Kledingvoorschriften

Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026

Scholen kunnen regels opstellen over welke kleding leerlingen wel en niet mogen dragen op school. Hieronder volgt meer over kledingvoorschriften, de voorwaarden waaraan deze moeten voldoen en de rol van de MR daarbij.

In het kort

  • Scholen mogen kledingvoorschriften opstellen vanuit veiligheid, schoolidentiteit of praktische organisatie.
  • Kledingvoorschriften moeten voldoen aan de Grondwet en mogen godsdienstvrijheid niet onnodig beperken.
  • De oudergeleding van de MR in het primair onderwijs heeft instemmingsrecht op de schoolgids.

Vrijheid van de leerling

Leerlingen mogen in principe zelf bepalen welke kleding zij naar school dragen. Toch kunnen scholen redenen hebben om kledingvoorschriften op te stellen, bijvoorbeeld vanwege de veiligheid, de identiteit van de school of praktische afspraken binnen de schoolorganisatie.

In de praktijk komen kledingvoorschriften vooral voor in twee situaties. Ten eerste kunnen scholen regels stellen vanuit veiligheidsoverwegingen, bijvoorbeeld tijdens gymlessen. Ten tweede kunnen bijzondere scholen vanuit hun religieuze of levensbeschouwelijke visie bepaalde regels stellen. De Leidraad Kleding op scholen van de Rijksoverheid geeft voorwaarden voor het opstellen en toepassen van dergelijke regels.

Voorwaarden voor kledingvoorschriften

Bij het opstellen van kledingvoorschriften moet een school rekening houden met verschillende wettelijke rechten en vrijheden. Zo mogen de regels niet discriminerend zijn (artikel 1 Grondwet) en mogen zij de vrijheid van godsdienst (artikel 6 Grondwet) en de vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet) niet onnodig beperken.

Daarnaast moeten kledingvoorschriften duidelijk zijn geformuleerd, vooraf goed worden gecommuniceerd en in verhouding staan tot het doel dat de school ermee wil bereiken. Regels die de vrijheid van godsdienst beperken, zijn in principe niet toegestaan. Een uitzondering kan gelden voor bijzondere scholen die regels stellen vanuit hun grondslag of wanneer sprake is van een objectieve rechtvaardiging, bijvoorbeeld bij kleding die het gezicht volledig bedekt.

Kledingvoorschriften vanuit veiligheid en praktische afspraken

Sinds 2019 geldt de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. Op onder meer onderwijsinstellingen mag kleding die het gezicht volledig of grotendeels bedekt daarom niet worden gedragen. Uitzonderingen gelden bijvoorbeeld voor kleding die nodig is vanwege veiligheid, sport of een culturele activiteit zoals carnaval.

Ook buiten deze wet kunnen scholen vanuit veiligheidsoverwegingen regels stellen. Zo kan een school tijdens gymlessen bepaalde kleding of accessoires verbieden wanneer deze een risico vormen, zoals loszittende kleding of sieraden. Daarnaast kunnen scholen praktische afspraken maken, bijvoorbeeld over het dragen van jassen in de klas. Dergelijke afspraken horen bij de schoolregels.

Scholen mogen ouders vragen om bepaalde kleding aan te schaffen, zoals een wit shirt en een korte sportbroek voor de gymles. Een school mag ouders echter niet verplichten om kleding met een schoollogo of kleding van een specifieke leverancier te kopen. Wanneer ouders hiervoor niet kiezen, moet een leerling met passende eigen kleding kunnen deelnemen aan de lessen. Deze kosten vallen onder de schoolkosten.

Vastleggen van kledingvoorschriften

In het primair onderwijs moeten kledingvoorschriften worden opgenomen in de schoolgids. In het voortgezet onderwijs worden regels over kleding opgenomen in het leerlingenstatuut. Het leerlingenstatuut is een verplicht document waarin de rechten en plichten van leerlingen staan beschreven (artikel 2.98 WVO).

Kledingvoorschriften die betrekking hebben op de veiligheid van leerlingen kunnen daarnaast onderdeel zijn van het veiligheidsbeleid van de school. Wanneer ouders of leerlingen vinden dat bepaalde regels aangepast moeten worden, kunnen zij dit bespreken met de MR of gebruikmaken van de klachtenprocedure van de school.

Rol van de MR

De oudergeleding van de MR in het primair onderwijs en de ouder- en leerlinggeleding van de MR in het voortgezet onderwijs hebben een instemmingsrecht op de schoolgids (artikel 13 lid 1 sub g en artikel 14 lid 1 sub a WMS). Wanneer kledingvoorschriften hierin zijn opgenomen, kan de MR invloed uitoefenen op deze afspraken.

In het voortgezet onderwijs kan het leerlingenstatuut ook kledingvoorschriften bevatten. De leerlinggeleding van de MR heeft een instemmingsrecht op het leerlingenstatuut (artikel 14 lid 3 sub b WMS). Wanneer kledingvoorschriften onderdeel zijn van het veiligheidsbeleid, heeft de MR een instemmingsrecht (artikel 10 sub e WMS).

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven