Sinds 2018 zijn de gemiddelde leesscores van vijftienjarige Nederlandse leerlingen flink aan het dalen, zo blijkt uit onderzoek van Pisa. Daarin is Nederland niet uniek: in 23 vergelijkbare landen binnen de OESO dalen de prestaties ook. Verschil is alleen dat de achteruitgang bij ons veel harder gaat. Hoe kan dat? In deze serie spreken we met verschillende deskundigen die elk vanuit hun eigen perspectief hun licht hierover laten schijnen.

Interview

De reden dat wij hier tegenover elkaar zitten is dat je in een paar jaar het leesniveau op de school waar je tot juli 2026 nog directeur was- dat was basisschool Op Weg in Vorstenbosch – flink hebt weten op te krikken. Zó zeer dat de school wat betreft leesprestaties flink bóven het landelijke gemiddelde scoort, het aantal dyslecten ruim ónder het gemiddelde zakte en er ook een stuk minder kinderen gelabeld werden met ADHD, ODD etcetera dan in de jaren daarvoor. Wat is je geheim?

Vier r’en: rust, ritme, relatie en rete-goed onderwijs

Als ik het in een paar woorden zou moeten duiden dan komt het er op neer dat wij ons onderwijs inrichten op basis van vier r-en: rust, ritme, relatie en rete-goed onderwijs.

Dat riekt naar het ouderwetse rust, reinheid en regelmaat, maar ook weer niet. Laten we dat eens gaan afpellen. Die rust, wat moet ik me daarbij voorstellen en waarom is die zo belangrijk?

Wat de onderwijscollega’s die bij ons op bezoek kwamen altijd meteen opviel was dat de kinderen altijd in rijtjes en in volledige stilte het klaslokaal binnenliepen. De achterliggende gedachte hiervan is dat het beginnen in een te drukke ruimte contraproductief is. De onrust die daarmee gepaard gaat, kost leerlingen ontzettend veel energie. Ze gaan namelijk scannen: kunnen ze misschien een nóg leuker grapje maken? Zouden ze nog meer kunnen opvallen bij hun klasgenoten? Werd er nou boos naar ze gekeken? Al die energie gaat ten koste van het leren.

Wat we verder nog weleens vergeten is dat er veel kinderen zijn die met hele volle hoofden op school komen; bijvoorbeeld omdat ze net ruzie hebben gehad met hun moeder of omdat er schulden zijn thuis. De rust en de duidelijkheid, ofwel het ritme dat je deze kinderen biedt, zorgt er voor dat ze zich veilig voelen en minder worden afgeleid door de sores van thuis. Hierdoor kunnen ze geconcentreerder aan de slag met stil lezen, stil rekenen of stil spellen. Want dat is hoe we altijd onze dag beginnen. Vervolgens proberen we die rust zo lang mogelijk mee te nemen in de dag. Aan het einde van de dag is dat vaak afgelopen maar dat vind ik niet zo erg. Dan is het maar wat onrustiger bij de tekenles of waar dan ook- ze hebben dan in ieder geval in het eerste deel van de dag geconcentreerd gewerkt.

Van schijnrelaties naar echt contact

Even over die derde ‘r’, die van ‘relatie’; je vertelde dat er een verband is tussen rust in de klas en het opbouwen van veilige relaties- zowel tussen leerling en docent als tussen de leerlingen onderling. Hoe zit dat? Ook in een onrustige klas gaan leerlingen toch relaties aan?

Ja, maar dat zijn niet altijd veilige relaties. Als een kind met al zijn onrust de klas in komt en zich dominant en lawaaierig gedraagt zijn er veel kinderen die een relatie met deze leerling willen uit veiligheidsoverweging. Maar ik noem dat schijnrelaties. Het is gebaseerd op angst. Door de rust als norm te stellen is het makkelijker om echt contact te maken; zowel voor de leerlingen onderling als voor docenten en leerlingen. En die laatste relatie is natuurlijk super belangrijk: die zorgt er voor dat kinderen iets aannemen van een docent.

