Discriminatie in het onderwijs

Laatst bijgewerkt op 13 augustus 2026

Discriminatie betekent dat mensen in gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Ook op school komt dit voor, tussen leerlingen onderling en tussen personeelsleden. Hieronder volgt meer over wat discriminatie inhoudt, hoe scholen er beleid op kunnen maken en welke rol de medezeggenschapsraad daarbij heeft.

Wat is discriminatie?

In artikel 1 van de Grondwet staat dat iedereen in Nederland in gelijke gevallen gelijk wordt behandeld en dat discriminatie, op welke grond dan ook, verboden is. De Algemene wet gelijke behandeling werkt dit verder uit voor onder meer het onderwijs. Discriminatie is bovendien strafbaar.

Discriminatie kan betrekking hebben op afkomst, huidskleur, religie, geslacht, seksuele gerichtheid, een handicap of chronische ziekte, en op andere gronden. In de praktijk gaat het niet alleen om bewuste uitsluiting: ook onbedoelde patronen, zoals lagere verwachtingen van bepaalde groepen leerlingen, vallen eronder.

Discriminatie op school

Op school kan discriminatie verschillende vormen aannemen. Leerlingen kunnen elkaar uitsluiten of beledigen op grond van afkomst of geaardheid, en personeelsleden kunnen te maken krijgen met ongelijke behandeling bij sollicitaties, promoties of taakverdeling. Ook stagediscriminatie speelt in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs een rol.

Discriminatie raakt daarmee direct aan de sociale veiligheid op school en aan kansengelijkheid. Leerlingen die zich niet veilig of niet welkom voelen, presteren minder goed en verzuimen vaker. Voor het personeel geldt dat een onveilige werkomgeving leidt tot uitval en verloop.

Beleid tegen discriminatie

Scholen zijn verplicht zorg te dragen voor de sociale veiligheid van leerlingen. De aanpak van discriminatie hoort daarom thuis in het veiligheidsbeleid van de school, naast onderwerpen als pesten en agressie. Veel scholen leggen de afspraken vast in hetzelfde document als het anti-pestprotocol, of in een aparte gedragscode.

Daarnaast werken de uitgangspunten door in documenten die dichter bij de dagelijkse praktijk staan, zoals de schoolregels en het leerlingenstatuut. Belangrijk is dat het beleid niet blijft bij een verklaring op papier: er moeten afspraken in staan over wie verantwoordelijk is, hoe signalen worden opgepakt en wanneer het beleid wordt geëvalueerd.

Aandacht voor discriminatie in de les

Discriminatie is ook een onderwerp binnen het burgerschapsonderwijs. Scholen besteden er aandacht aan via lesmethodes, projecten of gastlessen van externe organisaties. Het Kennisplatform Inclusief Samenleven heeft onderzoek gedaan naar wat daarbij werkt en formuleerde daaruit zeven aanbevelingen voor antidiscriminatielessen in het voortgezet onderwijs.

Drie daarvan zijn breed toepasbaar. Ten eerste: benoem discriminatie expliciet en koppel er altijd handelingsperspectief aan, zodat leerlingen die er zelf mee te maken hebben niet alleen met machteloosheid achterblijven. Ten tweede: leg verband tussen de verschillende gronden, omdat leerlingen de overeenkomst tussen bijvoorbeeld discriminatie op afkomst en op seksuele gerichtheid vaak niet uit zichzelf zien. Ten derde: laat rolmodellen aan het woord waarmee leerlingen zich kunnen identificeren, en voer geen discussie over de vraag óf discriminatie toelaatbaar is.

Melden van discriminatie

Wie op school met discriminatie te maken krijgt, kan dit melden bij de vertrouwenspersoon of een klacht indienen op grond van de klachtenregeling. Daarnaast kan melding worden gedaan bij een antidiscriminatievoorziening in de eigen gemeente, via discriminatie.nl, of bij het College voor de Rechten van de Mens.

Voor leerlingen en ouders is het van belang dat duidelijk is waar zij terechtkunnen. De school neemt de contactgegevens van de vertrouwenspersoon en de klachtenprocedure daarom op in de schoolgids.

Rol van de MR

De MR heeft een instemmingsrecht op het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid, waar de aanpak van discriminatie onderdeel van uitmaakt (artikel 10 sub e WMS). Ook op de klachtenregeling heeft de MR een instemmingsrecht (artikel 10 sub g WMS).

Wanneer de school onderdeel is van een groter schoolbestuur en het beleid voor alle scholen tegelijk wordt vastgesteld, oefent de GMR deze bevoegdheden uit. De MR kan zich dan richten op de uitvoering op de eigen school.

Daarnaast raakt discriminatie aan een van de algemene taken van de raad: waken tegen discriminatie op welke grond dan ook en gelijke behandeling in gelijke gevallen bevorderen, in het bijzonder ten aanzien van mannen en vrouwen, de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en personen met een migratieachtergrond (artikel 7 lid 2 WMS). Die taak geldt ongeacht of er een voorstel van het bevoegd gezag op tafel ligt, en biedt de MR een grond om het onderwerp zelf te agenderen.

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven