Faciliteitenregeling

Laatst bijgewerkt op 13 augustus 2026

De medezeggenschapsraad (MR) heeft recht op facilitering vanuit het bevoegd gezag. Dat gaat om voorzieningen op school, scholing, deskundige bijstand en eventueel een financiële vergoeding. Hieronder volgt meer over de wettelijke en cao-afspraken, de urennormen en de vastlegging van faciliteiten.

In het kort

  • Het bevoegd gezag moet de MR voorzien van voorzieningen, kostenvergoeding en scholing volgens wet en cao.
  • Een personeelslid in de MR heeft in het primair onderwijs recht op minimaal 60 uur facilitering per jaar.
  • Het medezeggenschapsstatuut legt alle afgesproken faciliteiten vast, waarmee de GMR met tweederdemeerderheid moet instemmen.

Landelijke afspraken over facilitering

Op twee plaatsen is vastgelegd welke rechten en mogelijkheden de MR heeft op het gebied van faciliteiten. De eerste is de Wet medezeggenschap op scholen (WMS), waarin artikel 28 beschrijft op welke faciliteiten elke MR mag rekenen. Daarnaast zijn in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) afspraken opgenomen, bijvoorbeeld over het aantal uren dat personeelsleden binnen hun taakuren krijgen voor het werk als MR-lid.

De afspraken uit de WMS en de cao zijn minimumvereisten: het bevoegd gezag moet ten minste voor deze faciliteiten zorgen. Daarnaast kunnen aanvullende faciliteiten ter beschikking worden gesteld die niet in de WMS of de cao zijn geregeld. Verdere faciliteiten worden afgesproken in het medezeggenschapsstatuut (artikel 22 sub e WMS).

Algemene voorzieningen op school

De wet bepaalt dat de MR gebruik mag maken van alle voorzieningen waarvan ook het bevoegd gezag gebruikmaakt om zijn taken uit te voeren (artikel 28 lid 1 WMS). Daarbij gaat het onder meer om een vergaderruimte, contactmogelijkheden om ouders te benaderen en de mogelijkheid raadplegingen te houden of op andere wijze contact te onderhouden met de achterban.

Het bevoegd gezag kan zelf met suggesties komen voor voorzieningen waarvan de MR gebruik kan maken. De MR kan ook op eigen initiatief aangeven wat de raad nodig heeft.

Vergoeding van noodzakelijke kosten

Wettelijk is bepaald dat de MR alle redelijkerwijs noodzakelijke kosten vergoed krijgt (artikel 28 lid 2 WMS). Daaronder vallen de kosten voor het inhuren van externe deskundigen, het volgen van scholing, het lidmaatschap van een MR-gerelateerde organisatie en vakbladen. Bij het inhuren van externe deskundigen geeft de MR vooraf aan welke kosten waarvoor worden gemaakt; bij scholing en lidmaatschap is dat niet nodig. De factuur kan vervolgens naar het bevoegd gezag worden gestuurd.

Het is goed gebruik dat de MR aan het begin van het schooljaar een overzicht maakt van de kosten die de raad verwacht te maken. De schoolleiding kan daar dan rekening mee houden bij het opstellen van de begroting van de school.

Urennormen voor personeelsleden

Personeelsleden hebben recht op facilitering voor het vervullen van hun taken (artikel 28 lid 3 WMS). In de cao is opgenomen op hoeveel uur personeelsleden ten minste recht hebben. Voor het primair onderwijs gelden de volgende aantallen:

Primair onderwijsMRGMROPR
Lid606060
Voorzitter808060
Secretaris60, of 80 als een ouder voorzitter is60, of 80 als een ouder voorzitter is60

Voor het voortgezet onderwijs gelden hogere aantallen:

Voortgezet onderwijsMRGMR
Lid100100
Voorzitter250250
Secretaris150150

Is een personeelslid zowel lid van de MR als van de GMR, dan heeft dit lid in het primair onderwijs recht op 100 uur per jaar en in het voortgezet onderwijs op 160 uur per jaar.

Scholing van personeelsleden

Over scholing is in de cao voor het primair onderwijs opgenomen dat een personeelslid van de MR recht heeft op drie dagen scholing in twee jaar.

In het voortgezet onderwijs gaat het om vijf dagen scholing en vorming per jaar, die mede in lestijd kunnen plaatsvinden.

Vergoeding voor ouders en leerlingen

Ouders en leerlingen in de MR kunnen een vergoeding krijgen voor hun werkzaamheden (artikel 28 lid 4 WMS). Dat kan een bedrag per bijgewoonde vergadering zijn, een vacatievergoeding, maar ook een bedrag op maand- of jaarbasis. Deze vergoeding is niet verplicht en wordt door het bevoegd gezag ingesteld; gebruikelijk is dat dit eerst met de (G)MR wordt overlegd. Als bedrag kan bijvoorbeeld de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding worden gekozen.

Redelijkerwijs noodzakelijke onkosten, zoals reiskosten en de kosten van een oppas, moeten in ieder geval worden vergoed op grond van artikel 28 lid 2 WMS. Ook voor leerlingen kan een vergoeding worden verstrekt.

Andere vormen van waardering

Naast een geldelijke vergoeding kan een andere blijk van waardering op zijn plaats zijn voor ouders die zich voor de school inzetten. Te denken valt aan een kleine attentie met kerst of een borrel voor deze ouders.

Het voornemen daartoe hoort eveneens thuis in de faciliteitenregeling, zodat duidelijk is wat de MR en het bevoegd gezag hierover hebben afgesproken.

Ambtelijk secretaris en aanvullende afspraken

De (G)MR kan in overleg met het bevoegd gezag een ambtelijk secretaris aanstellen (artikel 28 lid 5 WMS). Vooral voor de GMR is dat een waardevolle aanvulling op het werk van de secretaris. Een ambtelijk secretaris zorgt ervoor dat de agenda en de stukken voor vergaderingen op tijd worden verzonden, is aanspreekpunt voor alle GMR- en MR-leden binnen de stichting en vormt een belangrijke factor voor de continuïteit van de medezeggenschap. Daarnaast kunnen de gekozen (G)MR-leden zich meer op hun kerntaken richten, omdat de randvoorwaarden door de ambtelijk secretaris worden geregeld.

Het staat de MR en het bevoegd gezag daarnaast vrij aanvullende faciliteiten af te spreken en nadere invulling te geven aan de wettelijke kaders. Zo maken sommige MR’s afspraken over het laten maken van een MR-video, of wordt een budget vastgesteld voor een ludieke actie tijdens de verkiezingen om daar aandacht voor te trekken. Het is van belang dergelijke afspraken concreet op papier te zetten, zodat voor iedereen duidelijk is wat er is overeengekomen.

Vastlegging in het medezeggenschapsstatuut

Naast de faciliteiten waar de MR wettelijk recht op heeft, kunnen dus aanvullende faciliteiten worden afgesproken. Al deze faciliteiten samen worden opgenomen in het medezeggenschapsstatuut, of in een faciliteitenregeling als bijlage daarvan (artikel 22 sub e WMS). Het bevoegd gezag stelt het medezeggenschapsstatuut op; de GMR moet daar met ten minste een tweederdemeerderheid mee instemmen (artikel 21 WMS).

Het medezeggenschapsstatuut met faciliteitenregeling wordt opgesteld op het niveau van de stichting. Op schoolniveau kan de MR nadere afspraken maken met de schoolleiding, bijvoorbeeld over een vacatievergoeding voor ouders en leerlingen wanneer die niet in het statuut is geregeld. Het is echter aan te raden dergelijke afspraken voor alle MR’s binnen de stichting gelijk te houden, om ongelijkheid te voorkomen.

Meer leren over de basis van medezeggenschap? Volg de cursus MR Start van de VOO!

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven