Historie

Naar aanleiding van discussies over en aanvallen op het openbaar onderwijs in Nederland werd in 1866 de Vereeniging tot bevordering van het Volksonderwijs opgericht, ook wel Vereniging Volksonderwijs genoemd. In het hele land werden afdelingen van deze vereniging opgericht in de periode hierna. In 1968 werd de naam gewijzigd naar de huidige benaming.

Onze historie in één oogopslag

Uitgebreider historisch perspectief

1850: De schoolstrijd

De schoolstrijd speelt een grote rol in de oprichting van de vereniging. In 1857 kwam een nieuwe wet die te maken had met het lager onderwijs. Het ging over voorschriften voor de grootte van klassen en salarissen van personeel, maar ook over het feit dat bijzondere scholen geen subsidie zouden krijgen van de overheid. Deze wet bracht grote commotie teweeg, zeker bij de scholen die gestoeld waren op christelijke overtuigingen. Naar aanleiding van deze wet werden dan ook christelijke organisaties opgericht die zich zouden gaan richten op de oprichting van christelijke scholen, met als eis om bijzondere scholen te subsidiëren. Dit werd ook een strijd tégen het openbaar onderwijs.

1900: De Vereeniging Volksonderwijs

Zo ontstond de noodzaak om een organisatie op te richten die tegenwicht zou bieden aan de aanvallen op het openbaar onderwijs en de belangen van het openbaar onderwijs in Nederland zou behartigen. Op 25 mei 1866 kwamen op verzoek van twee schoolopzieners ongeveer twintig mensen bij elkaar. Zij namen het besluit om de vereniging ‘Volksonderwijs’ op te richten, met als doel het openbaar onderwijs te verdedigen.

In eerste instantie beperkte de vereniging haar activiteiten tot het schrijven van artikelen in kranten en het uitbrengen van brochures. In 1868 telde de vereniging zo’n 700 leden en in 1870 werd besloten de toen nog vooral Friese vereniging om te dopen tot de ‘Vereeniging tot bevordering van het Volksonderwijs in Nederland’. De vereniging zou de beginselen van het openbaar onderwijs verdedigen, verbetering van het volksonderwijs zelf nastreven, maar ook pleiten voor de invoering van leerplicht en het bestrijden van schoolverzuim. Tevens zou er een maandblad komen, dat de Maandbode der Nederlandsche Vereeniging Volksonderwijs zou gaan heten.

Naar aanleiding van de wens van de jonge Aletta Jacobs om toegelaten te worden tot de middelbare school, die tot dan toe voor meisejs niet toegankelijk was, steunde de vereniging in 1871 ook het bevorderen van onderwijs voor meisjes. Van daaruit besloot de vereniging in 1874 ook om politieke kwesties meer te gaan bespreken.

In de tussentijd bleef de vereniging groeien in ledental. Zeker na de fusie met het Nederlandse Schoolverbond (een vereniging die in 1870 was opgericht om schoolverzuim te bestrijden), toen telde de vereniging 10.000 leden, verdeeld over 26 verschillende afdelingen. Bij de fusie tussen de Vereeniging Volksonderwijs en het Nederlandse Schoolverbond kwam ook een nieuwe naam: de ‘Vereeniging tot bevordering van het Volksonderwijs en het Schoolbezoek in Nederland’. De nieuwe vereniging richtte zich onder meer op de nieuwe Onderwijswet van 1878, waarin de voorschriften voor salarissen en schoolgebouwen werden uitgebreid. Na het aannemen van deze wet steeg het ledental van de vereniging sterk.

1950: Pacificatie

Een van de doelen van de vereniging was het invoeren van leerplicht voor kinderen. Deze Leerplichtwet kwam er in 1901, ingevoerd door de voormalige voorzitter van de vereniging, die in 1897 minister werd: Goeman Borgesius. Door de invoering van de wet zagen velen dit als het sluitstuk en het einde van de schoolstrijd. Het aantal leden van de vereniging daalde en er werd zelfs gesproken over opheffing van de vereniging.

Daar werd echter van teruggekomen toen Abraham Kuyper, voorman van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), verkondigde dat openbare scholen een uitzondering moesten worden en bijzondere scholen de gebruikelijke vorm van onderwijs moesten zijn. De vereniging werd toen opnieuw actiever om de belangen van het openbaar onderwijs te behartigen. Deze strijd eindigde met de Pacificatie van 1917. In dat jaar werd afgesproken dat de financiering van openbaar en bijzonder onderwijs gelijk zou worden gesteld. Voor de vereniging was de Pacificatie echter een teleurstelling. De schoolstrijd was niet voorbij, maar verplaatste zich naar de gemeenteraden, omdat die nu gingen over de toestemming om scholen te stichten in hun gemeente met overheidsgeld. Hiervoor was een minimumaantal handtekeningen nodig, waardoor een heuse handtekeningenzwendel ontstond om zo maar scholen op te kunnen richten. De vele extra scholen die ontstonden moesten het doen met dezelfde pot overheidsgeld en dus ging de kwaliteit van het bestaande (openbaar) onderwijs erop achteruit. Hierop nam de vereniging in 1936 het standpunt aan dat de wettelijke regels voor de stichting van bijzondere scholen verzwaard moesten worden.

Ten tijde van de oorlog ondernam de vereniging weinig activiteiten. Na de oorlog leken de tegenstellingen tussen openbaar en bijzonder onderwijs te verdwijnen en de vereniging groeide tot 125.000 leden in 1950. Steeds vaker vormde het lager onderwijs niet langer het eindpunt van de schoolloopbaan van leerlingen en dus richtte de vereniging zich sindsdien ook op het voortgezet onderwijs. Zo was de Wet op het voortgezet onderwijs, ook wel de Mammoetwet genoemd, een belangrijk dossier voor de vereniging om zich in te verdiepen.

Vereniging Openbaar Onderwijs

In 1964 werd de instelling van ouderraden, oudercommissies en schoolraden bij wet verplicht. Daarom sloeg de vereniging ook een nieuwe richting in en ging zij zich richten op de begeleiding van deze adviesorganen. Daarbij fuseerde de vereniging in 1968 met de Nederlandse Ouderraad voor het Openbaar Lager Onderwijs (NORLO), die in 1923 werd opgericht, en ging zij verder onder de naam Vereniging Openbaar Onderwijs. Sindsdien zet de vereniging zich in voor het verbeteren van het onderwijs in het algemeen, maar ondersteunt zij ook leden van de MR bij de uitvoering van hun medezeggenschapswerk. De medezeggenschapsraden zijn immers de formele organen die ouders en leerkrachten (en in het vo ook leerlingen) de mogelijkheid geven om werkelijk invloed uit te oefenen op het beleid van scholen. De vereniging stond aan de wieg van de moderne medezeggenschapswetgeving. Ook lobbyde de vereniging samen met de andere ouderorganisaties succesvol voor gratis leermiddelen in het vo en voor wetgeving om pesten op scholen aan te pakken.

In 2014 werd de subsidie vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de ouderorganisaties stopgezet, zo ook voor de VOO. Sindsdien moet de vereniging haar ideële activiteiten nog meer dan voorheen financieren uit contributies en dienstverlening. De vereniging doet dat vooral door trainingen en advieswerk te verzorgen voor medezeggenschapsraden. Op het kantoor in Bussum zijn tien mensen werkzaam en verspreid over het land zijn dertig betrokken cursusleiders en adviseurs aan de vereniging verbonden.

Marco Frijlink, voorzitter

Marco Frijlink
Voorzitter
Meer over Marco

Onze jaarverslagen

Download hieronder onze jaarverslagen.

Schrijf je in voor
onze nieuwsbrieven

* vereiste velden

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Keuze nieuwsbrieven*
Scroll naar boven