Contact school en ouder

Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026

Ouders en school hebben regelmatig contact over de ontwikkeling van leerlingen en de manier waarop het onderwijs wordt georganiseerd. Hieronder volgt meer over de rechten en verwachtingen rondom oudercontact en de rol van de MR daarbij.

In het kort

  • De school moet ouders informeren over de ontwikkeling en vorderingen van hun kind.
  • De schoolgids bevat informatie over de onderwijsorganisatie, ouderrechten en het veiligheidsbeleid.
  • De oudergeleding van de MR heeft instemmingsrecht op het communicatiebeleid tussen ouders en school.

Wie is er precies ‘ouder’?

Binnen het onderwijs wordt het begrip ouder breder gebruikt dan alleen een biologische ouder. In de Wet op het primair onderwijs (WPO) wordt een ouder omschreven als ‘ouders, voogden of verzorgers’. In de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO) gaat het om ouders, voogden of verzorgers die met het gezag over de leerling zijn belast.

Een ouder is daarmee degene die verantwoordelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind. Ook een stiefouder of grootouder kan als ouder worden gezien wanneer deze een belangrijke verzorgende rol heeft. In het voortgezet onderwijs is daarnaast van belang wie formeel het ouderlijk gezag over de leerling heeft.

Contact en informatievoorziening vanuit de school

De school moet ouders informeren over de ontwikkeling en vorderingen van hun kind (artikel 11 WPO en artikel 2.97 WVO). Ouders moeten inzicht krijgen in hoe hun kind zich ontwikkelt en hoe het gaat op school. De manier waarop scholen dit contact organiseren, mogen zij grotendeels zelf bepalen. In het primair onderwijs moet bij het verlaten van de school een onderwijskundig rapport worden opgesteld en verstrekt aan de nieuwe school en de ouders (artikel 42 WPO). Ook moeten het schooladvies en het definitieve schooladvies met ouders worden gedeeld (artikel 45d WPO).

Daarnaast moet de school zorgen voor afstemming met en verantwoording aan ouders en andere belanghebbenden binnen en buiten de school (artikel 165 lid 5 sub c WPO en artikel 3.2 lid 1 sub c WVO). De manier waarop een school dit organiseert, wordt beschreven in de code voor goed bestuur. Veel scholen sluiten hierbij aan bij de landelijke Governancecode funderend onderwijs.

Schoolgids: bron van informatie

Elke school moet een schoolgids hebben waarin belangrijke informatie over de school is opgenomen (artikel 13 WPO en artikel 2.92 WVO). In de schoolgids staat bijvoorbeeld informatie over de organisatie van het onderwijs, de onderwijstijd, de rechten en plichten van ouders en het veiligheidsbeleid van de school.

Ook moet de schoolgids uitleg geven over de manier waarop ouders en leerlingen worden geïnformeerd over de totstandkoming van het schooladvies en het definitieve schooladvies. Hierdoor weten ouders welke procedures de school volgt en welke mogelijkheden zij hebben om betrokken te zijn.

Verwachtingen van school richting ouders

Niet alleen de school heeft verplichtingen richting ouders; ook ouders hebben een rol in het contact met de school. In de schoolgids staat beschreven welke verwachtingen de school van ouders heeft. Zo kan de school verwachten dat ouders aanwezig zijn bij gesprekken over de ontwikkeling van hun kind.

Daarnaast kunnen scholen ouders vragen om mee te helpen bij activiteiten, bijvoorbeeld bij buitenschoolse activiteiten of evenementen. Dat is een vorm van ouderparticipatie. Veel scholen organiseren ook ouderavonden om ouders te informeren over ontwikkelingen binnen de school en hen te betrekken bij de schoolgemeenschap.

Ouders van leerlingen met een ondersteuningsbehoefte

Wanneer een leerling extra ondersteuning nodig heeft, stelt de school na overleg met de ouders een ontwikkelingsperspectief op. Hierin staat beschreven welke ondersteuning de leerling ontvangt en welke doelen daarbij worden nagestreefd (artikel 40a WPO en artikel 2.44 WVO). Dit is onderdeel van het passend onderwijs.

Het ondersteuningsaanbod van de school moet ook in de schoolgids worden opgenomen. Hierdoor kunnen ouders vooraf inzicht krijgen in welke ondersteuning de school biedt en welke mogelijkheden er zijn voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben.

Zeer zwak onderwijs

Wanneer de Onderwijsinspectie een school beoordeelt als ‘zeer zwak’, moet de school de ouders hierover informeren. Dit gebeurt door het rapport waarin de beoordeling is opgenomen aan de ouders toe te sturen (artikel 45a WPO en artikel 2.96 WVO).

Na een beoordeling als zeer zwak moet de school werken aan verbetering van de onderwijskwaliteit. De Onderwijsinspectie volgt dit verbetertraject en kan na verloop van tijd opnieuw onderzoek doen om te beoordelen of de kwaliteit voldoende is hersteld.

Rol van de MR

De oudergeleding van de MR heeft een instemmingsrecht op het beleid van de school over de communicatie tussen ouders en school (artikel 13 lid 1 sub k en artikel 14 lid 2 sub g WMS). Ook heeft de oudergeleding een instemmingsrecht op de hoogte en bestemming van de vrijwillige ouderbijdrage (artikel 13 lid 1 sub c en artikel 14 lid 2 sub c WMS).

Daarnaast heeft de oudergeleding in het primair onderwijs een instemmingsrecht op de schoolgids (artikel 13 lid 1 sub g WMS). In het voortgezet onderwijs hebben de ouder- en leerlinggeleding gezamenlijk een instemmingsrecht op de schoolgids (artikel 14 lid 1 sub a WMS).

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven