Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026
De Grondwet is de belangrijkste wet van Nederland en vormt de basis van onze democratische rechtsstaat. In de Grondwet zijn de grondrechten van burgers en de inrichting van de overheid vastgelegd. Ook het onderwijs heeft een prominente plaats gekregen. Artikel 23 van de Grondwet regelt de vrijheid van onderwijs en vormt daarmee de basis van het Nederlandse onderwijsstelsel.
In het kort
- De vrijheid van onderwijs waarborgt het recht om scholen op te richten vanuit een eigen richting of visie.
- Het openbaar onderwijs eerbiedigt elke godsdienst of levensovertuiging en ontvangt gelijke bekostiging als bijzonder onderwijs.
- De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit en de wettelijke kaders van scholen.
Artikel 23 van de Grondwet
Artikel 23 van de Grondwet beschrijft de verantwoordelijkheden van de overheid op het gebied van onderwijs en waarborgt tegelijkertijd de vrijheid van onderwijs. Dit betekent dat iedereen het recht heeft om een school op te richten op basis van een eigen godsdienst, levensovertuiging of onderwijskundige visie, mits aan de wettelijke kwaliteitseisen wordt voldaan. Het artikel bepaalt ook dat het openbaar onderwijs met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging wordt gegeven.
Het artikel regelt daarnaast dat de overheid verantwoordelijk is voor een goed functionerend onderwijsstelsel en toezicht houdt op de kwaliteit van het onderwijs. Een ander uitgangspunt is dat het openbaar en het bijzonder onderwijs op gelijke voet worden bekostigd. Dit wordt de financiële gelijkstelling genoemd.
Vrijheid van onderwijs
De vrijheid van onderwijs is een belangrijk uitgangspunt van het Nederlandse onderwijsstelsel. Deze vrijheid houdt onder meer in dat scholen zelf hun identiteit kunnen bepalen en binnen de wettelijke kaders keuzes mogen maken over de inrichting van het onderwijs, de gebruikte lesmethoden en de pedagogische aanpak. De vrijheid van onderwijs wordt vaak omschreven aan de hand van drie onderdelen: de vrijheid van richting, van stichting en van inrichting.
Tegelijkertijd stelt de overheid eisen aan de kwaliteit van het onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe dat scholen aan deze wettelijke eisen voldoen. De vrijheid van onderwijs is dus geen onbegrensde vrijheid, maar wordt uitgeoefend binnen de kaders die de wetgever stelt.
Belang voor scholen en schoolbesturen
Artikel 23 vormt de basis voor veel onderwijswetgeving, waaronder de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020) en de Wet op de expertisecentra (WEC). Scholen en schoolbesturen moeten hun beleid en organisatie inrichten binnen de kaders die uit deze wet- en regelgeving voortvloeien.
Voor bestuurders, medezeggenschapsraden en toezichthouders is kennis van artikel 23 daarom belangrijk om de rechten, plichten en verantwoordelijkheden binnen het onderwijs goed te begrijpen. Discussies over onderwijsvrijheid, toelatingsbeleid en de rol van de overheid zijn in de kern vaak discussies over de uitleg van dit grondwetsartikel.
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.