Mantelzorg en werk in het onderwijs

Laatst bijgewerkt op 14 september 2026

Steeds meer personeelsleden combineren hun werk met de zorg voor een ziek of hulpbehoevend familielid. De onderwijswetten kennen het woord mantelzorg niet, maar de cao’s en de Wet arbeid en zorg regelen wel verschillende vormen van zorgverlof. Hieronder volgt meer over die regelingen en over de rol van de medezeggenschap bij mantelzorgvriendelijk beleid.

In het kort

  • Kortdurend zorgverlof voor mantelzorg is in het primair en voortgezet onderwijs volledig doorbetaald.
  • Langdurend zorgverlof duurt maximaal twaalf weken en is onbetaald volgens de cao's en de Wet arbeid en zorg.
  • De personeelsgeleding van de MR heeft instemmingsrecht op de verlofregeling en kan mantelzorgbeleid zelf agenderen.

Wat is mantelzorg?

Mantelzorg is de langdurige en onbetaalde zorg voor iemand uit de eigen omgeving die ziek of hulpbehoevend is. Denk aan een partner met een chronische ziekte, een ouder die dementeert of een kind met een beperking. Mantelzorg is iets anders dan vrijwilligerswerk: je kiest er niet voor, het overkomt je omdat het iemand betreft die dicht bij je staat. De zorg kan jaren duren en kost vaak meer tijd dan van tevoren te overzien is.

Voor scholen is dit een personeelsvraagstuk geworden. Mantelzorg is een van de redenen waarom mensen minder gaan werken of uitvallen, en in een sector met een lerarentekort is het dan ook van belang dit goed te regelen. Wie zorg en werk lang combineert zonder dat daar afspraken over zijn, loopt bovendien risico op langdurig verzuim. Beleid dat hier rekening mee houdt is dus niet alleen prettig voor de betrokken werknemer, maar ook in het belang van de school zelf.

Kortdurend zorgverlof

Kortdurend zorgverlof is bedoeld voor de noodzakelijke zorg voor een zieke naaste. Het gaat om ten hoogste tweemaal de arbeidsduur per week in elke periode van twaalf maanden. Voor een fulltimer komt dat neer op ongeveer tien dagen per jaar, bij een kleinere betrekking naar verhouding minder. De kring van personen is ruim: partner, kinderen en pleegkinderen, bloedverwanten, huisgenoten en ook iemand met wie de werknemer een andere sociale relatie heeft, als de zorg redelijkerwijs door hem moet worden verleend.

In beide onderwijssectoren is dit verlof volledig doorbetaald. Dat is gunstiger dan de wet voorschrijft, want de Wet arbeid en zorg gaat uit van zeventig procent van het loon. In het primair onderwijs is het geregeld als kort buitengewoon verlof (artikel 8.6 lid 1 sub i cao primair onderwijs), in het voortgezet onderwijs in artikel 15.1.a cao voortgezet onderwijs. In het vo kan het verlof langer duren als de voortdurende aanwezigheid van de werknemer bij de zieke noodzakelijk is; daarvoor is een geneeskundige verklaring nodig. De werkgever kan het verlof alleen weigeren of stopzetten bij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang.

Langdurend zorgverlof

Voor zorg die langer duurt bestaat langdurend zorgverlof. Dat is bedoeld voor de verzorging van iemand die levensbedreigend ziek is, of die ziek of hulpbehoevend is en noodzakelijke zorg nodig heeft. Het verlof bedraagt per twaalf maanden maximaal zes keer de arbeidsduur per week. Normaal gesproken wordt het opgenomen over een aaneengesloten periode van maximaal twaalf weken, voor ten hoogste de helft van de werktijd per week. De werknemer kan vragen om een langere periode, tot achttien weken, of juist om meer uren per week.

