Laatst bijgewerkt op 21 augustus 2026
Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag van een persoon geen belemmering vormt voor het uitvoeren van een bepaalde functie. In het onderwijs is een VOG voor verschillende functies verplicht. Hieronder volgt meer over de situaties waarin een VOG nodig is en over de rol van de MR hierbij.
In het kort
- Een Verklaring Omtrent Gedrag toont aan dat iemands gedrag geen belemmering vormt voor een functie.
- Een VOG is verplicht voor onder meer leraren, directeuren, onderwijsondersteunend personeel en overblijfmedewerkers.
- De MR heeft instemmingsrecht op het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid, waarin VOG-afspraken kunnen staan.
Wat is een VOG?
Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een document waaruit blijkt dat het gedrag van een persoon geen belemmering vormt voor het uitvoeren van een bepaalde functie. Een VOG is in sommige situaties verplicht, zoals bij verschillende functies binnen het onderwijs. Daarnaast kan een werkgever er ook voor kiezen om een VOG te vragen wanneer dit niet wettelijk verplicht is.
De werknemer vraagt de VOG zelf aan, meestal in opdracht van de werkgever. De verklaring wordt afgegeven door Justis, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Bij de beoordeling wordt gekeken of er strafbare feiten bekend zijn die relevant kunnen zijn voor de functie waarvoor de VOG wordt aangevraagd. Als dat het geval is, kan de VOG worden geweigerd.
Een VOG wordt aangevraagd bij de gemeente of digitaal en brengt kosten met zich mee.
Voor wie is een VOG verplicht?
Binnen het onderwijs is een VOG verplicht voor verschillende groepen werknemers. Dit geldt in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs onder andere voor:
- leraren;
- directeuren en rectoren;
- onderwijsondersteunende medewerkers;
- externe leraren;
- externe onderwijsondersteunende medewerkers;
- Leraren in Opleiding (LIO) en Onderwijsassistenten in Opleiding die met een leerarbeidsovereenkomst als werknemer zijn benoemd;
- overblijfmedewerkers.
Deze verplichtingen zijn vastgelegd in verschillende onderwijswetten. De betreffende bepalingen zijn opgenomen in onder andere:
- Wet op het Primair Onderwijs: artikel 3, 3a, 32 en 45;
- Wet op de Expertisecentra: artikel 3, 3a en 32;
- Wet op het Voortgezet Onderwijs: artikel 2a, 33, 34 en 35;
- Wet Educatie en Beroepsonderwijs: artikel 4.2.1 en 4.2.2.
Voorwaarden rondom een VOG
Wanneer een VOG bij de werkgever wordt ingeleverd, mag deze niet ouder zijn dan zes maanden. Voor overblijfmedewerkers geldt een termijn van maximaal twee maanden. Daarnaast moet het originele document worden overlegd, zodat de werkgever de echtheid kan controleren.
Een VOG heeft in het onderwijs geen vaste geldigheidsduur. Wanneer een werknemer bij dezelfde werkgever blijft werken, hoeft niet automatisch na een aantal jaar een nieuwe VOG te worden aangevraagd. Bij het wisselen van werkgever is in veel gevallen wel opnieuw een VOG nodig. Ook kan een werkgever ervoor kiezen om op een later moment opnieuw om een VOG te vragen.
Rol van de MR
De MR heeft een instemmingsrecht op het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid van de school (artikel 10 sub e WMS). Binnen dit beleid kunnen ook afspraken worden opgenomen over het aanvragen en controleren van VOG’s en andere maatregelen die bijdragen aan een veilige leer- en werkomgeving.
Daarnaast kan de MR vragen stellen aan het bevoegd gezag over de manier waarop de wettelijke verplichtingen rondom VOG’s worden uitgevoerd.
Gerelateerde pagina's
De VOO helpt (G)MR's verder
Met deze vormen van ondersteuning
Nieuwsbrief Medezeggenschap
Wekelijks actualiteiten en tips voor iedereen met een rol in de medezeggenschap.