Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026
Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) bereidt studenten voor op een beroep en sluit aan op het voortgezet onderwijs. Het mbo kent verschillende opleidingsniveaus en schooltypen, waarbij studenten zich ontwikkelen door een combinatie van theorie en praktijk.
In het kort
- Het mbo kent vier niveaus, verdeeld over roc's, aoc's en vakscholen, met theorie en praktijk.
- Instroom vanuit het vmbo bepaalt het niveau, van entreeopleiding tot niveau 4 bij vmbo-tl.
- In het mbo regelt de Wet educatie en beroepsonderwijs medezeggenschap via ondernemingsraad en studentenraad, niet via een MR.
Inrichting van het mbo
Het middelbaar beroepsonderwijs bestaat uit drie verschillende typen instellingen: regionale opleidingscentra (roc’s), agrarische opleidingscentra (aoc’s) en vakscholen. Binnen het mbo zijn er vier niveaus: de entreeopleiding (niveau 1), niveau 2, niveau 3 en niveau 4. De verschillende niveaus sluiten aan bij de vooropleiding en de leerroute van de student. De duur van een opleiding verschilt per niveau en per richting.
Mbo-opleidingen combineren beroepsgerichte kennis met praktijkervaring. Studenten volgen onderwijs op school en doen daarnaast praktijkervaring op via stages of een leerwerkplek. Hierdoor worden zij voorbereid op een beroep of op een mogelijke vervolgopleiding, bijvoorbeeld in het hoger beroepsonderwijs. Het mbo kent twee leerwegen: de beroepsopleidende leerweg (bol), waarbij het onderwijs op school centraal staat, en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), waarbij de student grotendeels werkt en daarnaast onderwijs volgt.
Starten met een mbo-opleiding
Een mbo-opleiding wordt vaak gevolgd door studenten die een vmbo-diploma hebben behaald in het voortgezet onderwijs. Het niveau waarop een student kan instromen, hangt af van de gevolgde vmbo-richting en het behaalde diploma. Zo kunnen leerlingen uit het praktijkonderwijs doorstromen naar de entreeopleiding (niveau 1), vmbo-basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb) naar niveau 2, vmbo-kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb) naar niveau 2 of 3, vmbo-gemengde leerweg (vmbo-gl) naar niveau 2 of 3 en vmbo-theoretische leerweg (vmbo-tl) naar niveau 4.
Naast instroom vanuit het vmbo zijn er ook andere routes naar het mbo mogelijk. Studenten kunnen bijvoorbeeld vanuit het voortgezet speciaal onderwijs of via andere opleidingen instromen, afhankelijk van hun vooropleiding en de toelatingseisen van de opleiding. Een diploma op niveau 2 of hoger geldt als startkwalificatie, waarmee wordt voldaan aan de kwalificatieplicht.
Medezeggenschap in het mbo
De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) geldt niet voor het middelbaar beroepsonderwijs. De medezeggenschap in het mbo is geregeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs. Instellingen in het mbo kennen daarom geen medezeggenschapsraad zoals in het primair en voortgezet onderwijs.
In plaats daarvan is de medezeggenschap in het mbo verdeeld over afzonderlijke organen. Het personeel is vertegenwoordigd in een ondernemingsraad en studenten zijn vertegenwoordigd in een studentenraad. Ouders van minderjarige studenten kunnen daarnaast in een eigen raad zijn vertegenwoordigd. De bevoegdheden van deze organen verschillen van die van een medezeggenschapsraad in het funderend onderwijs.
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.