Het verschil met kortdurend zorgverlof is dat dit verlof onbetaald is. Dat maakt de drempel hoog, zeker bij een klein dienstverband. In het primair onderwijs staat de regeling in artikel 8.8 van de cao. De cao voortgezet onderwijs kent er geen eigen artikel voor; daar geldt de Wet arbeid en zorg rechtstreeks, met dezelfde omvang en voorwaarden. Wordt langdurend zorgverlof toegekend, dan kan eerder opgenomen kortdurend zorgverlof op verzoek alsnog als langdurend verlof worden aangemerkt. Daarnaast kennen beide cao’s een vorm van lang buitengewoon verlof waar een mantelzorger gebruik van kan maken: artikel 8.9 in het primair onderwijs en artikel 15.2 in het voortgezet onderwijs. Dat is geen recht: de werkgever beslist zelf of hij het verleent, en het is onbetaald. In het po duurt dit verlof maximaal zes maanden en kan het tweemaal met zes maanden worden verlengd. In het vo staan de voorwaarden in artikel 15.3: de pensioenpremie komt voor rekening van de werknemer, over de verlofuren wordt geen vakantie opgebouwd en de afspraken moeten vooraf schriftelijk zijn vastgelegd.

Primair onderwijsVoortgezet onderwijs
Kortdurend zorgverlofArtikel 8.6 lid 1 sub i cao, volledig betaaldArtikel 15.1.a cao, volledig betaald
Langdurend zorgverlofArtikel 8.8 cao, onbetaaldVia de Wet arbeid en zorg, onbetaald
Ander kort verlof bij bijzondere omstandighedenArtikel 8.7 cao, tweemaal de arbeidsduur per week, betaaldArtikel 15.1 cao, kortdurend verlof
Lang buitengewoon verlof (geen recht)Artikel 8.9 cao, onbetaald, maximaal zes maandenArtikel 15.2 cao, onbetaald, voorwaarden in artikel 15.3

Mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid

Verlof is maar een deel van de oplossing. Mantelzorg vraagt vooral om voorspelbaarheid: kunnen ruilen van dagen, later beginnen na een ziekenhuisbezoek, of tijdelijk minder taken buiten de lesuren. Veel daarvan valt niet onder een verlofregeling, maar onder de gewone afspraken over roosters en taakbeleid. Een school die dat vooraf regelt, hoeft niet per geval te improviseren en behandelt iedereen op dezelfde manier.

Even belangrijk is dat het onderwerp bespreekbaar is. Veel mantelzorgers melden het niet, uit angst om als minder inzetbaar te gelden, en komen pas in beeld als het misgaat. Beleid kan daarom vastleggen wie het gesprek voert, bijvoorbeeld de leidinggevende tijdens de gesprekscyclus, en wat er dan aan mogelijkheden is. Ook de bedrijfsarts en de personeelsfunctionaris kunnen een rol krijgen, zeker bij dreigende overbelasting. Een korte, vindbare regeling werkt daarbij beter dan een uitgebreide nota die niemand leest.

Rol van de MR

De personeelsgeleding van de MR heeft instemmingsrecht op de vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel (artikel 12 lid 1 sub e WMS) en op de arbeids- en rusttijdenregeling (artikel 12 lid 1 sub f WMS). Ook de taakverdeling en de taakbelasting binnen het personeel vallen onder het instemmingsrecht van de personeelsgeleding (artikel 12 lid 1 sub h WMS), net als regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim (artikel 12 lid 1 sub k WMS). Mantelzorgbeleid raakt vrijwel altijd aan een of meer van deze punten. Wordt het beleid voor alle scholen van het bestuur vastgesteld, dan oefent de GMR dit recht uit.

Vaak is er nog helemaal geen beleid, en dan is wachten op een voorstel weinig zinvol. De MR kan het onderwerp zelf agenderen met het initiatiefrecht (artikel 6 lid 2 WMS). Een goede eerste stap is uitzoeken hoe groot het vraagstuk op de eigen school is, bijvoorbeeld via een korte vraag aan de achterban of via de cijfers over verzuim en deeltijdwerk. Met die informatie is het gesprek met de schoolleiding of het bestuur concreter dan met een algemeen pleidooi.

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven