Anti-pestprotocol

Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026

Pesten heeft grote gevolgen voor leerlingen en kan langdurige lichamelijke en psychische klachten veroorzaken. Een veilige schoolomgeving vraagt om samenwerking tussen leerlingen, ouders, personeel en schoolleiding. De medezeggenschapsraad (MR) heeft een rol bij het beleid waarmee scholen pesten proberen te voorkomen en aan te pakken.

In het kort

  • Pesten kan bij leerlingen langdurige lichamelijke en psychische klachten veroorzaken.
  • Scholen stellen een anti-pestprotocol op als onderdeel van het veiligheidsbeleid tegen pesten.
  • De MR heeft instemmingsrecht op het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid, waaronder het anti-pestprotocol.

Definitie van pesten

Plagen en pesten zijn niet hetzelfde. Bij plagen is er vaak sprake van gelijkwaardigheid en is het gedrag meestal niet bedoeld om iemand bewust pijn te doen. Het gebeurt vaak spontaan, duurt niet langdurig en de rollen kunnen wisselen: de ene keer plaagt de een, de andere keer de ander.

Bij pesten is er sprake van bewust gedrag waarbij iemand wordt beschadigd of buitengesloten. Dit kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn, bijvoorbeeld door schelden, bedreigen, buitensluiten of geweld. Pesten kan grote gevolgen hebben voor het slachtoffer en mag daarom nooit worden genegeerd.

Oorzaken van pesten

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom iemand pest. Soms speelt ontevredenheid over de eigen situatie een rol, bijvoorbeeld door problemen thuis of op school. Door een ander naar beneden te halen, kan iemand proberen zichzelf sterker of populairder te voelen. Ook angst om zelf gepest te worden kan ervoor zorgen dat leerlingen meedoen met pestgedrag.

Pesten wordt vaak in stand gehouden doordat andere leerlingen meelopen, toekijken of niet durven ingrijpen. Ook online pesten, oftewel cyberpesten, komt steeds vaker voor. Via sociale media en andere digitale kanalen kunnen leerlingen elkaar eenvoudig lastigvallen, soms anoniem. Het is daarom belangrijk dat scholen alert zijn op signalen van pestgedrag en hierover het gesprek aangaan met leerlingen.

Gevolgen van pesten

Pesten kan grote gevolgen hebben voor leerlingen die worden gepest. Zij kunnen zich onzeker, verdrietig of eenzaam voelen, bang zijn om naar school te gaan en minder goed presteren. Ook kunnen zij moeite krijgen met het maken van nieuwe vrienden of problemen ervaren met slapen doordat zij blijven nadenken over het pestgedrag.

Ook degene die pest en de omgeving worden beïnvloed door pestgedrag. Een leerling die pest kan bijvoorbeeld moeite krijgen met het aangaan van echte vriendschappen of een schuldgevoel ontwikkelen. In een klas of groep kan een onveilige sfeer ontstaan, waardoor leerlingen minder goed kunnen deelnemen aan de lessen of zich niet vrij voelen om tegen pesten in te gaan.

Acties van de school

Scholen hebben de verantwoordelijkheid om pesten actief aan te pakken. Dit begint met een duidelijk standpunt tegen pesten en het opstellen van een anti-pestprotocol als onderdeel van het veiligheidsbeleid. In dit protocol staan afspraken over hoe de school omgaat met pestgedrag en welke maatregelen worden genomen om pesten te voorkomen.

Daarnaast is het belangrijk dat de school ervoor zorgt dat alle betrokkenen samenwerken. De schoolleiding, leraren, ondersteunend personeel, leerlingen en ouders hebben allemaal een rol bij het signaleren en aanpakken van pesten. Leerlingen die pesten en eventuele meelopers moeten worden aangesproken op hun gedrag.

Inhoud van het anti-pestprotocol

Een anti-pestprotocol geeft duidelijkheid over wat er gebeurt wanneer pestgedrag wordt gesignaleerd. Het protocol beschrijft bijvoorbeeld wanneer er volgens de school sprake is van pesten, waar meldingen kunnen worden gedaan en welke stappen worden gezet om zowel het slachtoffer als degene die pest te begeleiden.

Ook bevat het protocol afspraken over preventie, zoals omgangsregels, aandacht voor pesten in de klas en de rol van ouders. Daarnaast staat beschreven wie verantwoordelijk is voor het uitvoeren en evalueren van het anti-pestbeleid. Het is belangrijk dat het protocol voor iedereen toegankelijk is, bijvoorbeeld via de website van de school.

Rol van de MR

De MR heeft op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) instemmingsrecht op het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid (artikel 10, onder e). Het anti-pestprotocol maakt onderdeel uit van dit beleid. De MR kan daarom meedenken over de inhoud van het protocol en erop letten dat het beleid regelmatig wordt geëvalueerd.

Het veiligheidsbeleid moet ook worden opgenomen in de schoolgids. De oudergeleding in het primair onderwijs en de ouder- en leerlinggeleding in het voortgezet onderwijs hebben instemmingsrecht op de schoolgids (artikel 13, lid 1, onder g, en artikel 14, lid 1, onder a, WMS). De MR kan hierdoor ook invloed uitoefenen op de manier waarop het veiligheidsbeleid in de schoolgids wordt beschreven.

Als de MR merkt dat het anti-pestprotocol niet wordt uitgevoerd of dat er signalen van pesten zijn die onvoldoende worden opgepakt, kan de raad dit onderwerp zelf aankaarten bij het bevoegd gezag. Daarvoor kan de MR gebruikmaken van het initiatiefrecht.

De VOO helpt (G)MR's verder

Met deze vormen van ondersteuning

Nieuwsbrief Medezeggenschap

Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ook de nieuwsbrieven Kansengelijkheid en Openbaar onderwijs

Scroll naar boven