Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026
Het kan voorkomen dat de schoolleiding een pilot wil instellen om te testen of bepaald beleid een positieve uitwerking zal hebben als het definitief wordt ingevoerd. Hieronder volgt meer over de voorwaarden waaronder dat mag en de rol van de MR.
In het kort
- Een pilot moet voldoen aan omkeerbaarheid, tijdelijkheid, meetbaarheid en kleinschaligheid.
- De MR heeft geen recht ten aanzien van het uitvoeren van een interne pilot.
- De MR heeft adviesrecht bij deelname aan of beëindiging van een onderwijskundig project.
De definitie van ‘pilot’
Pilots, onderwijskundige experimenten, projecten: het zijn allemaal termen die gaan om tijdelijke voorzieningen die de school treft om te ‘testen’ of een bepaald middel definitief ingezet kan worden op school. Dergelijke pilots kunnen vanuit de Rijksoverheid worden geïnitieerd, vanuit externe organisaties, maar ook vanuit de school zelf.
In het woordenboek is de definitie van een pilot: ‘iets wat als test dient’. Het gaat daarbij om tijdelijk een wijziging, invoering of intrekking van iets op een beperkte schaal te testen. Het doel van een pilot is om ervan te leren en te kijken of het definitief en/of op grotere schaal kan worden ingevoerd.
Voorwaarden voor een pilot in het onderwijs
Er is een viertal randvoorwaarden om iets als pilot te kunnen definiëren: omkeerbaarheid (het moet mogelijk zijn terug te keren naar de oude situatie), tijdelijkheid (de duur van de pilot moet passen bij hetgeen wat getest wordt), meetbaarheid (het moet objectief vast te stellen zijn of het beoogde doel wel of niet is gehaald) en kleinschaligheid (een test wordt niet over de gehele organisatie uitgerold als de test ook met een kleiner deel van de organisatie kan worden uitgevoerd). Deze randvoorwaarden worden bij ondernemingsraden gehanteerd en zijn ook goed van toepassing in het onderwijs.
Als er bijvoorbeeld als ‘pilot’ een 45 minuten rooster wordt ingevoerd voor een heel schooljaar voor de hele school, kan worden gesteld dat niet aan de tijdelijkheidsvereiste en kleinschaligheidsvereiste is voldaan. Want de pilot had zich bijvoorbeeld kunnen beperken tot het eerste semester van het eerste leerjaar. In dit geval is er dus gewoon sprake van een wijziging van het lesrooster. Er moet uiteindelijk per geval worden bekeken of er sprake is van een pilot, of gewoon van het wijzigen van beleid.
Rol van de MR
De MR heeft geen recht ten aanzien van het uitvoeren van een interne pilot binnen de organisatie. Hierbij moet dus wel aan bovenstaande randvoorwaarden worden voldaan. Als dit niet het geval is, dan kan er sprake zijn van een wijziging van het beleid. Afhankelijk van welk beleid er precies wijzigt, kan de MR een advies- of instemmingsrecht hebben. Dit zal per geval moeten worden bekeken.
Verwant aan, maar niet hetzelfde als een pilot is het deelnemen of beëindigen van de deelname aan een onderwijskundig project of experiment. Hierbij heeft de MR een adviesrecht (artikel 11 lid 1 sub e WMS). In tegenstelling tot een pilot die intern wordt uitgezet, gaat het bij een onderwijskundig project of experiment om deelname aan iets wat door een externe partij georganiseerd wordt. Als hier sprake van is, dan zullen er ook regelingen van gevolgen voor personeel en ouders/leerlingen moeten worden opgesteld, die aan de betreffende geleding ter instemming worden voorgelegd (artikel 12 lid 1 sub a, artikel 13 lid 1 sub a, artikel 14 lid 2 sub a en artikel 14 lid 3 sub a WMS).
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.