Stel je nu eigenlijk dat die rust, die relatie en dat ritme – altijd in stilte beginnen met rekenen, spellen of lezen- samen zorgen voor ‘retegoed onderwijs’?

Nee, dat niet, ze zijn meer een voorwaarde voor goed onderwijs.

Niemand van de groep laten achterblijven

Kun je iets meer vertellen hoe het onderwijs er bij Op Weg uitziet? Wat verklaart volgens jou de sprong die kinderen hebben gemaakt op het gebied van lezen bijvoorbeeld?

Om te beginnen heb ik er in de onder- en middenbouw op gehamerd dat je als docent geen enkele leerling achterlaat. In de praktijk komt dat er op neer dat als er een paar kinderen nog niet meekomen met het lezen, je met de hele klas net zolang oefent tot iedereen weer bij is. Er wordt dus niet gewerkt met twee sporen waarbij de snelle kinderen doorkunnen en de wat langzamere leerlingen extra ondersteund worden.

Loop je dan geen vertraging op?

Daar zijn veel scholen inderdaad bang voor maar dat is niet terecht. In het onderwijs hebben we 40 lesweken. De lesmethodes zijn geschreven voor 32 tot 34 weken; dat betekent dat je uitloop hebt. Dus als de klas een beetje achterloopt heb je nog genoeg tijd om voor het einde van het jaar de lesstof toch af te krijgen.

Ben je niet bang dat sommige kinderen zich gaan vervelen?

Nee, in groep 3 of 4 vervelen kinderen zich zelden. Die worden al enthousiast van een kastanje. Daarnaast is het helemaal niet erg om kinderen dezelfde lesstof nog meer te laten oefenen en te herhalen totdat de groep weer een groep is. Hoe meer geautomatiseerd, hoe beter.

Waarom hamer je er zo op dat niemand van de groep achterblijft?

Als je dat niet doet dan eindig je in groep zes met een groep hele snelle kinderen en een groep langzamere leerlingen. Als docent kom je dan in een spagaat terecht; het is heel moeilijk om goed les te geven als de verschillen zó groot zijn. Maar de allerbelangrijkste reden om iedereen erbij te houden is dat ik vind dat álle kinderen het basisniveau lezen onder de knie zouden moeten krijgen. We zouden niet moeten accepteren dat kinderen uitvallen. Als dat dreigt te gebeuren moeten we net zo lang met ze oefenen tot ze weer bij zijn. Daarna kan iedereen die wil alsnog gaan versnellen. Het gaat er echt om dat die basis staat als een huis. Of dat iets sneller of iets langzamer gaat doet er niet toe.

Klinkt goed maar is dat wel realistisch? Is het écht zo dat alle kinderen dat basisniveau kunnen halen?

Ja, daar ben ik van overtuigd. Als je kijkt naar scholen met vergelijkbare leerlingpopulaties zie je bijvoorbeeld grote verschillen in het leesniveau van de kinderen. Dat die verschillen er zijn ligt puur aan de kwaliteit van het onderwijs. Dat heeft zelden te maken met het individu. Ik vond destijds dat het overgrote deel van de leerlingen van Op Weg minimaal moest kunnen lezen op 2F niveau – iets beter dan het absolute minimum 1F dus. En dat is ons ook gelukt.

Natuurlijk zijn er altijd een paar kinderen die ondanks alle inspanning toch niet meekomen. Maar dat zijn echt de uitzonderingen- als dat gebeurt dan balen wij daar enorm van, maar we weten dat we alles uit de kast hebben gehaald.

Verleiden met goede boeken: van Dolfje Weerwolfje tot samen lezen

Wat halen jullie zoal uit de kast om kinderen naar dat hogere leesniveau te tillen?

We verleiden ze met leuke en goed geschreven boeken – Het dagboek van een muts komt er bij ons niet in bijvoorbeeld. In groep vier starten we bijvoorbeeld altijd met Dolfje Weerwolfje. Iedereen heeft dan een eigen boek maar we lezen het wel samen: de ene keer de docent, de andere keer de kinderen en soms lezen we in duo’s. Na vier, vijf weken hebben we het boek uit en hebben we er ook heel veel over gepraat; dat Dolfje een beetje verliefd is op Noura bijvoorbeeld. En dan zegt de juf of meester tegen de kinderen: ‘jongens en meisjes, wie zou er nóg een boek van Dolfje Weerwolfje willen lezen? Nou, ik heb daar filmpjes van; dan zit gewoon de hele klas met de vinger omhoog. Ze verdringen elkaar om als eerste de volgende Dolfje uit te kiezen.

Ja maakt dus gebruik van het collectief; samen genieten van een mooi verhaal..

Ja, precies. Overigens zouden we daar ook buiten het leesonderwijs veel meer oog voor moeten hebben. De individualisering van het onderwijs is in mijn ogen veel te ver doorgeslagen. Hierdoor zijn we in een systeem terecht gekomen waarbij we geneigd zijn om normaal gedrag van kinderen te gaan labelen als iets afwijkends.; denk aan ODD, ADHD, Taal Ontwikkelings Stoornis etc. Als je daar eenmaal mee begint, moet er vervolgens een arrangement komen. Dat betekent dat de docent allerlei richtlijnen meekrijgt van de arrangementbegeleider, er hulp komt op school, het kind therapie krijgt etcetera. Daar verdienen een hele hoop mensen veel geld aan maar of kinderen daar echt beter van worden is sterk de vraag. En dan heb ik het nog niet gehad over de leraren die al die extra taken erbij krijgen..

Minder labels dankzij rust, structuur en herhaling

Bij De Weg is het aantal leerlingen met zo’n label flink afgenomen zei je. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? Ontken je gewoon de problemen waar kinderen mee worstelen?

Nee, ik ontken niet dat sommige kinderen echt worstelen met bepaalde leer- of gedragsproblemen. Maar ik denk dat veel van de problemen waar deze kinderen last van hebben een heel stuk minder worden of misschien zelfs verdwijnen als je ze iets biedt waar 99 procent van alle kinderen baat bij heeft: rust, structuur, ritme en herhaling.

“Ik denk dat veel van de problemen waar kinderen met een label last van hebben een heel stuk minder worden of misschien zelfs verdwijnen als je ze iets biedt waar 99 procent van alle kinderen baat bij heeft: rust, structuur, ritme en herhaling”

Als je die basis op orde hebt, dan hoef je die etiketten vaak helemaal niet meer te plakken – een paar uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Bij ons op school werden het er in ieder geval enorm veel minder. Dat betekent niet dat wij problemen uit de weg gingen. We pakten ze gewoon aan: heb je moeite met automatiseren of ben je een trage lezer? Dan gaan we eerst flink oefenen; met flitskaartjes, of met extra leesstof. Heb je moeite met stilzitten, dan gaan we je veel complimenten geven als het je wél lukt en waarschuwen we je hooguit twee keer als het niet lukt. Het stempel dyslexie, dyscalculie of adhd kun je altijd nog later opplakken. Je moet eerst proberen te doen wat je wél kan doen en in veel gevallen ook gewoon helpt. Dat is beter voor de kinderen, fijner voor de leraren en scheelt de maatschappij ook een hoop geld.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven!

Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Nieuwsbrief Kansengelijkheid
Maandelijks inzicht in thema's rond gelijke kansen in het onderwijs.

Nieuwsbrief Openbaar onderwijs
Maandelijks inzicht in actualiteiten binnen het openbaar onderwijs.

Nieuwsbrief OnderwijsActueel
Elke week verzamelen we het belangrijkste onderwijsnieuws en vatten we het samen in één overzicht. 

* vereiste velden

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Keuze nieuwsbrieven*
Scroll naar boven