Laatst bijgewerkt op 13 augustus 2026
Een oordeel geven over voorgenomen beleid betekent gedachten uitwisselen en standpunten innemen, en die standpunten komen niet altijd overeen. Komen de medezeggenschapsraad (MR) en het bevoegd gezag ook na overleg niet tot overeenstemming, dan kan een zaak worden voorgelegd aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS. Hieronder volgt meer over die commissie en over de vier typen geschillen die zij behandelt.
In het kort
- De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS beslecht geschillen tussen de MR en het bevoegd gezag.
- De commissie onderscheidt instemmings-, statuut-, advies- en nalevingsgeschillen tussen beide partijen.
- Uitspraken van de commissie zijn bindend en gelden voor alle aangesloten scholen.
Wanneer naar de geschillencommissie?
De geschillencommissie, met als volledige naam Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS), kan worden ingeschakeld wanneer de MR en het bevoegd gezag het inhoudelijk niet eens worden of wanneer onduidelijkheid bestaat over een procedure. Aan een geschil gaan verschillende stappen vooraf: er wordt overlegd en bij nalatigheid kan een formele brief worden gestuurd. Ook kan VOO worden ingeschakeld om als onafhankelijke expert naar een oplossing te zoeken. Bieden die stappen geen uitkomst, dan kan de MR of het bevoegd gezag een geschil voorleggen aan de LCG WMS.
Alle scholen zijn bij de LCG WMS aangesloten. De uitspraken van de commissie zijn bindend, wat betekent dat alle partijen zich eraan dienen te houden. De commissie kan een bemiddelingsvoorstel doen of een dwangsom opleggen. Daarbij maakt zij onderscheid tussen verschillende soorten geschillen.
Instemmingsgeschil
Krijgt het bevoegd gezag voor een voorstel niet de vereiste instemming van de MR of van een geleding, dan kan het binnen zes weken na het onthouden van de instemming aan de geschillencommissie toestemming vragen om het besluit alsnog te nemen. De commissie stelt beide partijen in de gelegenheid argumenten naar voren te brengen. Zij beoordeelt vervolgens of de MR in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen, of dat er zwaarwegende omstandigheden zijn die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen.
Het kan ook voorkomen dat het bevoegd gezag een besluit neemt waarmee de MR niet heeft ingestemd, of waarvoor helemaal geen instemming is gevraagd terwijl dat wel verplicht is. De MR kan dan binnen zes weken schriftelijk de nietigheid van het besluit inroepen bij het bevoegd gezag. Daarnaast kan de MR de LCG WMS vragen het bevoegd gezag te verplichten de gevolgen van het besluit ongedaan te maken. Het bevoegd gezag kan op zijn beurt de commissie vragen uit te spreken dat de MR ten onrechte een beroep op de nietigheid heeft gedaan.
Geschil over statuut en reglement
Voor het vaststellen van het medezeggenschapsstatuut of -reglement is instemming van twee derde van de MR-leden vereist. Wordt die instemming niet gegeven, dan is sprake van een geschil. Het bevoegd gezag kan binnen zes weken aan de geschillencommissie vragen het statuut of reglement alsnog vast te stellen. De commissie doet dat wanneer het bevoegd gezag zwaarwegende argumenten heeft om het document wel vast te stellen.
Ook de MR kan een geschil over het statuut of reglement starten. Stelt het bevoegd gezag een van deze documenten vast zonder instemming van de MR, dan kan de MR de nietigheid daarvan inroepen. Het bevoegd gezag kan de commissie vervolgens vragen uit te spreken dat de MR ten onrechte een beroep op de nietigheid heeft gedaan.
Adviesgeschil
Neemt het bevoegd gezag een besluit waarbij wordt afgeweken van het advies van de MR, dan wordt de uitvoering van dat besluit met zes weken opgeschort, tenzij de MR er geen bezwaar tegen heeft dat het besluit direct wordt uitgevoerd. Binnen zes weken nadat het bevoegd gezag heeft meegedeeld dat het advies niet wordt gevolgd, kan de MR een geschil voorleggen aan de geschillencommissie.
De commissie toetst of het bevoegd gezag in redelijkheid heeft kunnen besluiten het advies van de MR niet op te volgen. Zij kan het bevoegd gezag daarbij verplichten bepaalde gevolgen van het besluit ongedaan te maken, of het besluit niet uit te voeren.
Nalevingsgeschil
Zowel de MR als het bevoegd gezag kan een nalevingsgeschil voorleggen aan de geschillencommissie. Dat kan gaan over de naleving van de WMS zelf of van een andere relevante onderwijswet: de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC).
Bij dit type geschil kan de commissie de MR of het bevoegd gezag verplichten iets te doen of iets na te laten. Daarmee is het nalevingsgeschil vooral het middel om afspraken en wettelijke verplichtingen die in de praktijk blijven liggen, alsnog te laten uitvoeren.
Meer leren over geschillen? Volg de cursus MR Effectief van de VOO!
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.