Column: Zeven kinderen de klas uit 

Column Marco Frijlink

Dinsdagochtend, kwart voor elf. Zeven kinderen staan op en lopen de klas uit. In een lokaal verderop krijgen ze een uur godsdienstles. Niet over een geloof, maar in een geloof. Ze leren bidden, ze horen de verhalen uit de Bijbel of de Koran zoals een gelovige ze hoort, ze bereiden zich voor op een feest dat eraan komt… De les wordt verzorgd door een vakleerkracht van buiten, aangewezen door een kerk of een levensbeschouwelijke organisatie. De eigen leerkracht kan ondertussen niet gewoon verder met het programma, want dan mist het groepje de les; de wet draagt de school op voor de achterblijvers “andere onderwijsactiviteiten” te organiseren. Na een uur komt het groepje terug, vol verhalen waar de leerkracht en de rest van de klas geen beeld bij hebben. 40 uur per jaar die de leerkracht niet aan zijn hele klas en zijn reguliere programma kan besteden in een tijd dat we waar we ons grote zorgen maken over onderwijskwaliteit en lerarentekorten… 

Dit heet vormingsonderwijs. Het bestaat alleen op openbare basisscholen: die zijn verplicht het aan te bieden zodra ouders erom vragen, en vanaf zeven aangemelde kinderen komt er een vakleerkracht. Het Rijk betaalt er dit jaar 18 miljoen euro voor. Om te begrijpen hoe we hieraan komen, moeten we terug naar 1857. 

Vormingsonderwijs in 1857: een begrijpelijke deal

Er was in die tijd feitelijk maar één soort school: de openbare. Bijzondere scholen bestonden wel, maar kregen geen cent overheidsgeld. De Onderwijswet van 1857 maakte de openbare school neutraal, met een zin die er nog altijd mag zijn: 

“Het geven van onderwijs in de godsdienst wordt overgelaten aan de kerkgenootschappen.” 

In ruil kregen de dominee en de pastoor ruimte in het schoolgebouw om dat onderwijs te geven: 

“Hiervoor kunnen de schoollocalen buiten de schooluren ten behoeve van de leerlingen, die er ter school gaan, beschikbaar worden gesteld.” 

Dat was precies het onderwijs voor de zeven leerlingen uit de klas waar ik mee begon: leerstellig, vanuit één geloof, voor de kinderen die ervoor waren opgegeven. Alleen gebeurde het toen tenminste nog buiten de gewone lessen om. In het Nederland van destijds, met één gemeenschappelijke school en een vrijwel volledig kerkelijke bevolking was dat op zich een begrijpelijke deal.  

1917: reden verdwenen, vormingsonderwijs bleef bestaan

Met de Pacificatie van 1917 kreeg het bijzonder onderwijs volledige bekostiging. Wie leerstellig onderwijs voor zijn kinderen wilde, kreeg voortaan een complete, door het Rijk betaalde school naar eigen richting. De rechtvaardiging uit 1857: “er is geen alternatief”, was daarmee verdwenen. Nou ja, bijna. Eén situatie bleef over: het kerkelijke gezin in een dorp waar de openbare school de enige school is. Voor die ouders, die eigenlijk een school van hun eigen richting hadden gewild, was het vormingsonderwijs de compensatie. Dat is een eerlijk argument, en het verklaart waarom de regeling het zo lang heeft volgehouden. Maar het weegt steeds minder. Wie genoeg medestanders vindt, kan tegenwoordig veel makkelijker dan vroeger een school van de eigen richting stichten, zeker sinds de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen: aantoonbare belangstelling van ouders telt, niet de richting. En het spiegelbeeld bestaat ook: het niet-kerkelijke gezin in een dorp met alleen een christelijke school, of het protestantse gezin in een dorp waar alleen een katholieke school staat. Voor die gezinnen regelt de wet in die situatie niets. De bepaling bleef ondertussen staan, wetswijziging na wetswijziging, ruim een eeuw lang. De overheid bemoeide zich er verder niet mee: de lessen werden gegeven door predikanten en vrijwilligers, betaald door de kerken zelf, zonder bevoegdheidseisen en zonder toezicht. In de jaren zestig kwam er humanistisch vormingsonderwijs als optie bij, en sinds 1985 staan godsdienstig en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs gelijkwaardig in de wet. 

U denkt nu wellicht: zoiets sterft vanzelf uit. Het omgekeerde gebeurde. In december 2008 besloot de Tweede Kamer er 10 miljoen euro per jaar voor uit te trekken. Toen het kabinet die subsidie in 2013 wilde schrappen, maakten PvdA, ChristenUnie en CDA een initiatiefwet die de bekostiging in 2017 wettelijk verankerde; de christelijke partijen voor het godsdienstonderwijs, de PvdA voor de humanistische variant uit de eigen traditie. En toen het vorige kabinet de subsidie opnieuw op de bezuinigingslijst zette, werd ze in december 2024 gered via het amendement-Bontenbal, als onderdeel van de deal die het kabinet moest sluiten met CDA, ChristenUnie en SGP omdat het geen meerderheid voor de onderwijsbegroting had in de Eerste Kamer. Drie keer wilde een kabinet ermee stoppen, drie keer werd het gered. Alle drie de keren was het argument politieke rekenkunde. Een onderwijskundig argument is er in ruim honderd jaar niet aan te pas gekomen. 

Levensbeschouwing op school: al verplicht voor iedereen

En begrijp me niet verkeerd: kinderen moeten op school leren over religie en levensbeschouwing. Juist in een land waar de buurvrouw moslim is, de meester atheïst en opa gereformeerd. Maar dat is allang geregeld, voor álle scholen. Artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs verplicht elke basisschool aandacht te besteden aan geestelijke stromingen. Sinds 2021 eist de aangescherpte burgerschapsopdracht bovendien van elke school “het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid”. De openbare school heeft daarbovenop nog haar actief-pluriforme opdracht. De plicht om kinderen te leren over levensbeschouwingen is de afgelopen decennia dus alleen maar zwaarder geworden. 

Dat brengt ons bij de directe aanleiding voor deze column. Binnen het vormingsonderwijs was de laatste jaren iets nieuws aan het groeien: het zogenaamde carrouselmodel, waarbij alle kinderen uit de klas sámen een lessenserie over meerdere stromingen kregen. De enige vorm die nog een beetje bij deze tijd paste. Precies dat model is per vorig schooljaar aan banden gelegd. Verboden is het niet, maar het Centrum voor Vormingsonderwijs mag het niet meer uit zichzelf aan scholen aanbieden in de vorm van lessen aan alle kinderen uit een klas. De redenering van de staatssecretaris: 

“In dat geval wordt de subsidie verstrekt voor onderwijs, dat tot de taak van de reguliere leerkracht behoort en dat ook bekostigd wordt via de reguliere bekostiging van scholen. Dat is een ondoelmatige inzet van de subsidie.” 

De staatssecretaris heeft volkomen gelijk. Samen leren over levensbeschouwingen is gewoon de taak van de school. Volg die redenering en de subsidie heeft nog maar één bestemming over: het aparte model. Kinderen per levensovertuiging uit de klas gehaald. Het model van 1857.7. 

Wat vinden Nederlanders van vormingsonderwijs?

Nederlanders willen dit helemaal niet, en dat weten we zeker. Onderzoek van de Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit van Amsterdam uit 2024 bracht in kaart hoe Nederlanders denken over vrijheid en gelijkheid in het onderwijs. Een paar uitkomsten. 78 procent vindt dat álle scholen over alle belangrijke levensbeschouwingen onderwijs moeten geven: samen leren over levensbeschouwingen, met elkaar in gesprek, reflecterend op je eigen waarden en die van anderen. Precies het onderwijs dus dat volgens de staatssecretaris bij de gewone leerkracht hoort. Maar kinderen inleiden in één religie of levensovertuiging? Zelfs voor bijzondere scholen, die daar nota bene voor zijn opgericht, vindt een meerderheid van 56 procent van de Nederlanders het onwenselijk als die in het vak levensbeschouwing alleen over het eigen geloof lesgeven. En de stelling dat school een belangrijke plek is om te leren leven volgens het geloof van je ouders (de grondgedachte onder het vormingsonderwijs), wordt nog door hooguit een derde van de Nederlanders onderschreven.  

Waarom bijzondere scholen geen vormingsonderwijs aanbieden

Veel katholieke en protestants-christelijke scholen presenteren zich tegenwoordig als open scholen: iedereen is welkom. Slechts drie tot vijf procent van het bijzonder onderwijs kent nog een gesloten toelatingsbeleid en aan geloofsvorming wordt op veel van die scholen nauwelijks nog gedaan. Dat is allemaal tot daaraan toe. Maar dan is er wel iets geks. Voor die scholen geldt de verplichting tot het aanbieden van vormingsonderwijs niet. De wet zegt over bijzondere scholen slechts dat hun onderwijs godsdienstonderwijs kan omvatten. Alleen de school die zichzelf definieert als de school voor iedereen, de openbare, heeft de wettelijke plicht om kinderen op verzoek naar levensovertuiging op te splitsen, en krijgt daar als enige rijkssubsidie voor. Wie kan dat anno 2026 nog uitleggen? Er zijn twee manieren om deze ongerijmdheid op te lossen: de plicht uitbreiden naar alle scholen die zeggen open te zijn, of hem schrappen. Ik heb (terecht) nog niemand voor het eerste horen pleiten. 

Vormingsonderwijs afschaffen: schrap het nu echt

Dit is een boodschap aan de politiek. Schrap de verplichting om op openbare scholen godsdienstig en humanistisch vormend onderwijs aan te bieden uit de wet en beëindig de subsidie/bekostiging. Een Kamermeerderheid die dit wil bestaat al jaren; ze is er alleen nooit aan toegekomen omdat het onderwerp bij elke begrotingsbehandeling wisselgeld werd voor CDA, ChristenUnie en SGP. Dat mag een keer ophouden. Het levert 18 miljoen euro op. Dat lijkt klein bier, maar we steggelen al jaren over een miljoen euro die nodig is om het Onderwijsmuseum in stand te houden en dat lukt almaar niet omdat het geld er kennelijk niet is. Dat is er dus wel, maar dan moet je wel de voor de hand liggende keuzes durven te maken.  

En misschien nog veel belangrijker: het geeft rust in duizenden klassen. Zodat de kinderen met aandacht over religies en levensbeschouwingen kunnen leren: samen, in de klas en van hun eigen juf of meester. 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven!

Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Nieuwsbrief Kansengelijkheid
Maandelijks inzicht in thema's rond gelijke kansen in het onderwijs.

Nieuwsbrief Openbaar onderwijs
Maandelijks inzicht in actualiteiten binnen het openbaar onderwijs.

* vereiste velden

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Keuze nieuwsbrieven*
Scroll naar boven