Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026
Het pensioen zorgt ervoor dat werknemers na hun pensionering een inkomen ontvangen naast de AOW. In het onderwijs wordt het pensioen opgebouwd via het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Hieronder volgt meer over de werking van de pensioenregeling en de rol van de MR daarbij.
In het kort
- Werknemers in het primair en voortgezet onderwijs bouwen pensioen op via het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.
- De pensioenkamer van de Raad voor het Overheidspersoneel stelt via onderhandelingen wijzigingen in de pensioenregeling vast.
- De MR heeft geen formeel medezeggenschapsrecht op de pensioenregeling van personeel.
Hoe werkt het pensioen?
In Nederland bestaat het pensioen uit verschillende onderdelen. Naast de AOW bestaat er voor veel werknemers een aanvullend pensioen dat wordt opgebouwd door bijdragen van werknemers en werkgevers. Hierdoor ontvangen gepensioneerden na hun werkzame leven vaak een maandelijkse uitkering.
Werknemers en werkgevers betalen iedere maand pensioenpremie. Deze premie wordt beheerd door pensioenfondsen, die het geld beleggen om het pensioenvermogen op te bouwen. Wanneer een werknemer met pensioen gaat, ontvangt deze persoon een uitkering vanuit het pensioenfonds.
Voor werknemers in het primair en voortgezet onderwijs wordt het pensioen geregeld via de stichting Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP).
De pensioenregeling bevat afspraken over de opbouw en uitkering van het pensioen. Het is belangrijk dat zowel schoolbesturen als werknemers weten welke mogelijkheden de regeling biedt. Schoolbesturen kunnen de pensioenregeling bijvoorbeeld gebruiken als onderdeel van hun personeelsbeleid. De regeling biedt mogelijkheden om onder bepaalde voorwaarden eerder of later met pensioen te gaan.
Totstandkoming van de pensioenregeling
Wijzigingen in de pensioenregeling worden vastgesteld door onderhandelingen tussen sociale partners in de pensioenkamer van de Raad voor het Overheidspersoneel. Deze sociale partners bestaan uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers uit de verschillende overheids- en onderwijssectoren.
Het gaat onder andere om vertegenwoordigers uit het Rijk, defensie, politie, rechterlijke macht, gemeenten, provincies, waterschappen en de onderwijssectoren (waaronder primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs).
Op basis van de pensioenregeling stelt het ABP de hoogte van de pensioenpremie vast. Deze premie bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder het ouderdoms- en partnerpensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen en VPL-regelingen (VUT, prepensioen en levensloop).
Het ABP stelt jaarlijks aan het einde van november de pensioenpremie voor het volgende jaar vast. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de inhoud van de pensioenregeling, maar ook naar factoren zoals de samenstelling van het deelnemersbestand, de levensverwachting en de rente. Ontwikkelingen zoals een stijgende levensverwachting en een dalende rente kunnen invloed hebben op de hoogte van de premie. Ook de financiële situatie van het ABP kan hierbij een rol spelen.
Rol van de MR
De MR heeft geen directe rol bij de pensioenregeling van werknemers. Afspraken over pensioenen worden gemaakt door werkgevers- en werknemersorganisaties en vastgelegd in de cao.
Individuele personeelsleden kunnen via hun vakbond invloed uitoefenen op de pensioenregeling wanneer hierover onderhandeld wordt binnen de cao. De MR kan wel aandacht vragen voor vragen of zorgen van personeel over pensioen, maar heeft geen formeel medezeggenschapsrecht op dit onderwerp.
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.