Omgaan met verschil van inzicht

Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026

Het kan voorkomen dat de leden van de medezeggenschapsraad (MR) het onderling niet eens zijn, of dat de MR en de schoolleiding van elkaar verschillen. Dat verschil van inzicht kan gaan over inhoudelijke onderwerpen, over procedures of over de vraag wie welke rol heeft. Hieronder volgt meer over de manier waarop met zulke meningsverschillen kan worden omgegaan.

In het kort

  • De MR kan bij aanhoudende inhoudelijke meningsverschillen het advies- of instemmingsrecht gebruiken om aanpassingen te vragen.
  • Bij onenigheid over procedures is extern advies mogelijk, waarvan de kosten onder de MR-faciliteiten vallen.
  • De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS hoort beide partijen en doet een bindende uitspraak bij een onopgelost geschil.

Inhoudelijke meningsverschillen

De MR heeft advies- en instemmingsrechten bij tal van inhoudelijke onderwerpen, zoals het schoolplan, de schoolgids, het formatieplan en de vrijwillige ouderbijdrage. De schoolleider stelt deze documenten op en legt ze aan de MR voor. Soms zijn MR-leden het niet eens met de keuzes die daarin zijn gemaakt; de ouders in de MR kunnen bijvoorbeeld de ouderbijdrage te hoog vinden.

Dat er inhoudelijke meningsverschillen bestaan, is een goed teken. De MR is er om kritisch-constructief mee te denken over voorstellen, en dat betekent dat de raad kan vragen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt en alternatieven kan voorleggen. Blijven de meningsverschillen na overleg bestaan, dan kan de MR gebruikmaken van het advies- of instemmingsrecht om aan te geven wat er aan het voorstel zou moeten veranderen. De MR kan bijvoorbeeld op inhoudelijke gronden niet instemmen met het voorgestelde schoolplan. Het is dan aan de schoolleider om de argumenten van de MR mee te nemen in een nieuw voorstel, of om naar de geschillencommissie te gaan.

Procedurele meningsverschillen

In de wet staan de procedures rondom medezeggenschap helder beschreven. Zo is duidelijk aan welke voorwaarden advies- en instemmingsverzoeken moeten voldoen, welk besluitvormingsproces moet worden doorlopen en wat er moet gebeuren wanneer de MR en de schoolleiding het inhoudelijk niet eens worden. Bestaat er onenigheid over de procedures die tot besluiten van de school leiden, dan is het gesprek daarover de eerste stap.

Is de MR van mening dat de schoolleider zich niet aan de procedures houdt of omgekeerd, of bestaat er onduidelijkheid over wat de procedure precies is, dan is het verstandig ondersteuning te zoeken bij een externe organisatie met kennis van zaken. De kosten daarvan vallen onder de faciliteiten waar de MR recht op heeft. Uiteindelijk kan ook de geschillencommissie uitkomst bieden.

Van meningsverschil naar geschil

Kan het meningsverschil niet worden opgelost, dan is er sprake van een geschil. Ook dat hoeft geen probleem te zijn: bij een geschil kan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) uitkomst bieden.

De commissie hoort beide partijen en doet een bindende uitspraak op basis van wet- en regelgeving, jurisprudentie en de overwegingen en argumenten van beide partijen.

Wanneer wordt het een conflict?

Een geschil is dus geen conflict. De MR en de schoolleiding kunnen samen besluiten dat het indienen van een geschil bij de LCG WMS de beste route is om duidelijkheid te krijgen.

Pas wanneer beide partijen overleg met elkaar weigeren, is er sprake van een conflictsituatie. In zo’n situatie lost een uitspraak van de commissie meestal niets op; dan is verdergaande ondersteuning nodig.

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven