Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026
Het programma van toetsing en afsluiting (PTA) bevat de afspraken over de schoolexamens in het voortgezet onderwijs. Het PTA staat los van het centraal examen, dat landelijk wordt georganiseerd. De medezeggenschapsraad (MR) heeft invloed op de vaststelling van het PTA.
In het kort
- Het bevoegd gezag stelt jaarlijks vóór 1 oktober het programma van toetsing en afsluiting vast.
- Het programma van toetsing en afsluiting beschrijft welke examenstof wordt getoetst en hoe het schoolexamencijfer ontstaat.
- De MR heeft instemmingsrecht op het programma van toetsing en afsluiting, als onderdeel van het schoolplan.
Wat is het PTA?
Het programma van toetsing en afsluiting (PTA) beschrijft welke onderdelen van de examenstof worden getoetst tijdens de schoolexamens en op welke manier dit gebeurt. Het bevoegd gezag moet ieder jaar vóór 1 oktober een PTA vaststellen voor het betreffende schooljaar (artikel 2.60a lid 1 WVO).
Het schoolplan beschrijft de algemene onderwijsdoelen van de school. De lessentabel werkt deze doelen verder uit door vast te leggen welke vakken worden aangeboden en hoeveel uren daarvoor beschikbaar zijn. Het PTA beschrijft vervolgens hoe wordt vastgesteld of leerlingen de aangeboden lesstof beheersen.
Inhoud van het PTA
De inhoud van het PTA is vastgelegd in artikel 2.60a WVO. In het PTA moet onder andere staan welke examenstof wordt getoetst, wat de inhoud van de toetsen is en op welke momenten toetsen en eventuele herkansingen plaatsvinden.
Ook moet het PTA duidelijk maken hoe het cijfer voor het schoolexamen tot stand komt. Daarnaast moet voor leerlingen inzichtelijk zijn welke leerstof zij moeten beheersen voor de schoolexamens en welke onderdelen onderdeel zijn van het centraal examen.
Rol van de MR
De medezeggenschapsraad (MR) heeft een instemmingsrecht op het programma van toetsing en afsluiting. Dit valt onder het instemmingsrecht op het schoolplan (artikel 10 sub b WMS). De MR moet daarom jaarlijks vóór 1 oktober instemmen, zodat het bevoegd gezag het PTA tijdig kan vaststellen. In de praktijk gebeurt dit vaak al vóór de zomervakantie.
Bij de beoordeling van het PTA kan de MR vragen stellen over de samenhang tussen het schoolplan, de lessentabel en de manier waarop leerlingen worden getoetst. Ook kan de MR het gesprek aangaan over de onderwijsdoelen en de wijze waarop de toetsing daarbij aansluit. De concrete invulling per vak, zoals de precieze onderwerpen en vraagstelling van toetsen, behoort tot de professionele verantwoordelijkheid van leraren.
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.