Laatst bijgewerkt op 20 augustus 2026
Het sluiten van een school of locatie heeft grote gevolgen voor leerlingen, ouders en personeel. Een school kan bijvoorbeeld sluiten door een dalend leerlingenaantal of vanwege onvoldoende kwaliteit. Hieronder volgt meer over de situaties waarin een school moet sluiten, de alternatieven die er zijn en de rol die de medezeggenschapsraad (MR) hierbij heeft.
In het kort
- Een school kan sluiten door een dalend leerlingenaantal of onvoldoende onderwijskwaliteit.
- Scholen kunnen sluiting voorkomen door fusie, nevenvestiging, samenwerking met andere besturen of overdracht.
- De MR heeft adviesrecht bij sluiting van de school, na verplichte ouderraadpleging.
Wanneer moet een school sluiten?
Een belangrijke reden voor het sluiten van scholen is vaak een daling van het aantal leerlingen. Wanneer een school onder de zogenoemde opheffingsnorm komt, krijgt de school een bepaalde periode de tijd om weer voldoende leerlingen te bereiken. Als het leerlingenaantal na deze periode niet boven de norm uitkomt, kan de bekostiging worden beëindigd.
De hoogte van de opheffingsnorm hangt af van het aantal leerlingen in de omgeving van de school. De opheffingsnorm wordt per gemeente vastgesteld. Sommige gemeenten zijn verdeeld in twee gebieden met elk een eigen opheffingsnorm. Vaak gaat het dan om een gemeente met dicht bevolkt stedelijk gebied en dunner bevolkt landelijk gebied. In het voortgezet onderwijs speelt daarnaast het onderwijsaanbod een rol, waarbij voor verschillende onderwijssoorten verschillende normen gelden. Het is daarom belangrijk dat het bevoegd gezag tijdig inzicht heeft in mogelijke risico’s en onderzoekt welke maatregelen nodig zijn om sluiting te voorkomen of zorgvuldig voor te bereiden.
Welke alternatieven zijn er voor sluiting?
Een basisschool met te weinig leerlingen kan in sommige situaties gebruikmaken van een wettelijke uitzondering. Een school hoeft dan niet te sluiten, bijvoorbeeld wanneer het de enige school van een bepaalde richting binnen een straal van vijf kilometer is en minimaal vijftig leerlingen heeft. Ook voor openbare scholen en situaties waarin een bestuur voldoende leerlingen heeft, kunnen uitzonderingen gelden.
Naast deze uitzonderingen zijn er verschillende mogelijkheden om sluiting te voorkomen. Zo kan een school fuseren met een andere school, verdergaan als nevenvestiging, samenwerken met andere schoolbesturen of worden overgedragen aan een ander bestuur. Ook kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek worden gedaan aan de minister van Onderwijs om de school open te houden.
Rol van de MR
De MR heeft een adviesrecht bij de sluiting van een school of een belangrijke inkrimping van de school (artikel 11 lid 1 sub c WMS). Het bevoegd gezag mag een dergelijk besluit daarom niet nemen voordat de MR hierover advies heeft uitgebracht. Voordat de MR advies geeft, moet een ouderraadpleging plaatsvinden (artikel 15 lid 3 WMS). Daarnaast moeten regelingen worden opgesteld over de gevolgen voor personeel en ouders/leerlingen (artikel 15 lid 1 WMS), waarbij de betreffende geledingen een instemmingsrecht hebben (artikel 12 lid 1 sub a, artikel 13 lid 1 sub a, artikel 14 lid 2 sub a en artikel 14 lid 3 sub a WMS).
Ook bij de sluiting van een dependance heeft de MR adviesrecht. Welk artikel van toepassing is, hangt af van de situatie. Wanneer de dependance eerder een zelfstandige school was, gaat het om een belangrijke inkrimping van de school (artikel 11 lid 1 sub c WMS). Wanneer de dependance alleen is gebruikt vanwege ruimtegebrek en leerlingen teruggaan naar de hoofdlocatie, gaat het om een wijziging van het beleid over de organisatie van de school (artikel 11 lid 1 sub f WMS).
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.