Medezeggenschapsstatuut

Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026

Het medezeggenschapsstatuut is een wettelijk verplicht document. Het regelt de organisatie van de medezeggenschap binnen het schoolbestuur. Onderaan de pagina staan de modellen voor het medezeggenschapsstatuut.

In het kort

  • Het bevoegd gezag stelt minimaal eens per twee jaar een medezeggenschapsstatuut vast.
  • De GMR moet met tweederdemeerderheid instemmen voordat het statuut wordt vastgesteld.
  • Het medezeggenschapsstatuut regelt onder meer informatie, faciliteiten en samenstelling van medezeggenschapsraden.

Opstellen en vaststellen

Het bevoegd gezag is er verantwoordelijk voor dat ten minste eens per twee jaar een medezeggenschapsstatuut wordt vastgesteld. Die vaststelling kan pas plaatsvinden nadat de GMR heeft ingestemd met een tweederdemeerderheid van de leden. Bij een bestuur met één school is dat de MR.

Het statuut geldt voor het bevoegd gezag, de schoolleiders, de GMR en de MR’s. Het bevat daarmee de organisatiebrede afspraken over medezeggenschap.

Ambitiegesprek en wijzigingen

Gebruikelijk is dat de GMR en het bevoegd gezag een ambitiegesprek voeren over de onderlinge verwachtingen en afspraken. Het medezeggenschapsstatuut kan bij dat gesprek worden betrokken.

De GMR kan ook zelf wijzigingen in het statuut voorstellen aan het bevoegd gezag. Het initiatief hoeft dus niet bij het bestuur te liggen.

Inhoud van het medezeggenschapsstatuut

In het statuut moeten afspraken staan over zes onderwerpen (artikel 22 WMS). Per onderwerp staat hieronder de wettelijke omschrijving, gevolgd door een toelichting op de praktijk.

  1. De wijze waarop gebruik is gemaakt van artikel 20 en de bevoegdheden van de themaraden.
    Is een themaraad, deelraad, bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad of groepsmedezeggenschapsraad ingesteld, dan moet worden beschreven waarvoor die raad is ingesteld. Voor de themaraad moet daarnaast worden vermeld welke bevoegdheden deze heeft.
  2. De samenstelling van de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de raden, bedoeld in artikel 20.
    Hier volstaat veelal een verwijzing naar het medezeggenschapsreglement dat op de betreffende raad van toepassing is. Dat reglement is namelijk de plaats waar het bevoegd gezag en de raad afspraken maken over de samenstelling.
  3. De wijze waarop en de termijnen waarbinnen aan de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen dan wel de raden, bedoeld in artikel 20, informatie beschikbaar wordt gesteld, die noodzakelijk is voor het uitoefenen van de medezeggenschap.
    Ook hier kan worden verwezen naar het medezeggenschapsreglement van de betreffende raad, maar er kunnen daarnaast organisatiebrede afspraken worden gemaakt over het informatierecht.
  4. De wijze waarop de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen dan wel de raden, bedoeld in artikel 20, elkaar en de geledingen waaruit zij zijn gekozen informatie verstrekken over hun activiteiten.
    Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de afspraak dat agenda’s en verslagen van vergaderingen tussen de raden worden gedeeld.
  5. De wijze waarop met inachtneming van artikel 28 invulling wordt gegeven aan de beschikbaarstelling van faciliteiten aan ouders, leerlingen en personeel, die deelnemen in de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen dan wel de raden, bedoeld in artikel 20.
    Ook op dit punt kan worden verwezen naar afspraken die per geleding binnen een medezeggenschapsorgaan zijn gemaakt, bijvoorbeeld in een aparte faciliteitenregeling.
  6. Indien besprekingen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, namens het bevoegd gezag worden gevoerd, in welke gevallen en door wie dat geschiedt en in welke gevallen die persoon op zijn verzoek van die taak wordt ontheven.
    In het statuut moet worden opgenomen wie namens het bevoegd gezag de besprekingen voert. Voor een MR op school is dat doorgaans de schoolleiding.

Deze zes onderwerpen vormen het minimum. Aanvullende afspraken zijn toegestaan, zolang die niet in strijd zijn met de WMS.

Reglement en andere documenten

Naast het medezeggenschapsstatuut zijn er binnen een onderwijsorganisatie meer documenten met afspraken over medezeggenschap. Voor elke (G)MR, deelraad en ondersteuningsplanraad moet een medezeggenschapsreglement bestaan, dat de afspraken tussen die raad en de overlegpartner regelt. Deze verplichting is opgenomen in de artikelen 23, 24 en 26 WMS.

Belangrijk is ook dat de raad en de overlegpartner samen een jaarplanning maken, als onderdeel van het werkplan. Daarin staat onder meer de vergaderplanning voor het schooljaar. De raad kan daarnaast zelf een huishoudelijk reglement en een communicatieplan opstellen.

Modeldocumenten

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven