Laatst bijgewerkt op 11 september 2026
De meeste scholen zijn onderdeel van een stichting met meerdere scholen, met naast de schoolleiding ook een schoolbestuur en een raad van toezicht. Hieronder volgt meer over het overleg tussen de medezeggenschap en de raad van toezicht. Over de werving en benoeming van toezichthouders gaat het artikel Benoemen lid raad van toezicht.
In het kort
- De raad van toezicht houdt toezicht op het bestuur en keurt begroting, jaarverslag en strategisch beleidsplan goed.
- De raad van toezicht en de GMR overleggen minimaal twee keer per jaar met elkaar.
- Voorzitters van beide organen bereiden dit overleg samen voor en bepalen samen de agenda.
Wat is een raad van toezicht?
De raad van toezicht is een orgaan binnen de onderwijsstichting dat toezicht houdt op het schoolbestuur (ook wel college van bestuur genoemd). De raad keurt de begroting, het jaarverslag en een eventueel strategisch beleidsplan goed. Daarnaast ziet de raad erop toe dat het bestuur zich aan wetten en aan de governancecode houdt en dat het geld rechtmatig en doelmatig wordt besteed (artikel 17c lid 1 WPO, artikel 3.3 lid 2 WVO en artikel 28i lid 1 WEC). De raad van toezicht is ook de werkgever van het bestuur: hij benoemt en ontslaat de bestuurders en voert met hen de functioneringsgesprekken.
Bestuur, toezicht en medezeggenschap worden vaak de governancedriehoek genoemd. In de praktijk zijn er vijf spelers: de schoolleiding en de medezeggenschapsraad (MR) op schoolniveau, en het schoolbestuur, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) en de raad van toezicht op bestuursniveau. Ieder heeft een eigen taak en een eigen verantwoordelijkheid, en in het overleg met elkaar zijn zij gelijkwaardig. Samen zorgen zij ervoor dat leerlingen goed onderwijs krijgen.
| Orgaan | Niveau | Kerntaak |
|---|---|---|
| Raad van toezicht | Stichting | Houdt toezicht op het bestuur, keurt begroting en jaarverslag goed en is werkgever van de bestuurders |
| Schoolbestuur | Stichting | Bestuurt de stichting en is eindverantwoordelijk voor het onderwijs op alle scholen |
| GMR | Stichting | Adviseert en stemt in bij beleid dat geldt voor alle scholen of de meerderheid daarvan |
| Schoolleiding | School | Geeft leiding aan de school en voert het beleid daar uit |
| MR | School | Adviseert en stemt in bij beleid dat alleen over de eigen school gaat |
Waarom overleg tussen RvT en medezeggenschap?
De wetgever heeft bepaald dat de raad van toezicht en de GMR (bij eenpitter: MR) ten minste twee keer per jaar met elkaar overleggen (artikel 17c lid 3 WPO, artikel 3.3 lid 5 WVO en artikel 28i lid 3 WEC). Ook de raad van toezicht van een samenwerkingsverband en de ondersteuningsplanraad (OPR) overleggen twee keer per jaar met elkaar (artikel 17c lid 5 WPO en artikel 3.3 lid 6 WVO).
In de memorie van toelichting op deze bepaling staat dat het doel van het overleg is dat de toezichthouder beter wordt geïnformeerd over de stand van zaken binnen de organisatie. Daarmee is de raad van toezicht beter in staat feedback te geven over het handelen van bestuurders. Het overleg heeft nog een tweede functie. De raad van toezicht ziet er namelijk op toe dat het bestuur zijn zorgplicht nakomt om goede medezeggenschap mogelijk te maken, bijvoorbeeld door de faciliteiten die de (G)MR nodig heeft. De (G)MR kan de raad van toezicht vertellen hoe dat in de praktijk gaat.
Waarom dit overleg de moeite waard is
Voor de raad van toezicht: hij hoort uit de eerste hand wat er speelt bij ouders, leerlingen en personeel. Die informatie krijgt hij niet uit de stukken van het bestuur.
Voor de (G)MR: hij spreekt met het orgaan dat de werkgever is van het bestuur, en kan laten zien hoe de medezeggenschap in de praktijk werkt.
Voor de organisatie: besluiten worden beter als beide organen weten wat de ander ziet. Dat is precies wat de wetgever met deze overlegplicht voor ogen had.
Voorbereiden van het overleg
Omdat het gaat om een overlegverplichting van de raad van toezicht, ligt daar ook het initiatief om het overleg te plannen. Over de voorbereiding zijn geen vaste afspraken gemaakt. In de praktijk wordt het overleg voorbereid door de voorzitter van de raad van toezicht en de voorzitter van de GMR en worden agendapunten vanuit beide raden opgehaald. De voorzitter van de RvT kan het overleg standaard voorzitten, maar dat kan ook de GMR-voorzitter zijn of er kan worden gerouleerd.
Ook de vorm van het overleg ligt niet vast. Het gesprek kan plaatsvinden tussen beide voltallige raden, maar een delegatie mag ook. Een gesprek over een actueel probleem vraagt om een andere opzet dan een themabijeenkomst, waarvoor soms een externe deskundige wordt uitgenodigd. Verder is niet geregeld of het bestuur bij het overleg aanwezig is. De (G)MR en de raad van toezicht moeten vrijuit met elkaar kunnen spreken, maar bij strategische onderwerpen kan de aanwezigheid van de bestuurder juist prettig zijn. In de praktijk wordt vaak gekozen voor één keer per jaar wel en één keer per jaar niet aansluiten, of voor het deels bijwonen van de bijeenkomst. Het vooraf toesturen van de agenda aan het bestuur helpt om open met elkaar te blijven werken.
Checklist voorbereiden overleg
1. De agenda is samen opgehaald bij beide raden.
2. Er is afgesproken wie het overleg voorzit.
3. Er is afgesproken of het bestuur aanschuift, en zo ja bij welk deel.
4. De agenda is vooraf naar het bestuur gestuurd.
5. De stukken zijn op tijd rond, zodat beide raden zich kunnen voorbereiden.
Mogelijke gespreksonderwerpen
Waarover de raad van toezicht en de GMR met elkaar spreken, is vrij; de gespreksagenda wordt door beide organen samen bepaald. Mogelijke onderwerpen zijn de onderwerpen in onderstaande tabel. Een deel van het overleg zal gaan over wat er in het eigen gremium het afgelopen jaar is gebeurd. Het is echter zaak te voorkomen dat het grootste deel van de tijd daaraan opgaat: een geïnteresseerde raad van toezicht kan immers het jaarverslag van de GMR lezen, en omgekeerd geldt hetzelfde. Aan te raden is wel om in elk geval één keer tijd te besteden aan het echt leren kennen van elkaar, dus meer dan een voorstelrondje. Het is zinvol van elkaar te weten hoe de betrokkenheid bij de organisatie wordt ervaren en wat de motivatie was om in de GMR of in de raad van toezicht plaats te nemen. Bij een grote GMR kan dat ook in kleinere groepen gebeuren.
Een handige kapstok voor het gesprek is de Governancecode funderend onderwijs, die geldt voor het primair en voortgezet onderwijs. De code kent vijf principes: verantwoordelijkheid, verbinding, lerend vermogen, integriteit en openheid. Aan de hand daarvan kan worden besproken of het bestuur en de raad van toezicht in de dagelijkse praktijk doen wat de code beschrijft. Een tweede kapstok is het toezichtkader: daarin staat waarop de raad van toezicht toeziet en welke criteria hij daarbij gebruikt. Die criteria gaan over de volle breedte van de organisatie, van onderwijs en veiligheid tot huisvesting en financiën. Die beleidsterreinen kunnen in het overleg na elkaar worden besproken.
| Onderwerp | Waarom juist in dit overleg |
|---|---|
| Bezoldiging raad van toezicht | De raad gaat over zijn eigen beloning; de (G)MR krijgt hierover jaarlijks gegevens |
| Strategisch beleidsplan | De (G)MR kan er een rol bij hebben, de raad keurt veelal goed |
| Arbeidsmarkt en strategisch personeelsbeleid | De RvT hoort van het personeelsdeel hoe het beleid op de werkvloer uitpakt |
| Besturingsmodel van de organisatie | Beide organen hebben er belang bij dat rollen en routes helder zijn |
| Functioneren van de medezeggenschap | De raad ziet toe op de zorgplicht van het bestuur om medezeggenschap mogelijk te maken |
| Kansengelijkheid | Een bestuursbreed thema waarover de raad graag verschillende perspectieven hoort |
| Leiderschap | Raakt aan de rol van de raad als werkgever van het bestuur |
| Onderwijskwaliteit en innovatie | Kerntaak van de raad; de (G)MR ziet wat ervan terechtkomt op de scholen |
| Samenwerking tussen bestuur en GMR | Signalen hierover zijn voor de raad relevant in het gesprek met de bestuurder |
| Veiligheid | Onderdeel van het toezichtkader en direct merkbaar op de scholen |
Ontmoeting en informeren buiten het halfjaarlijks overleg
Er zijn meer momenten waarop leden van de raad van toezicht en de (G)MR elkaar tegenkomen. Denk aan een startbijeenkomst aan het begin van het schooljaar of een nieuwjaarsbijeenkomst. Ook een gezamenlijk werkbezoek aan een van de scholen levert veel op, bijvoorbeeld rond een thema als sociale veiligheid. Verder kunnen beide organen soms samen scholing volgen over governance en medezeggenschap.
Omdat de samenstelling van beide organen regelmatig verandert, is het handig elkaar vooraf te informeren over nieuwe leden. Zo gaat er minder tijd van het overleg op aan kennismaken. Losse gesprekken tussen bijvoorbeeld de twee voorzitters, of met het lid dat op voordracht van de (G)MR in de raad van toezicht zit, houden de relatie warm.
Gerelateerde pagina's
- Benoemen lid raad van toezicht
- Begroting
- Jaarverslag school(bestuur)
- Strategisch beleidsplan
- Relatie MR en schoolleiding
- Medezeggenschapsraad (MR)
- Relatie (G)MR en schoolbestuur
- Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR)
- Samenwerkingsverband
- Ondersteuningsplanraad (OPR)
- Faciliteitenregeling
- Jaarverslag MR
- Nieuw in de MR
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.