van de vijf rechten van de medezeggenschapsraad (MR). Voor bepaalde onderwerpen heeft het bevoegd gezag de instemming van de MR nodig voordat een besluit definitief kan worden. Hieronder volgt meer over de werking van het instemmingsrecht, de reactietermijn en de gang naar de geschillencommissie.

In het kort

  • Het bevoegd gezag heeft voor bepaalde onderwerpen instemming van de MR nodig voor een definitief besluit.
  • Bij niet-instemming kan het bevoegd gezag een geschil starten bij de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS.
  • De MR kan binnen zes weken de nietigheid inroepen van een besluit zonder vereiste instemming.

Voorwaarden instemmingsrecht

Het bevoegd gezag schrijft een beleidsnotitie over een bepaald onderwerp en legt die als voorstel voor aan de MR. In termen van medezeggenschap wordt zo’n voorstel een voorgenomen besluit genoemd. Voor bepaalde onderwerpen heeft het bevoegd gezag de instemming van de MR nodig voordat het besluit definitief kan worden gemaakt.

Welke onderwerpen instemming vereisen, is vastgelegd in de Wet medezeggenschap op scholen. Daarbij is ook bepaald welke geleding het instemmingsrecht uitoefent: bij sommige onderwerpen is dat de volledige MR, bij andere alleen de personeelsgeleding of de oudergeleding.

Reageren op het instemmingsverzoek

De MR heeft een reactietermijn zoals afgesproken in het medezeggenschapsreglement (artikel 24 lid 1 sub g WMS). Binnen die termijn laat de MR weten of hij wel of niet instemt met het voorstel. Bij instemming kan het bevoegd gezag het voorgenomen besluit definitief maken en uitvoeren.

Bij niet-instemming geeft de MR in een reactie aan welke redenen daarvoor bestaan en wat de MR van het bevoegd gezag verwacht, bijvoorbeeld een op een aantal punten aangepast voorstel. Het bevoegd gezag heeft daarna drie mogelijkheden: (1) het voorgenomen besluit intrekken en het huidige beleid handhaven, (2) het voorgenomen besluit aanpassen op basis van de reactie van de MR en het opnieuw voorleggen, of (3) een geschil starten bij de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS. Die laatste route kan het bevoegd gezag kiezen wanneer het van mening is dat de MR onvoldoende goede argumenten heeft gegeven om niet in te stemmen met het voorstel.

Geschillen over instemming

Wanneer de MR besluit niet in te stemmen met een voorstel, kan het bevoegd gezag de zaak voorleggen aan de geschillencommissie. Die commissie doet een bindende uitspraak over de vraag of het bevoegd gezag het voorgenomen besluit mag uitvoeren ondanks het onthouden van instemming. De commissie kan daartoe besluiten wanneer de MR onvoldoende valide argumenten heeft aangedragen om niet in te stemmen.

Het is daarom van groot belang dat de MR de argumenten voor niet-instemming duidelijk op papier zet. Gebeurt dat niet, dan is de kans groot dat de geschillencommissie besluit dat het bevoegd gezag het voorgenomen besluit alsnog mag uitvoeren.

Nietigheid van een besluit

Neemt het bevoegd gezag een besluit waarmee de MR niet heeft ingestemd, of waarvoor geen instemming is gevraagd terwijl dat wel had gemoeten, dan kan de MR de nietigheid van het besluit inroepen.

Dat moet binnen zes weken nadat is gebleken dat uitvoering werd gegeven aan een voorstel zonder instemming van de MR waarbij die instemming wel was vereist. Aanvullend kan de MR een geschil indienen bij de landelijke geschillencommissie.

Meer leren over de rechten van de MR? Volg de basiscursus MR Start of voor diepgang over de rechten MR Gevorderd!

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven